Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2025-12-31
ECLI:NL:RBROT:2025:15317
RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/710923 / KG ZA 25-1188 Vonnis in kort geding van 31 december 2025 in de zaak van 1 [eiser 1], 2. [eiser 2] , beiden wonende te Vleuten, eisende partijen in conventie, verwerende partijen in reconventie, hierna samen te noemen: [eisers], advocaat: mr. A. Kijl, tegen [gedaagde] , wonende te Ridderkerk, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde], mr. A.C. van ’t Hek. 1 De zaak in het kort 1.1. In deze zaak vorderen een influencer en zijn levenspartner om berichten (posts) op een juicekanaal te verwijderen, verwijderd te houden en dat er een rectificatie op het juicekanaal wordt geplaatst. Alle posts die betrekking hebben op de influencer en zijn levenspartner zijn inmiddels verwijderd. De voorzieningenrechter oordeelt dat een deel van de posts verwijderd moet worden gehouden en dat er rectificaties, in beperkte en afgezwakte vorm, op het juicekanaal moeten worden geplaatst, omdat de beschuldigingen in de posts deels niet voldoende aannemelijk zijn. De influencer moet ook een aantal posts verwijderen, verwijderd houden en een rectificatie plaatsen. 2 De procedure 2.1. Het dossier bestaat uit de volgende stukken: - de dagvaarding van 5 december 2025, - producties 1 tot en met 27 van [eisers];- de conclusie van antwoord, met eis in reconventie; - de aanvullende eis in reconventie; - producties 1 tot en met 18 van [gedaagde]; - de pleitnota van [eisers] 2.2. De mondelinge behandeling vond plaats op 15 december 2025. 3 De feiten 3.1. Eiser sub 1 (hierna: [eiser 1]) is een social influencer die op meerdere social media kanalen actief is onder de artiestennaam [artiestennaam]. Eiseres sub 2 (hierna: [eiser 2]) is zijn levenspartner. 3.2. [eiser 1] drijft – al dan niet in een samenwerkingsverband – onder de naam [naam 1] een aantal beautysalons op het gebied van wenkbrauwen, waaronder een in Zeist. 3.3. [gedaagde] is de persoon achter het juicekanaal [kanaal 1] op Instagram. Op dit kanaal plaatst hij berichten/roddels over bekende Nederlanders, die ook wel worden aangeduid als juice. 3.4. [gedaagde] plaatst op 9 mei 2025 de volgende tekst als story op [kanaal 1]: “[foto van een poster van [naam 1] waar [eiser 1] op staat] Er gaan verhalen rond over achterstallige betalingen bij [naam 1] in Zeist. Meiden zouden in delen of contant zijn uitbetaald omdat het geld naar verluidt in een boekproject zou zijn gestoken. Herken jij dit, werk(te) je er of heb je er iets over gehoord? Ook de eigenaar mag reageren. Alles blijft anoniem tenzij jij anders wil. DMs staan open.” 3.5. Op 10 mei 2025 plaatst [gedaagde] twee story’s op [kanaal 1]. De teksten in de posts luiden als volgt: “[foto van [eiser 1] voor één van de filialen van [naam 1]] Sinds onze eerste oproep over mogelijke betalingsproblemen bij [naam 1] van [kanaal 2]_ ontvingen we een groeiende stroom aan meldingen. Meerdere (oud-)medewerkers uit verschillende (oud-)filialen delen onafhankelijk van elkaar vergelijkbare zorgen, zoals uitblijvende betalingen, het ontbreken van contacten en een terughoudendheid om hierover te spreken. Zo schrijft iemand: “Ik wil graag anoniem blijven, ik ben echt bang voor hem. Ik kreeg contant betaald, zonder contract, en wacht nog steeds op geld. Bij alle salons waar hij zit horen we hetzelfde.” Anderen vertellen dat ze last-minute naar huis werden gestuurd zonder betaling, dat communicatie uitbleef en dat er druk werd ervaren als iemand zijn geld probeerde op te eisen. Er wordt ook gesproken over een gespannen sfeer, met meldingen van intimiderend gedrag en het achteraf goedpraten daarvan. “Hij dreigt snel, zijn vrouw zegt dan dat hij het niet zo bedoelde.” Meerdere melders geven aan dat ze hun verhaal niet eerder durfden te delen uit angst voor de gevolgen, zowel persoonlijk als online. “Hij zei, ik heb honderdduizenden volgers, wie gaan ze geloven, jij of ik?” en “Naast ervaringen op de werkvloer komen ook berichten binnen van klanten, vooral rondom een Jezelf voordoen, ook al zeg je alleen ‘afgestudeerde advocaat’, is strafbaar.” 