Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-12-04
ECLI:NL:RBROT:2025:15747
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
8,053 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2025:15747 text/xml public 2026-04-10T14:09:32 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2025-12-04 11709917 VZ VERZ 25-3580 en 11707291 VZ VERZ 25-3553 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15747 text/html public 2026-04-10T14:07:36 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2025:15747 Rechtbank Rotterdam , 04-12-2025 / 11709917 VZ VERZ 25-3580 en 11707291 VZ VERZ 25-3553 Ontslag op staande voet is geldig. Werknemer internationaal opererende bank heeft status werklocatie regelmatig onjuist ingevuld. Werknemer verklaart hierover niet concreet, wisselend en inconsequent. Werknemer moet gefixeerde schadevergoeding aan werkgever betalen. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11709917 VZ VERZ 25-3580 en 11707291 VZ VERZ 25-3553 datum uitspraak: 4 december 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van [persoon A] , woonplaats: [woonplaats] , verzoeker en verweerder, gemachtigde: mr. N.M. Fakiri, tegen Bunq B.V. , vestigingsplaats: Amsterdam, verweerster en verzoekster, gemachtigde: mr. J.L.R. Kenens. De partijen worden hierna ‘ [persoon A] ’ en ‘Bunq’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: - het verzoekschrift van [persoon A] , met bijlagen; het verweerschrift van Bunq, met bijlagen; het verzoekschrift van Bunq , met bijlagen; het verweerschrift van [persoon A] ; de aanvullende bijlage 14 van Bunq; de pleitaantekeningen van beide partijen. 1.2. Op 23 september 2025 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met de partijen besproken op de locatie Dordrecht. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [persoon A] werkte sinds 2024 bij Bunq als [naam functie] . Hij is op 20 maart 2025 op staande voet ontslagen. Dit, kort gezegd omdat hij volgens Bunq meerdere keren digitaal zijn status, de plaats waar hij zich zou bevinden, heeft ingesteld op ‘kantoor Rotterdam’, terwijl hij daar niet was. [persoon A] legt zich neer bij het ontslag en vraagt om een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een vergoeding voor onregelmatige opzegging. Bunq vindt dat alle verzoeken van [persoon A] moeten worden afgewezen en vraagt zelf om een ‘gefixeerde’ schadevergoeding. [persoon A] wordt in het ongelijk gesteld. Het ontslag is namelijk geldig. Bunq hoeft daarom geen enkele vergoeding aan [persoon A] te betalen. [persoon A] moet wel een gefixeerde schadevergoeding aan Bunq betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de uitkomst is. Het ontslag is geldig 2.2. [persoon A] krijgt geen billijke vergoeding. Die kan namelijk alleen worden toegekend als het ontslag niet geldig is (artikel 7:681 lid 1 onder a BW). Daar is in dit geval geen sprake van, want er is voldaan aan de voorwaarden voor een ontslag op staande voet. Dat zijn kort gezegd een dringende reden, onverwijld opzeggen en onverwijld mededelen van de reden (artikel 7:671 lid 1 onder c BW en artikel 7:677 BW). Er is een dringende reden 2.3. Er is een dringende reden voor ontslag op staande voet. Met een dringende reden wordt bedoeld één of meer eigenschappen en/of gedragingen van de werknemer die het voor de werkgever onmogelijk maken om door te gaan met het dienstverband (artikel 7:678 lid 1 BW). Of er een dringende reden is moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden. Hierna wordt uitgelegd waarom hier sprake is van een dringende reden. Status onjuist ingevuld 2.3.1. Bunq is een internationaal opererende bank, voor wie de werknemers deels thuis mogen werken. Na een inwerkperiode van 3 maanden, mogen werknemers twee dagen per week vanuit huis werken. Daarbij hanteert Bunq voor het inloggen om werkzaamheden te kunnen verrichten het ‘Okta-inlogsysteem’. Daarnaast hanteert zij een ‘Slack-systeem’ om onderling te kunnen communiceren, waarvan onderdeel uitmaakt de ‘Slack-status’, die de werknemer aan het begin van de werkdag moet invullen om zijn werklocatie door te geven. Aan deze opgegeven status is automatisch de eventuele reisvergoeding voor woon-en werkverkeer gekoppeld. Daarnaast werkt met Bunq met biomedische gegevens, zoals gezichtsherkenning en vingerprint, die in de kantoorgebouwen worden verzameld bij deuren en andere punten. 