Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-16
ECLI:NL:RBROT:2025:2053
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,443 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/691780 / HA RK 24-1183
Beschikking van 16 januari 2025
in de zaak van
[verzoeker]
,
woonplaats: [plaats 1] ,
verzoeker,
advocaat mr. T.J. Fluitman te Rotterdam.
1Het procesverloop
1.1.
Op 27 december 2024 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoeker om een vereffenaar te benoemen op grond van artikel 4:203 lid 1 onder a BW, met producties.
1.2.
Omdat er geen belanghebbenden bekend zijn en verzoeker geen behoefte heeft aan een mondelinge behandeling, doet de rechtbank zonder mondelinge behandeling uitspraak.
Beoordeling
2.1.
Verzoeker vraagt om mr. A.C. de Bakker tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van de heer [overledene] (hierna: de overledene), die op [overlijdensdatum] is overleden in [overlijdensplaats] . De rechtbank wijst het verzoek toe. Hierna wordt toegelicht hoe tot dit oordeel is gekomen.
2.2.
De rechtbank kan als een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard (de zogenaamde beneficiaire aanvaarding) een vereffenaar benoemen op verzoek van een erfgenaam (artikel 4:203 lid 1 onder a BW).
2.3.
Aan deze twee voorwaarden is voldaan, want verzoeker heeft de nalatenschap van de overledene beneficiair aanvaard (zowel vanwege zijn minderjarige leeftijd ten tijde van het overlijden van erflater als bij akte van 18 november 2024) en verzoeker is erfgenaam van de overledene. De overledene heeft namelijk bij testament van 16 december 2008 over zijn nalatenschap beschikt en daarin verzoeker samen met mevrouw [erfgenaam] (hierna: [erfgenaam] ) tot erfgenaam benoemd. De overledene heeft daarnaast gebruik gemaakt van een tweetrapsmaking, waarbij is bepaald dat hetgeen [erfgenaam] uit de nalatenschap van de overledene heeft verkregen en op het moment van overlijden van [erfgenaam] onverteerd heeft gelaten, ten deel zal vallen aan verzoeker. Door het overlijden van [erfgenaam] is aan de ontbindende/opschortende voorwaarde voldaan, zodat verzoeker met het overlijden van [erfgenaam] de enige erfgenaam van de overledene is geworden.
2.4.
Verzoeker heeft ook voldoende toegelicht dat hij er een belang bij heeft als een vereffenaar wordt benoemd. De nalatenschap van de overledene is namelijk door het overlijden van [erfgenaam] voor de tweede keer opengevallen. De overledene had in zijn testament de wettelijke verdeling van toepassing verklaard, waardoor verzoeker wat zijn erfdeel betreft slechts een vorderingsrecht kreeg op [erfgenaam] . Het onder de tweetrap vallende vermogen komt door het overlijden van [erfgenaam] aan verzoeker toe. Volgens de executeur in de nalatenschap van [erfgenaam] (mevrouw. [executeur] ) had echter de overledene veel schulden, waaronder aanzienlijke vorderingen van [erfgenaam] op de overledene. Het is gelet hierop onduidelijk wat de samenstelling was van het bezwaard vermogen. Verzoeker stelt over onvoldoende kennis en kunde te beschikken om de nalatenschap van de overledene te vereffenen. Gelet hierop heeft verzoeker voldoende onderbouwd dat er een belang is om een vereffenaar te benoemen. Deze vereffenaar heeft ook als taak om de schulden van de nalatenschap te voldoen.
2.5.
Het verzoek is gelet op het voorgaande voor toewijzing vatbaar. Op grond van artikel 4:206 lid 1 BW moet de rechtbank echter, voor zover zij bestaan en bekend zijn, de erfgenamen van de overledene, de executeur en de boedelnotaris horen voordat zij beslist op het verzoek om een vereffenaar te benoemen. Verzoeker en [erfgenaam] zijn de erfgenamen van de overledene. Verzoeker ziet af van zijn recht op een mondelinge behandeling en [erfgenaam] is door haar overlijden en de tweetrapsmaking geen erfgenaam meer. Er is daarnaast ook geen bekende executeur of boedelnotaris.
2.6.
Het verzoek wordt gelet op het voorgaande toegewezen. De rechtbank benoemt de door verzoeker voorgestelde vereffenaar, mr. A.C. de Bakker, tot vereffenaar, die zich daartoe ook bereid heeft verklaard. De vereffenaar moet de benoeming zelf bekend maken in de Staatscourant.
2.7.
De benoeming van de vereffenaar wordt, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv).
Dictum
De rechtbank
3.1.
benoemt mr. A.C. de Bakker (verbonden aan het advocatenkantoor De Bakker Advocaten & Erfrechtspecialisten te Hendrik-Ido-Ambacht, postadres: Postbus 175, 3341 AD te Hendrik-Ido-Ambacht) tot vereffenaar in de nalatenschap van:
[overledene]
,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
laatstelijk wonende in [plaats 2] ,
overleden op [overlijdensdatum] in [overlijdensplaats] ,
3.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant;
3.4.
verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW;
3.5.
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Rotterdam, op de hoogte te stellen van deze benoeming.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2025.
3120