3.8. [eiser 1] heeft [gedaagde] op 24 juli 2025 verzocht de berichten over/(voor)naam van [eiser 2] te verwijderen. [gedaagde] heeft dit niet gedaan. 3.9. Op 30 juli 2025 plaatst [gedaagde] de volgende story op [kanaal 1]: [foto van [eiser 1]] [screenshot met de tekst: DAT IK AFGESTUDEERD ADVOCAAT BEN] [screenshot: Geachte heer, De raad van de orde Midden-Nederland stuurde uw melding over [eiser 2] (..) door aan de Nederlandse orde van advocaten (NOvA). Wij hebben de melding bestudeerd. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat [eiser 2] (..) daadwerkelijk advocatuurlijke werkzaamheden verricht of zou willen verrichten, noch dat zij zich ‘afgestudeerd advocaat’ noemt om personen te misleiden, is het onjuist dat zij de titel ‘advocaat’ gebruikt. Wij zullen haar daarover aanschrijven. Voor het overige in uw e-mail zien wij geen taak voor de NOvA weggelegd. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet] We hebben al vaker geroepen dat alles rond [artiestennaam] één grote farce is, en @advocatenorde lijkt het daar op dit punt mee eens te zijn. Zijn partner doet zich al langer voor als iemand die ze niet is. Dat zit verwerkt in een soort vastgepinde huilie-huilie story over een zogenaamd moeizaam verleden, waarvan volgens velen weinig klopt en dat meer weg heeft van een luchtkasteel dan de waarheid.” 3.10. Op 6 augustus 2025 sommeert [eiser 1] [gedaagde] alle berichten die eventueel nog online terug te vinden zijn, te verwijderen en verwijderd te houden, geen nieuwe onrechtmatige berichten over [eiser 1] te plaatsen en een rectificatie te plaatsen. [gedaagde] heeft niet voldaan aan deze sommatie. 3.11. Op 8 september 2025 post [eiser 1] de volgende story op zijn Instagram pagina: “Je hebt 24 uur [logo [kanaal 1]] Nadat ik en mijn gezin maanden lang worden bedreigd, Onze ramen er uit worden geslagen bij onze woning, mijn ondernemingen worden aangevallen Er LEUGENS over mij en mijn vrouw verspreid worden Mensen mijn baby van 1 bedreigen en zijn 1ste verjaardag probeerden te verzieken Heb ik zelf een onderzoek gedaan (politie wou mij niet helpen zeiden ze) En ben ik overal achtergekomen wie geprobeerd heeft ons leven kapot te maken en wie achter het anonieme account zit Morgen plaats ik een video er over Afhankelijk van anderen hoeveel ik daar in vertel Huilie huilie” 3.12. [eiser 1] plaatst op 8 september 2025 het volgende bericht op zijn Instagram pagina: “[foto van ingeslagen autoruit] Mijn gezin en ik worden al maanden bedreigd! Ik heb er al die tijd niks over gezegd maar nu is het klaar ! Mijn vrouw wordt bedreigd en zelfs mijn baby van 1 jaar oud! En de politie doet niks want die hebben het te druk met andere dingen zeggen ze Deze week begin ik met plaatsen van wat mensen ons aangedaan hebben. En wie er allemaal achter zit!” 3.13. [eiser 1] plaatst op 12 september 2025 een verhaal op één van zijn social media accounts waarop een manspersoon is te zien met een emoticon van een varken over zijn hoofd geplaatst. Het logo van [kanaal 1] is tevens te zien met de tekst: “Wie is de man?! die mijn gezin wilt kapot maken!?” 3.14. Op 7 november 2025 plaatst [gedaagde] 53 story’s op [kanaal 1] die gedeeltelijk gaan over (het gezin van) [eiser 1] en, deels, een herhaling zijn van de posts in mei en juli 2025. 3.15. Naar aanleiding van de story’s op [kanaal 1] hebben vooral [eiser 1] en in mindere mate [eiser 2], direct en indirect, verschillende negatieve, beledigende en bedreigende berichten ontvangen. 