2.3.2. Bunq heeft een overzicht gemaakt waarin zij de door [persoon A] ingevulde status per dag vergelijkt met zijn biometrische gegevens en OKTA-inloggegevens. Daaruit blijkt dat er in een periode van drie maanden 21 dagen zijn waarop [persoon A] zelf zijn status heeft ingesteld op ‘kantoor Rotterdam’, terwijl uit de andere gegevens of anderszins niet blijkt dat hij daar die dag daadwerkelijk is geweest. De vragen, of het klopt dat hij op meerdere dagen zijn status onjuist heeft ingevuld, beantwoordt [persoon A] niet concreet of wisselend en inconsequent. Hij zet vooral vraagtekens bij alle informatie die Bunq geeft en voert aan dat hij niet goed op de hoogte was van de protocollen en werkwijzen binnen Bunq. Maar blijkbaar wist [persoon A] weldegelijk dat hij zijn status iedere dag moest invullen, want hij heeft dat iedere dag gedaan. Dit staat overigens ook in de arbeidsovereenkomst, in het handboek van Bunq en [persoon A] heeft er nota bene zelf (per e-mail) een specifieke vraag over gesteld aan de HR-afdeling van het kantoor Amsterdam. [persoon A] gaf dus iedere ochtend digitaal, zoals dat de bedoeling was, via zijn status aan waar hij die dag was, maar die status lijkt regelmatig niet overeen te komen met zijn daadwerkelijke aanwezigheid die dag. 2.3.3. Het verweer van [persoon A] dat alle biometrische gegevens buiten beschouwing moeten worden gelaten omdat het ‘onrechtmatig verkregen bewijs’ is, wordt niet gevolgd. Dat Bunq voor deze inbreuk op privacy toestemming van de ondernemingsraad had moeten hebben, is onjuist alleen al omdat Bunq geen ondernemingsraad heeft, terwijl niet is gebleken dat haar bedrijfsinrichting dat vereist. Bovendien heeft [persoon A] zelf toestemming gegeven voor het gebruiken van zijn biometrische gegevens voor de toe- en uitgang van het kantoorpand, terwijl hij ook een andere keuzemogelijkheid had, namelijk het gebruik van een toegangspas. 2.3.4. [persoon A] betwist niet zozeer de juistheid van de biometrische gegevens, maar volgens hem sluiten deze niet uit de mogelijkheid dat hij een dag wel op kantoor aanwezig was, maar dat er die dag geen biometrische gegevens van hem zijn geregistreerd. Hij zou die gehele dag achter andere personen aan door de deuren zijn gelopen, de toilet niet hebben gebruikt (want dit hebben gedaan in een broodjeszaak) etc. Dat standpunt staat echter op gespannen voet met de vele registraties op dagen dat [persoon A] wel op kantoor was. Het klopt weliswaar dat er op enkele dagen geen registratie is bij de in- of uitgang, terwijl [persoon A] wel op kantoor was, maar niet dat er op die dagen geen andere registraties zijn. [persoon A] heeft verder ook geen begin van onderbouwing van zijn standpunt gegeven. Hij heeft van niet één van de door Bunq genoemde 21 litigieuze dagen, op welke wijze ook, onderbouwd dat hij wel op kantoor Rotterdam aanwezig was, terwijl hij daartoe wel in staat zou moeten zijn. Tijdens de zitting heeft de kantonrechter [persoon A] gevraagd hoe hij naar het werk reisde en zijn antwoord op die vraag was ‘met de tram’. Toen de kantonrechter opperde dat hij dan wellicht met afschriften van de tramkosten kon aantonen dat hij op de betreffende dagen wel naar kantoor was gereisd, veranderde het standpunt van [persoon A] in: ‘Soms reisde ik met de auto.’ Dit is typerend voor de manier waarop [persoon A] zich in deze zaak opstelt. Tegen deze achtergrond stelt de kantonrechter vast dat [persoon A] op de betreffende 21 dagen zijn status onjuist heeft ingevuld, omdat hij dat onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Manier van werken is geen verklaring 2.3.5. Het betoog van [persoon A] over zijn manier van werken, inhoudende dat hij tijdens zijn ontbijt om 7 uur ’s ochtends al inlogde en zijn status alvast instelde op kantoor terwijl hij daar pas om 9 uur was of naartoe ging, kan hem niet helpen.