Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-14
ECLI:NL:RBROT:2025:2938
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,219 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/691037 / JE RK 24-2663
Datum uitspraak: 14 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ([geboorteland] ), hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 13 december 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [persoon A] , de zus van [voornaam minderjarige] , als informant;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. De moeder was naar de rechtbank gekomen, maar heeft deze verlaten voor de start van de zitting omdat zij ziek was.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Feiten
2.1.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij haar zus.
2.3.
Bij beschikking van 19 januari 2024 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 19 januari 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. [voornaam minderjarige] moet worden aangemeld bij een afkickkliniek, omdat zij therapie in combinatie met verslavingsbehandeling nodig heeft. Aanmelding bij Youz wordt overwogen, maar omdat [voornaam minderjarige] daar al twee keer is geweest, is het onzeker of zij daar nog terechtkan. Een andere optie is De Hoop in Dordrecht. [voornaam minderjarige] is nog niet aangemeld door de GI. Juist is dat de afgelopen periode er zo goed als niets is gebeurd in de ondertoezichtstelling. Dit heeft met de ‘caseload’ te maken. Wat betreft [voornaam minderjarige] ’s wens om een nieuwe jeugdbeschermer te krijgen, wordt dit voorgelegd aan de GI. Zolang geen nieuwe jeugdbeschermer wordt toegewezen, zal de huidige jeugdbeschermer uitvoering blijven geven aan de ondertoezichtstelling in afwachting van een beslissing van de GI.
4De informant
De zus geeft ter zitting aan dat het grootste zorgpunt het drugsgebruik van [voornaam minderjarige] is. Wanneer [voornaam minderjarige] gebruikt, heeft zij geen interesse in iets anders en veroorzaakt zij veel problemen. [voornaam minderjarige] is een lief meisje dat graag beter wil worden. Haar schoolgang is een zorg. [voornaam minderjarige] heeft veel moeite met opstaan in de ochtend en het wakker maken gaat vaak gepaard met ruzie. Hoewel [voornaam minderjarige] school leuk vindt, lukt het haar niet om daar naartoe te gaan wanneer zij niet clean is. [voornaam minderjarige] heeft de afgelopen periode geen hulp of steun ontvangen vanuit de GI. [voornaam minderjarige] heeft meerdere malen gebeld om een afspraak te maken, maar zij wordt niet teruggebeld door de GI. Er is al heel lang geen contact meer geweest met de jeugdbeschermer, terwijl [voornaam minderjarige] gemotiveerd is om zich te laten behandelen. Om die reden wil [voornaam minderjarige] een andere jeugdbeschermer. Het is niet iets persoonlijks tegen deze jeugdbeschermer.
Beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
5.2.
[voornaam minderjarige] wordt nog altijd ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. De zorgen die in de beschikking van 19 januari 2024 zijn beschreven, zijn onverminderd aanwezig. De grootste zorg betreft haar middelengebruik en het daarin terugvallen. Het is dan ook van cruciaal belang dat [voornaam minderjarige] op zeer korte termijn de benodigde hulp krijgt om hieraan te werken. Positief is dat [voornaam minderjarige] tijdens het kindgesprek aangeeft gemotiveerd te zijn om naar een afkickkliniek te gaan, waarbij zij niet alleen wil detoxen, maar ook behandeling wil volgen voor de aan haar verslaving onderliggende trauma’s. [voornaam minderjarige] erkent dat zij hulp nodig heeft om haar trauma’s te verwerken, omdat anders de kans op terugval in middelengebruik groter is.
5.3.
Gezien de zorgen is het noodzakelijk dat de jeugdbeschermer betrokken blijft en daarom zal de ondertoezichtstelling verlengd worden. De kinderrechter ziet in de omstandigheid dat de afgelopen maanden in de ondertoezichtstelling weinig is gebeurd, terwijl [voornaam minderjarige] hard hulp nodig heeft, aanleiding de ondertoezichtstelling voor een kortere duur te verlengen dan is gevraagd om zo vinger aan de pols te houden. De kinderrechter doet dit ook om te zien of uitvoering is gegeven aan de wens van [voornaam minderjarige] om een andere jeugdbeschermer te krijgen. De GI dient hierover op heel korte termijn met [voornaam minderjarige] in gesprek te gaan en daarover een beslissing te nemen. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling verlengen met zes maanden. De beslissing op het overige wordt aangehouden tot de nader te noemen zitting. Het is aan de GI om [voornaam minderjarige] zo spoedig mogelijk aan te melden bij Youz en/of De Hoop en de hulpverlening voor haar in te zetten die zo noodzakelijk is.
5.4.
De GI wordt verzocht om uiterlijk twee weken vóór de zitting de rechtbank te informeren via een briefrapportage over de stand van zaken en daarbij aan te geven of het verzoek wordt gehandhaafd.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 19 juli 2025;
en alvorens verder te beslissen:
6.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot 1 juni 2025 pro forma;
6.3.
bepaalt dat de GI, de moeder en de vader op de genoemde pro forma datum niet ter zitting hoeven te verschijnen;
6.4.
verzoekt de GI uiterlijk vóór 18 mei 2025 de door de kinderrechter verzochte rapportage toe te sturen met een afschrift aan de belanghebbenden;
6.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2025 door mr. H. Benaissa, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 23 januari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 1:260, eerste lid, BW.