4 Het geschil in conventie 4.1. [eisers] vorderen om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. [gedaagde] te voordelen tot verwijdering van de onrechtmatige uitingen, zoals weergegeven in randnummers 13 en 14 van de dagvaarding van al zijn sociale mediakanalen, waaronder op Instagram op [kanaal 1] en deze verwijderd te houden in alle media binnen 24 uur na datum van dit vonnis, en zich te onthouden van deze of soortgelijke uitingen en IV.): II. [eisers] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, voornoemde berichten, posts, reels, podcasts, filmpjes, althans voormelde content betreffende [gedaagde] genoemd in de conclusie van antwoord, meer onder punt 41 te verwijderen, althans te laten verwijderen, en deze verwijderd te houden en om verdere openbaarmaking van oude of nieuwe berichten die van gelijke strekking zijn, te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor elke dag dat [eisers] niet aan deze veroordelingen voldoen, met een maximum van € 10.000,-; III. [eisers] te verbieden om zich publiekelijk in welke vorm of hoedanigheid dan ook op onnodig grievende wijze uit te laten over [gedaagde] of zijn naam/adres of andere persoonlijke gegevens te noemen door middel van het plaatsen van berichten met een inhoud, aard en strekking vergelijkbaar als genoemd in de conclusie van antwoord, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere overtreding van dit verbod, met een maximum van € 10.000,-; IV. [eisers] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met rente en kosten; V. [eisers] hoofdelijk, te bevelen om de in randnummer nummer 41 van de conclusie van antwoord gedane onrechtmatige uitlatingen jegens [gedaagde] te rectificeren door middel van een (pers)bericht, althans via een blijvend bericht op alle social media van [eisers] met als inhoud: “[naam partij] heeft [kanaal 1] in verband gebracht met verschillende kwalijke handelingen aan hun adres. [naam partij] heeft hiervoor geen begin van bewijs kunnen maken en had dergelijke uitingen nooit mogen doen. [naam partij] biedt hiervoor hun excuses aan [kanaal 1], althans woorden van gelijke strekking. althans [eiser 1] te veroordelen om de gedane uitingen onder randnummer 41, in de breedste zin van het woord, te rectificeren op de door de voorzieningenrechter op grond van artikel 6:167 BW aan te geven wijze, op straffe van verbeurte van een dwangsom van 250,- per dag dat [eiser 1] hier niet toe over gaat, met een maximum van € 5.000,-. 4.4. [eisers] voeren verweer. Zij concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde], met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. 5 De beoordeling in conventie [eiser 1] en [eiser 2] zijn ontvankelijk in hun vorderingen 5.1. Allereerst geldt dat [gedaagde] geen gronden heeft gesteld op grond waarvan [eisers] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen. Het niet-onderbouwde ontvankelijkheidsverweer van [gedaagde] wordt daarom verworpen. Vorderingen [naam 1] 5.2. [eisers] stellen in de dagvaarding dat [eiser 1] vestigingen in Utrecht en Leidsche Rijn zelf exploiteert en [naam 1] vestiging Zeist in een vof verband. Ter zitting heeft [eiser 1] verduidelijkt dat een deel van de vorderingen wordt ingesteld namens [naam 1]. Hoewel [naam 1] strikt genomen niet als eiseres in deze procedure optreedt, heeft [gedaagde] niet betwist dat [eiser 1] Utrecht en Leidsche Rijn exploiteert en de locatie Zeist (mede) exploiteert. De voorzieningenrechter overweegt op grond van het voorgaande ambtshalve dat, voor zover toewijsbaar, [naam 1] kan worden meegenomen in de beoordeling van de vorderingen. [eisers] hebben een spoedeisend belang bij hun vorderingen 5.3. Het antwoord op de vraag of een eisende partij voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening hangt af van de aard van de ingestelde vordering en een afweging van de belangen van de partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. In een geval als dit, waar de vorderingen gegrond zijn op onrechtmatige uitlatingen, geldt als uitgangspunt dat het spoedeisend belang in beginsel wordt aangenomen zolang het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. Volgens [gedaagde] ontbreekt een spoedeisend belang, omdat de gestelde gebeurtenissen dateren van maanden geleden en alle posts inmiddels zijn verwijderd. De voorzieningenrechter verwer [eiser 1] stelt dat [gedaagde] in deze post ongefundeerde beschuldigingen uit en dat dit onrechtmatig is. Hij acht het onaannemelijk dat er bronnen zijn die zich bij [gedaagde] hebben gemeld over misstanden bij [naam 1], maar als dat wel het geval is, heeft [gedaagde] nagelaten onderzoek te doen naar deze bronnen en het waarheidsgehalte van de door die bronnen geuite beschuldigingen. [gedaagde] betwist dat het bericht onrechtmatig is. Hij stelt dat er diverse concrete meldingen zijn gedaan door (oud-)medewerkers van [naam 1]. [gedaagde] heeft bovendien bij een deel van de tekst voorbehouden geplaatst dat “iets niet bevestigd kon worden” of dat het “volgens bronnen” zo ging. 5.10. [gedaagde] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn bronnen bestaan en betrouwbaar zijn. Anders geformuleerd heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij de informatie (voldoende) heeft geverifieerd. Uit de door [gedaagde] overgelegde berichten die hij stelt te hebben ontvangen, volgt uit een aantal daarvan niet dat ze van (oud-)werknemers van [naam 1] afkomstig zijn. Daar komt bij dat nergens uit af te leiden valt dat [gedaagde] navraag heeft gedaan over de betrouwbaarheid van de berichten. Blijkbaar was sprake van, alleen, anonieme bronnen zonder dat duidelijk was hoe die bronnen aan hun wetenschap zijn gekomen. [gedaagde] heeft de signalen die hij heeft ontvangen ook niet eerst voorgelegd aan [eiser 1]. Dat hij voorbehouden heeft geplaatst bij een deel van de tekst maakt dit voor wat betreft de uitlatingen over [naam 1] niet anders. Dit alles leidt tot het oordeel dat uiting II in zoverre onrechtmatig is. Dat is niet het geval voor zover het bericht gaat over de boeklancering. Op dat punt lijkt [eiser 1] in ieder geval de lange wachttijden te bevestigen en heeft hij de betwisting van de overige uitingen op dat punt niet onderbouwd. De posts over attractiepark DippieDoe op 24 juli 2025 (uiting III en V) 5.11. [eiser 1] stelt dat [gedaagde] zonder voorafgaand onderzoek en/of hoor en wederhoor [eiser 1] neerzet als leugenaar, omdat [eiser 1] volgens hem onterecht zou hebben gezegd dat hij attractiepark DippieDoe heeft afgehuurd voor de eerste verjaardag van zijn zoon. [gedaagde] stelt dat beide posts gebaseerd waren op meerdere, onafhankelijke bronnen en dat de informatie op transparante wijze is gepresenteerd op Instagram. Van onrechtmatig handelen is dus geen sprake. 5.12. Ter gelegenheid van de eerste verjaardag van de zoon van [eiser 1] en [eiser 2] heeft [eiser 1] op 24 juli 2025 een filmpje van anderhalve minuut op TikTok geplaatst. Daarin kondigt hij aan de verjaardag in attractiepark DippieDoe te vieren, zegt hij drie keer dat hij het hele park heeft afgehuurd, dat iedereen kan komen en dat er een grote taart wordt gekocht die wordt gedeeld. Pas na ruim een minuut zegt [eiser 1]: “Misschien willen jullie wel met [naam 2] in de draaimolen. Vergeet dan niet snel een kaartje te halen.” [gedaagde] heeft aannemelijk gemaakt dat hij naar aanleiding van dit filmpje zowel telefonisch als per e-mail contact heeft opgenomen met DippieDoe en dat medewerkers van DippieDoe hem hebben medegedeeld dat [eiser 1] een gedeelte van het park heeft afgehuurd voor vrienden en familie en dat overige gasten een kaartje voor het park moeten kopen. Hiermee heeft [gedaagde] voor de publicatie dus bij het attractiepark zelf geverifieerd of klopt wat [eiser 1] in zijn video vertelt. Gelet op enerzijds het taalgebruik in de video – hij spreekt over kaartje halen in plaats van kopen – en anderzijds de wijze waarop [gedaagde] informatie heeft ingewonnen, mocht [gedaagde] een en ander naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter best aan de kaak stellen. Uit het filmpje blijkt immers onvoldoende duidelijk dat mensen wel een kaartje moeten kopen. De uitleg ter zitting over het gebruik van de woordkeuze ‘halen’ in plaats van ‘kopen’, omdat het een jong publiek betreft, maakt dit niet anders. Uiting III is dus niet onrechtmatig. 