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2025:15747 text/xml public 2026-04-14T14:23:37 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2025-12-04 11709917 VZ VERZ 25-3580 en 11707291 VZ VERZ 25-3553 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0567 VAAN-AR-Updates.nl 2026-0567 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15747 text/html public 2026-04-10T14:07:36 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2025:15747 Rechtbank Rotterdam , 04-12-2025 / 11709917 VZ VERZ 25-3580 en 11707291 VZ VERZ 25-3553 Ontslag op staande voet is geldig. Werknemer internationaal opererende bank heeft status werklocatie regelmatig onjuist ingevuld. Werknemer verklaart hierover niet concreet, wisselend en inconsequent. Werknemer moet gefixeerde schadevergoeding aan werkgever betalen. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11709917 VZ VERZ 25-3580 en 11707291 VZ VERZ 25-3553 datum uitspraak: 4 december 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van [persoon A] , woonplaats: [woonplaats] , verzoeker en verweerder, gemachtigde: mr. N.M. Fakiri, tegen Bunq B.V. , vestigingsplaats: Amsterdam, verweerster en verzoekster, gemachtigde: mr. J.L.R. Kenens. De partijen worden hierna ‘ [persoon A] ’ en ‘Bunq’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: - het verzoekschrift van [persoon A] , met bijlagen; het verweerschrift van Bunq, met bijlagen; het verzoekschrift van Bunq , met bijlagen; het verweerschrift van [persoon A] ; de aanvullende bijlage 14 van Bunq; de pleitaantekeningen van beide partijen. 1.2. Op 23 september 2025 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met de partijen besproken op de locatie Dordrecht. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1. [persoon A] werkte sinds 2024 bij Bunq als [naam functie] . Hij is op 20 maart 2025 op staande voet ontslagen. Dit, kort gezegd omdat hij volgens Bunq meerdere keren digitaal zijn status, de plaats waar hij zich zou bevinden, heeft ingesteld op ‘kantoor Rotterdam’, terwijl hij daar niet was. [persoon A] legt zich neer bij het ontslag en vraagt om een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een vergoeding voor onregelmatige opzegging. Bunq vindt dat alle verzoeken van [persoon A] moeten worden afgewezen en vraagt zelf om een ‘gefixeerde’ schadevergoeding. [persoon A] wordt in het ongelijk gesteld. Het ontslag is namelijk geldig. Bunq hoeft daarom geen enkele vergoeding aan [persoon A] te betalen. [persoon A] moet wel een gefixeerde schadevergoeding aan Bunq betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de uitkomst is. Het ontslag is geldig 2.2. [persoon A] krijgt geen billijke vergoeding. Die kan namelijk alleen worden toegekend als het ontslag niet geldig is (artikel 7:681 lid 1 onder a BW). Daar is in dit geval geen sprake van, want er is voldaan aan de voorwaarden voor een ontslag op staande voet. Dat zijn kort gezegd een dringende reden, onverwijld opzeggen en onverwijld mededelen van de reden (artikel 7:671 lid 1 onder c BW en artikel 7:677 BW). Er is een dringende reden 2.3. Er is een dringende reden voor ontslag op staande voet. Met een dringende reden wordt bedoeld één of meer eigenschappen en/of gedragingen van de werknemer die het voor de werkgever onmogelijk maken om door te gaan met het dienstverband (artikel 7:678 lid 1 BW). Of er een dringende reden is moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden. Hierna wordt uitgelegd waarom hier sprake is van een dringende reden. Status onjuist ingevuld 2.3.1. Bunq is een internationaal opererende bank, voor wie de werknemers deels thuis mogen werken. Na een inwerkperiode van 3 maanden, mogen werknemers twee dagen per week vanuit huis werken. Daarbij hanteert Bunq voor het inloggen om werkzaamheden te kunnen verrichten het ‘Okta-inlogsysteem’. Daarnaast hanteert zij een ‘Slack-systeem’ om onderling te kunnen communiceren, waarvan onderdeel uitmaakt de ‘Slack-status’, die de werknemer aan het begin van de werkdag moet invullen om zijn werklocatie door te geven. Aan deze opgegeven status is automatisch de eventuele reisvergoeding voor woon-en werkverkeer gekoppeld. Daarnaast werkt met Bunq met biomedische gegevens, zoals gezichtsherkenning en vingerprint, die in de kantoorgebouwen worden verzameld bij deuren en andere punten. 