Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-07
ECLI:NL:RBROT:2025:3391
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,203 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 11438981 CV EXPL 24-31152
datum uitspraak: 7 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
N.V. UNIVE ZORG,
gevestigd te Arnhem,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Unive’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 16 oktober 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de repliek, met bijlagen.
Beoordeling
Wat is er gebeurd?
2.1.
[gedaagde] heeft een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten met Unive. Op grond van deze overeenkomst is [gedaagde] iedere maand premie verschuldigd en moet hij de zorgkosten betalen die Unive voorschiet. [gedaagde] heeft een aantal keer premies en zorgkosten niet betaald. Unive wil dat [gedaagde] het openstaande bedrag van € 1.541,76 aan haar betaalt, met rente en kosten. [gedaagde] is het hier niet mee eens en voert aan een betalingsregeling met Unive te hebben.
2.2.
De eis van Unive wordt toegewezen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
[gedaagde] moet € 1.541,76 betalen
2.3.
[gedaagde] voert aan dat hij voor de betaling van de achterstallige premies en zorgkosten een betalingsregeling heeft gesloten met Flanderijn, aan wie de vordering van Unive is overgedragen. Unive erkent het bestaan van de betalingsregeling, maar stelt dat deze is vervallen doordat [gedaagde] een aantal keer de aflossing niet heeft betaald. [gedaagde] betwist dat hij de aflossingen niet heeft betaald en onderbouwt dit met een overzicht van gedane overboekingen aan Flanderijn. Unive heeft voldoende onderbouwd dat de dossiernummers van de aangevoerde overboekingen niet zien op de met haar gesloten betalingsregeling, maar op andere vorderingen die Flanderijn heeft op [gedaagde] . Hiermee staat vast dat [gedaagde] de betalingsregeling niet is nagekomen en dat de regeling daarmee is komen te vervallen. [gedaagde] wordt dan ook veroordeeld om € 1.541,76 aan achterstallige premie te betalen.
[gedaagde] moet incassokosten van € 288,90 betalen
2.4.
De incassokosten van € 288,90 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
[gedaagde] moet rente betalen
2.5.
De rente wordt toegewezen, omdat Unive genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Unive moet betalen op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 372,00 aan griffierecht, € 408,00 aan salaris voor de gemachtigde (2punten x € 204,00) en € 102,00 aan nakosten. Dat is in totaal € Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Unive dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Unive te betalen € 1.541,76 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf 26 juni 2019 heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Unive worden begroot op € 1.019,39. met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
64039