5.13. Uiting IV is evenmin onrechtmatig Niet in geschil is dat alle slides inmiddels verwijderd zijn. Het verwijderd houden van alle slides wordt afgewezen. [eisers] hebben namelijk onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat alle slides op hen betrekking hebben, dat deze onrechtmatig zijn en dat ze daarom verwijderd moeten worden gehouden. Globale lezing van deze uiting leert immers dat veel van de slides slechts beschrijven wat [eiser 1] zelf op social media post/deelt en wanneer. Dat daarvan iets onjuist of verkeerd geciteerd is, stelt [eiser 1] (c.s.) niet. Dat betekent dat alleen die slides/uitlatingen die én opnieuw zijn geplaatst én waarvan hiervoor is geoordeeld dat ze onrechtmatig zijn, verwijderd moeten worden blijven. Conclusie: een deel van de berichten is onrechtmatig 5.20. Concluderend is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat een deel van de berichten die als producties zijn overgelegd en hiervoor zijn geciteerd, onrechtmatig zijn. Met het plaatsen van de berichten in mei beschuldigt [gedaagde] [eiser 1] van misstanden, wanbetaling en het wegsluizen van gelden. Met de posts van [gedaagde] is de voornaam van [eiser 2] onthuld met als gevolg dat zij vindbaar was op social media en is zij beschuldigd van het zich voordoen als jurist terwijl zij dat niet is. Hoewel schokkend en onder omstandigheden zelfs beledigend taalgebruik in het kader van het aan de kaak stellen van een (maatschappelijke) misstand in beginsel toelaatbaar kan zijn, vereist dit dat daarvoor enige steun kan worden gevonden in beschikbaar en voldoende concreet feitenmateriaal. Daarvan is echter geen sprake. Bovendien heeft [gedaagde] voorafgaand aan het plaatsen van de posts geen hoor en wederhoor toegepast. 5.21. De berichten die, met inachtneming van het voorgaande, concreet als onrechtmatig worden bestempeld in deze procedure zijn de berichten die hiervoor in 3.4, 3.5, 3.7 en 3.9 zijn geciteerd. Aan deze berichten liggen geen feiten ten grondslag en ze zijn schadelijk voor de reputatie van [eiser 1] en [eiser 2]. Gevolgen van de berichten 5.22. [eisers] stellen dat zij als gevolg van de berichten ernstig zijn bedreigd, dat zij daarvoor naar het buitenland hebben moeten vluchten, dat [eiser 1] beveiliging nodig heeft om naar events te gaan, dat eigendommen vernield zijn en dat de omzet van [eiser 1] is gedaald. [eisers] hebben screenshots overgelegd waaruit volgt dat zij online, via social media bedreigingen hebben ontvangen. Dat die bedreigingen dusdanig ernstig waren dat zij tijdelijk in het buitenland moesten verblijven en [eiser 1] beveiliging nodig had en heeft om naar events te gaan, is echter niet aannemelijk. Uit de overgelegde stukken volgt niet meer dan dat een beveiligingsbedrijf een aanbod heeft gedaan om [eiser 1] (c.s.) te beveiligen, maar niet dat daadwerkelijk een daartoe strekkende overeenkomst is gesloten. Bovendien is dit standpunt – evenals dat van de gedaalde of geminimaliseerde omzet – moeilijk te rijmen met het standpunt dat [eiser 1], blijkbaar nog steeds (en beveiligd) veelvuldig) acte de présence op events geeft. 