2.3.2. Bunq heeft een overzicht gemaakt waarin zij de door [persoon A] ingevulde status per dag vergelijkt met zijn biometrische gegevens en OKTA-inloggegevens. Daaruit blijkt dat er in een periode van drie maanden 21 dagen zijn waarop [persoon A] zelf zijn status heeft ingesteld op ‘kantoor Rotterdam’, terwijl uit de andere gegevens of anderszins niet blijkt dat hij daar die dag daadwerkelijk is geweest. De vragen, of het klopt dat hij op meerdere dagen zijn status onjuist heeft ingevuld, beantwoordt [persoon A] niet concreet of wisselend en inconsequent. Hij zet vooral vraagtekens bij alle informatie die Bunq geeft en voert aan dat hij niet goed op de hoogte was van de protocollen en werkwijzen binnen Bunq. Maar blijkbaar wist [persoon A] weldegelijk dat hij zijn status iedere dag moest invullen, want hij heeft dat iedere dag gedaan. Dit staat overigens ook in de arbeidsovereenkomst, in het handboek van Bunq en [persoon A] heeft er nota bene zelf (per e-mail) een specifieke vraag over gesteld aan de HR-afdeling van het kantoor Amsterdam. [persoon A] gaf dus iedere ochtend digitaal, zoals dat de bedoeling was, via zijn status aan waar hij die dag was, maar die status lijkt regelmatig niet overeen te komen met zijn daadwerkelijke aanwezigheid die dag. 2.3.3. Het verweer van [persoon A] dat alle biometrische gegevens buiten beschouwing moeten worden gelaten omdat het ‘onrechtmatig verkregen bewijs’ is, wordt niet gevolgd. Dat Bunq voor deze inbreuk op privacy toestemming van de ondernemingsraad had moeten hebben, is onjuist alleen al omdat Bunq geen ondernemingsraad heeft, terwijl niet is gebleken dat haar bedrijfsinrichting dat vereist. Bovendien heeft [persoon A] zelf toestemming gegeven voor het gebruiken van zijn biometrische gegevens voor de toe- en uitgang van het kantoorpand, terwijl hij ook een andere keuzemogelijkheid had, namelijk het gebruik van een toegangspas. 2.3.4. [persoon A] betwist niet zozeer de juistheid van de biometrische gegevens, maar volgens hem sluiten deze niet uit de mogelijkheid dat hij een dag wel op kantoor aanwezig was, maar dat er die dag geen biometrische gegevens van hem zijn geregistreerd. Hij zou die gehele dag achter andere personen aan door de deuren zijn gelopen, de toilet niet hebben gebruikt (want dit hebben gedaan in een broodjeszaak) etc. Dat standpunt staat echter op gespannen voet met de vele registraties op dagen dat [persoon A] wel op kantoor was. Het klopt weliswaar dat er op enkele dagen geen registratie is bij de in- of uitgang, terwijl [persoon A] wel op kantoor was, maar niet dat er op die dagen geen andere registraties zijn. [persoon A] heeft verder ook geen begin van onderbouwing van zijn standpunt gegeven. Hij heeft van niet één van de door Bunq genoemde 21 litigieuze dagen, op welke wijze ook, onderbouwd dat hij wel op kantoor Rotterdam aanwezig was, terwijl hij daartoe wel in staat zou moeten zijn. Tijdens de zitting heeft de kantonrechter [persoon A] gevraagd hoe hij naar het werk reisde en zijn antwoord op die vraag was ‘met de tram’. Toen de kantonrechter opperde dat hij dan wellicht met afschriften van de tramkosten kon aantonen dat hij op de betreffende dagen wel naar kantoor was gereisd, veranderde het standpunt van [persoon A] in: ‘Soms reisde ik met de auto.’ Dit is typerend voor de manier waarop [persoon A] zich in deze zaak opstelt. Tegen deze achtergrond stelt de kantonrechter vast dat [persoon A] op de betreffende 21 dagen zijn status onjuist heeft ingevuld, omdat hij dat onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Manier van werken is geen verklaring 2.3.5. Het betoog van [persoon A] over zijn manier van werken, inhoudende dat hij tijdens zijn ontbijt om 7 uur ’s ochtends al inlogde en zijn status alvast instelde op kantoor terwijl hij daar pas om 9 uur was of naartoe ging, kan hem niet helpen.
