Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-17
ECLI:NL:RBROT:2025:265
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,113 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11078098 CV EXPL 24-11456
datum uitspraak: 17 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Firat Bakkerij B.V.,
vestigingsplaats: Hedel,
eiseres,
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Firat Bakkerij’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 29 april 2024, met bijlagen;
het antwoord;
de akte van Firat Bakkerij van 15 augustus 2024, met bijlagen.
1.2.
Op 17 december 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig mr. I.J.M. van Setten en [naam] namens de gemachtigde van Firat Bakkerij en [gedaagde].
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
Firat Bakkerij stelt dat [gedaagde] bij haar Turkse pizza’s heeft besteld in de periode van juni 2019 tot en met oktober 2019. Zij heeft deze bestellingen afgeleverd, maar [gedaagde] heeft de facturen daarvan ter hoogte van € 1.218,81 niet betaald. Firat Bakkerij eist daarom in deze procedure dat hij dat alsnog doet. Omdat [gedaagde] de facturen niet op tijd heeft betaald, vordert Firat Bakkerij ook buitengerechtelijke incassokosten van € 182,82 en de wettelijke handelsrente die tot 28 maart 2024 € 573,40 bedraagt. In totaal vordert Firat Bakkerij € 1.975,03 met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de vordering. Hij betwist dat hij de bestellingen die ten grondslag liggen aan de facturen heeft gedaan. Verder heeft hij eerder geen facturen of betalingsherinneringen ontvangen.
2.3.
De vordering van Firat Bakkerij wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarop deze beslissing is gebaseerd.
Waarom wordt de vordering afgewezen?
2.4.
[gedaagde] heeft ter zitting zijn betwisting van de vordering nader toegelicht en verklaard dat hij in de betreffende periode de pizza’s zelf maakte in zijn restaurant. [gedaagde] heeft destijds weliswaar nog een aantal keer bij Firat Bakkerij Turkse pizza’s besteld omdat zijn machine toen was stukgegaan, maar die bestellingen heeft hij al betaald. Firat Bakkerij erkent ook dat die bestellingen zijn betaald onder verwijzing naar productie 3. Het had dan ook op de weg gelegen van Firat Bakkerij om de verschuldigdheid van de onderhavige facturen nader te onderbouwen, maar dat heeft zij niet gedaan. Betalingsherinneringen of aanmaningen waarvan [gedaagde] betwist die te hebben ontvangen, heeft Firat Bakkerij ook niet overgelegd. Zij heeft enkel een aantal facturen met een betaaloverzicht overgelegd en dat is onvoldoende. Niet gebleken is dus dat [gedaagde] de gefactureerde bestellingen heeft gedaan.
De geëiste hoofdsom wordt dan ook afgewezen.
Geen incassokosten en rente
2.5.
Omdat de door Firat Bakkerij geëiste hoofdsom wordt afgewezen, worden de daaraan gekoppelde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente eveneens afgewezen.
Proceskosten
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van Firat Bakkerij, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Firat Bakkerij aan [gedaagde] moet betalen op € 50,-. Dit is een forfaitair bedrag dat bestaat uit de noodzakelijke reis- en verletkosten die [gedaagde] heeft moeten maken om op de mondelinge behandeling te verschijnen (artikel 238 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt Firat Bakkerij in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot nu toe worden begroot op € 50,- aan noodzakelijke reis- en verletkosten.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
53954