Volledig
Als dit het geval was, zou [persoon A] de verplichte werkuren gewoon op kantoor aanwezig en gedetecteerd zijn. Dat is op de betreffende 21 dagen nu juist niet het geval. [persoon A] bagatelliseert de situatie onterecht 2.3.6. [persoon A] rekent voor dat de 21 dagen zijn geconstateerd in een tijdsbestek van 3 maanden en bedoelt daarmee aan te geven dat het wel meevalt. De kantonrechter vindt dat [persoon A] de situatie hiermee ten onrechte bagatelliseert; de status is bijna om de werkdag onjuist ingevuld. Financieel motief geen vereiste 2.3.7. [persoon A] voert aan dat hij geen enkel motief had om te frauderen. Als hij had willen frauderen voor financieel gewin, had hij bovendien beter het kantoor in Amsterdam kunnen opgeven als werkplek in plaats van Rotterdam, zodat hij meer reiskosten had gekregen. Hier gaat de kantonrechter niet in mee. Afgezien van het feit dat [persoon A] nu juist aan de afdeling van het kantoor Amsterdam vragen had gesteld over het invullen van de status en de daarin verbonden reisvergoeding, zodat onwetendheid bij dat kantoor niet vol te houden was, geldt dat minder lucratieve fraude dan mogelijk, nog steeds fraude is. Er zijn voorts ook andere motieven te bedenken voor de handelwijze van [persoon A] . Mogelijk vond hij de twee dagen, die hij thuis mocht werken, te weinig en heeft hij daarom op dagen ingevuld dat hij op kantoor was terwijl hij thuis werkte. Bunq heeft voorts onbetwist gesteld dat [persoon A] zijn status vaak had staan op ‘focus/busy’, dus niet bereikbaar, ook als hij thuis werkte. [persoon A] heeft geen uitleg gegeven waarom hij deze status gebruikte op de dagen dat hij thuis werkte, wat vragen kan oproepen. Afgezien van het voorgaande geldt dat niet van belang is wat de exacte motieven waren voor [persoon A] om zijn aanwezigheid onjuist te registreren. Terecht verlies van vertrouwen 2.3.8. Het gaat erom dat Bunq haar vertrouwen in [persoon A] door zijn wijze van handelen is verloren. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [persoon A] Bunq hiertoe voldoende aanleiding gegeven. Bunq is een bedrijf dat thuiswerken deels faciliteert en internationaal opereert. Zij geeft werknemers dus vrijheid, maar verwacht, en mag verwachten, anderzijds dat de werknemers daar correct en ook integer mee omgaan. Dit is essentieel voor deze wijze van bedrijfsvoering. De omstandigheid dat [persoon A] notabene op de afdeling ‘fraude’ werkte in combinatie met de ontbrekende of wisselende en weinig geloofwaardige verklaringen over zijn handelwijze en daarmee het gebrek aan openheid en zelfinzicht, maakt dat het handelen van [persoon A] voor Bunq onder de gegeven omstandigheden een dringende reden is. Bunq heeft niet te voortvarend gehandeld door [persoon A] op staande voet te ontslaan. Zij heeft [persoon A] ook nog eerst de kans gegeven om een vaststellingsovereenkomst te tekenen, maar [persoon A] heeft er zelf voor gekozen om dit niet te doen. Dat maakt in dit geval dat eventuele nadelige gevolgen van een ontslag op staande voet voor zijn eigen rekening en risico zijn. Er is onverwijld opgezegd en de reden is onverwijld medegedeeld 2.4. Bunq heeft voldaan aan het vereiste om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen en de reden voor het ontslag onverwijld aan [persoon A] te laten weten. 2.5. Dat Bunq mogelijk eerder dan op 13 maart al bekend was met het onjuist invullen door [persoon A] van de werklocatie maakt niet dat het ontslag op 20 maart niet onverwijld is gegeven. Bunq mocht/moest er rekening mee houden dat [persoon A] soms en per ongeluk de verkeerde status invulde. Bunq heeft [persoon A] in ieder geval op 13 maart ‘op heterdaad betrapt’. Zij heeft toen, zoals dat hoort, onderzoek gedaan en de werknemer in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over de geconstateerde discrepantie van de status. [persoon A] heeft overigens niet benoemd wanneer Bunq dan al op de hoogte zou zijn geraakt van het invullen van verkeerde statussen. Ook als Bunq op 13 maart direct heeft benoemd dat een ontslag dreigde, betekent dit niet dat het ontslag niet onverwijld is gegeven omdat er nadien nog onderzoek is gedaan met ook hoor- en wederhoor. Dit is juist zorgvuldig. 2.6. [persoon A] geeft in deze procedure aan dat hij graag had willen praten over de situatie, maar die kans heeft hij gekregen op 17 maart en daar heeft hij geen gebruik van gemaakt. Hij heeft toen wel gevraagd om alle bewijsstukken en die heeft Bunq hem direct toegestuurd. [persoon A] kreeg daarbij tot 18 maart om 09:00 uur om daar op te reageren. [persoon A] heeft Bunq vervolgens geen enkele reden gegeven om te twijfelen aan de gegevens of de conclusie daaruit van Bunq. [persoon A] vindt dat de gegeven termijn om te reageren te kort dag was. Waar [persoon A] dus eerder betwist dat er onverwijld is opgezegd, verwijt zij Bunq hier te snel handelen. De kantonrechter acht de gegeven termijn om te reageren niet te kort. Ook uit het feit dat [persoon A] tijdens de zitting op niet één punt iets concreets tegen de gegevens heeft ingebracht, blijkt dat [persoon A] door de korte termijn niet in zijn belangen is geschaad. Dat Bunq [persoon A] op 18 maart nog de mogelijkheid heeft geboden om uiterlijk 20 maart in te stemmen met een vaststellingsovereenkomst is een geste geweest aan [persoon A] en getuigt van zeer loyaal werkgeverschap. Het staat de onverwijldheid van het gegeven ontslag niet in de weg. Bunq hoeft geen transitievergoeding te betalen 2.7. Bunq hoeft geen transitievergoeding aan [persoon A] te betalen, omdat het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [persoon A] (artikel 7:673 lid 7 BW). Bunq hoeft geen vergoeding voor onregelmatige opzegging te betalen 2.8. Omdat het ontslag geldig is, gold voor Bunq geen opzegtermijn. Daarom heeft [persoon A] geen recht op een vergoeding voor onregelmatige opzegging (artikel 7:672 lid 11 BW). [persoon A] moet een gefixeerde schadevergoeding betalen 2.9. Bunq heeft recht op een gefixeerde schadevergoeding, omdat [persoon A] door opzet of schuld aan Bunq een dringende reden heeft gegeven voor het ontslag op staande voet (artikel 7:677 lid 2 en 3 BW). Op basis van het loon en de opzegtermijn die geldt voor [persoon A] is de hoogte van de gefixeerde schadevergoeding € 6.254,67. Dit bedrag moet [persoon A] aan Bunq betalen, te vermeerderen met de gevorderde, en niet betwiste, wettelijke rente vanaf de dag dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd tot de dag der algehele voldoening. [persoon A] moet de proceskosten betalen 2.10. De proceskosten komen voor rekening van [persoon A] , omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die [persoon A] aan Bunq moet betalen op € 1.357,- (1 x € 814,- en 1 x 543,- ) aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dit is totaal € 1.492,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als de uitspraak wordt betekend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad 2.11. Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. wijst alle verzoeken van [persoon A] af; 3.2. veroordeelt [persoon A] om aan Bunq de gefixeerde schadevergoeding van € 6.254,67 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2025 tot de dag van algehele voldoening, te betalen; 3.3. veroordeelt [persoon A] in de proceskosten, die aan de kant van Bunq tot vandaag worden vastgesteld op € 1.492,-; 3.4. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. W.P.M. Jurgens en in het openbaar uitgesproken. 703 Door de rechtbank ontvangen op 16 mei 2025, zaaknummer 11709917 VZ VERZ 25-3580 Door de rechtbank ontvangen op 19 mei 2025, zaaknummer 11707291 VZ VERZ 25-3553 De reiskosten werden automatisch berekend en uitgekeerd op basis van de status. Voor zaaknummer 11709917 VZ VERZ 25-3580 Voor zaaknummer 11707291 VZ VERZ 25-3553
Volledig
Als dit het geval was, zou [persoon A] de verplichte werkuren gewoon op kantoor aanwezig en gedetecteerd zijn. Dat is op de betreffende 21 dagen nu juist niet het geval. [persoon A] bagatelliseert de situatie onterecht 2.3.6. [persoon A] rekent voor dat de 21 dagen zijn geconstateerd in een tijdsbestek van 3 maanden en bedoelt daarmee aan te geven dat het wel meevalt. De kantonrechter vindt dat [persoon A] de situatie hiermee ten onrechte bagatelliseert; de status is bijna om de werkdag onjuist ingevuld. Financieel motief geen vereiste 2.3.7. [persoon A] voert aan dat hij geen enkel motief had om te frauderen. Als hij had willen frauderen voor financieel gewin, had hij bovendien beter het kantoor in Amsterdam kunnen opgeven als werkplek in plaats van Rotterdam, zodat hij meer reiskosten had gekregen. Hier gaat de kantonrechter niet in mee. Afgezien van het feit dat [persoon A] nu juist aan de afdeling van het kantoor Amsterdam vragen had gesteld over het invullen van de status en de daarin verbonden reisvergoeding, zodat onwetendheid bij dat kantoor niet vol te houden was, geldt dat minder lucratieve fraude dan mogelijk, nog steeds fraude is. Er zijn voorts ook andere motieven te bedenken voor de handelwijze van [persoon A] . Mogelijk vond hij de twee dagen, die hij thuis mocht werken, te weinig en heeft hij daarom op dagen ingevuld dat hij op kantoor was terwijl hij thuis werkte. Bunq heeft voorts onbetwist gesteld dat [persoon A] zijn status vaak had staan op ‘focus/busy’, dus niet bereikbaar, ook als hij thuis werkte. [persoon A] heeft geen uitleg gegeven waarom hij deze status gebruikte op de dagen dat hij thuis werkte, wat vragen kan oproepen. Afgezien van het voorgaande geldt dat niet van belang is wat de exacte motieven waren voor [persoon A] om zijn aanwezigheid onjuist te registreren. Terecht verlies van vertrouwen 2.3.8. Het gaat erom dat Bunq haar vertrouwen in [persoon A] door zijn wijze van handelen is verloren. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [persoon A] Bunq hiertoe voldoende aanleiding gegeven. Bunq is een bedrijf dat thuiswerken deels faciliteert en internationaal opereert. Zij geeft werknemers dus vrijheid, maar verwacht, en mag verwachten, anderzijds dat de werknemers daar correct en ook integer mee omgaan. Dit is essentieel voor deze wijze van bedrijfsvoering. De omstandigheid dat [persoon A] notabene op de afdeling ‘fraude’ werkte in combinatie met de ontbrekende of wisselende en weinig geloofwaardige verklaringen over zijn handelwijze en daarmee het gebrek aan openheid en zelfinzicht, maakt dat het handelen van [persoon A] voor Bunq onder de gegeven omstandigheden een dringende reden is. Bunq heeft niet te voortvarend gehandeld door [persoon A] op staande voet te ontslaan. Zij heeft [persoon A] ook nog eerst de kans gegeven om een vaststellingsovereenkomst te tekenen, maar [persoon A] heeft er zelf voor gekozen om dit niet te doen. Dat maakt in dit geval dat eventuele nadelige gevolgen van een ontslag op staande voet voor zijn eigen rekening en risico zijn. Er is onverwijld opgezegd en de reden is onverwijld medegedeeld 2.4. Bunq heeft voldaan aan het vereiste om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen en de reden voor het ontslag onverwijld aan [persoon A] te laten weten. 2.5. Dat Bunq mogelijk eerder dan op 13 maart al bekend was met het onjuist invullen door [persoon A] van de werklocatie maakt niet dat het ontslag op 20 maart niet onverwijld is gegeven. Bunq mocht/moest er rekening mee houden dat [persoon A] soms en per ongeluk de verkeerde status invulde. Bunq heeft [persoon A] in ieder geval op 13 maart ‘op heterdaad betrapt’. Zij heeft toen, zoals dat hoort, onderzoek gedaan en de werknemer in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over de geconstateerde discrepantie van de status. [persoon A] heeft overigens niet benoemd wanneer Bunq dan al op de hoogte zou zijn geraakt van het invullen van verkeerde statussen. Ook als Bunq op 13 maart direct heeft benoemd dat een ontslag dreigde, betekent dit niet dat het ontslag niet onverwijld is gegeven omdat er nadien nog onderzoek is gedaan met ook hoor- en wederhoor. Dit is juist zorgvuldig. 2.6. [persoon A] geeft in deze procedure aan dat hij graag had willen praten over de situatie, maar die kans heeft hij gekregen op 17 maart en daar heeft hij geen gebruik van gemaakt. Hij heeft toen wel gevraagd om alle bewijsstukken en die heeft Bunq hem direct toegestuurd. [persoon A] kreeg daarbij tot 18 maart om 09:00 uur om daar op te reageren. [persoon A] heeft Bunq vervolgens geen enkele reden gegeven om te twijfelen aan de gegevens of de conclusie daaruit van Bunq. [persoon A] vindt dat de gegeven termijn om te reageren te kort dag was. Waar [persoon A] dus eerder betwist dat er onverwijld is opgezegd, verwijt zij Bunq hier te snel handelen. De kantonrechter acht de gegeven termijn om te reageren niet te kort. Ook uit het feit dat [persoon A] tijdens de zitting op niet één punt iets concreets tegen de gegevens heeft ingebracht, blijkt dat [persoon A] door de korte termijn niet in zijn belangen is geschaad. Dat Bunq [persoon A] op 18 maart nog de mogelijkheid heeft geboden om uiterlijk 20 maart in te stemmen met een vaststellingsovereenkomst is een geste geweest aan [persoon A] en getuigt van zeer loyaal werkgeverschap. Het staat de onverwijldheid van het gegeven ontslag niet in de weg. Bunq hoeft geen transitievergoeding te betalen 2.7. Bunq hoeft geen transitievergoeding aan [persoon A] te betalen, omdat het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [persoon A] (artikel 7:673 lid 7 BW). Bunq hoeft geen vergoeding voor onregelmatige opzegging te betalen 2.8. Omdat het ontslag geldig is, gold voor Bunq geen opzegtermijn. Daarom heeft [persoon A] geen recht op een vergoeding voor onregelmatige opzegging (artikel 7:672 lid 11 BW). [persoon A] moet een gefixeerde schadevergoeding betalen 2.9. Bunq heeft recht op een gefixeerde schadevergoeding, omdat [persoon A] door opzet of schuld aan Bunq een dringende reden heeft gegeven voor het ontslag op staande voet (artikel 7:677 lid 2 en 3 BW). Op basis van het loon en de opzegtermijn die geldt voor [persoon A] is de hoogte van de gefixeerde schadevergoeding € 6.254,67. Dit bedrag moet [persoon A] aan Bunq betalen, te vermeerderen met de gevorderde, en niet betwiste, wettelijke rente vanaf de dag dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd tot de dag der algehele voldoening. [persoon A] moet de proceskosten betalen 2.10. De proceskosten komen voor rekening van [persoon A] , omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die [persoon A] aan Bunq moet betalen op € 1.357,- (1 x € 814,- en 1 x 543,- ) aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dit is totaal € 1.492,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als de uitspraak wordt betekend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad 2.11. Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. wijst alle verzoeken van [persoon A] af; 3.2. veroordeelt [persoon A] om aan Bunq de gefixeerde schadevergoeding van € 6.254,67 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2025 tot de dag van algehele voldoening, te betalen; 3.3. veroordeelt [persoon A] in de proceskosten, die aan de kant van Bunq tot vandaag worden vastgesteld op € 1.492,-; 3.4. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. W.P.M. Jurgens en in het openbaar uitgesproken. 703 Door de rechtbank ontvangen op 16 mei 2025, zaaknummer 11709917 VZ VERZ 25-3580 Door de rechtbank ontvangen op 19 mei 2025, zaaknummer 11707291 VZ VERZ 25-3553 De reiskosten werden automatisch berekend en uitgekeerd op basis van de status. Voor zaaknummer 11709917 VZ VERZ 25-3580 Voor zaaknummer 11707291 VZ VERZ 25-3553