5.23. [eisers] suggereren voorts een causaal verband tussen het plaatsen van de berichten op [kanaal 1] en het vernielen van de auto van [eiser 1]. Dat verband is ook niet aannemelijk. Ten aanzien van het verlies van omzet stelt [eiser 1] dat zijn agent dit verlies schat op minimaal € 150.000,-. Ten eerste overweegt de voorzieningenrechter dat omzet(verlies) niet hetzelfde als schade is. Ten tweede is de berekening gebaseerd op een heel jaar terwijl de eerste posts dateren van mei 2025, zeven maanden geleden. Dat [eiser 1] dus stelt reeds nu dit bedrag aan schade te hebben geleden, is niet aannemelijk. Bovendien is de verklaring van de agent van [eiser 1] niet onderbouwd. Zo staat in deze verklaring dat merken zijn afgehaakt, opdrachten on hold zijn gezet en campagnes gemist zijn. Dit alles is echter in het geheel niet onderbouwd. Die onderbouwing mocht van [eiser 1] wel worden verwacht, bijvoorbeeld door berichten over de annuleringen of De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft in een vonnis van 31 december 2025 geoordeeld dat ik haar voornaam niet bekend had mogen maken en dat ik mijn bewering over de rechtenstudie niet waar heb kunnen maken, waardoor deze onrechtmatig zijn tegenover de levenspartner van [artiestennaam].” Er wordt een dwangsom opgelegd 5.29. De voorzieningenrechter acht het aangewezen om een dwangsom op te leggen als prikkel tot nakoming van de hierna uit te spreken veroordelingen tot het verwijderd houden van de posts en het plaatsen van de rectificaties. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 1.000,- ineens en € 250,- per dag dat hij niet aan de veroordelingen voldoet, met een maximum van € 25.000,-. [gedaagde] hoeft zijn bronnen niet openbaar te maken 5.30. De vordering tot openbaarmaking van de bronnen van [gedaagde] is vergaand omdat dit een beperking is van de vrijheid van nieuwsgaring. Journalistieke bronnen zijn voor de persvrijheid van essentieel belang. Het recht op bronbescherming van journalisten en persorganen is in de rechtspraak erkend. Volgens het Europese Hof van Justitie gaat het om journalistieke activiteiten, als die bekendmaking van informatie, meningen of ideeën aan het publiek tot doel hebben. Dat recht is niet beperkt tot mediaondernemingen. De activiteiten van [gedaagde] vallen ook onder het begrip journalistiek. Volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is het in strijd met de informatievrijheid als een journalist wordt gedwongen zijn bron te onthullen tenzij zich een 'an overriding requirement in the public interest' voordoet. Van een dwingend publiekelijk belang is in dit geval geen sprake. [eiser 2] heeft aannemelijk gemaakt dat zij kortstondig enkele bedreigingen via Instagram heeft ontvangen, waarbij overigens onduidelijk is hoeveel berichten het betreft. Onvoldoende gesteld en onderbouwd is dat [eiser 2] als gevolg van de berichten over haar in juli 2025, nog steeds bedreigingen ontvangt. De omstandigheden zijn dus niet dusdanig ernstig dat dit een rechtvaardiging op de inbreuk van vrijheid van nieuwsgaring oplevert. De voorzieningenrechter weegt ook mee dat [eiser 2] zich heeft voorgedaan als advocaat terwijl zij dat niet is en zelf dus ook iets heeft gedaan wat niet juist is. De vordering tot openbaarmaking van de bronnen wordt daarom afgewezen. [gedaagde] wordt in de proceskosten veroordeeld 5.31. [gedaagde] krijgt grotendeels ongelijk in conventie en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 145,45 - griffierecht € 331,00 - salaris advocaat € 1.107,00 - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.761,45 5.32. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. in reconventie [gedaagde] is ontvankelijk in zijn vorderingen 5.33. [eisers] hebben hun niet-ontvankelijkheidsverweer niet onderbouwd. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer dan ook. [gedaagde] heeft een spoedeisend belang bij zijn vorderingen 5.34. [gedaagde] stelt een spoedeisend belang bij zijn vorderingen te hebben, omdat [eiser 1] lasterlijke content op diverse social media heeft geplaatst. Hoewel [eisers] het spoedeisend belang betwisten, geldt, net als bij de beoordeling van het spoedeisend belang in conventie, dat wanneer vorderingen gegrond zijn op volgens de eisende partij onrechtmatige uitlatingen, als uitgangspunt geldt dat het spoedeisend belang in beginsel wordt aangenomen zolang het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. [eiser 1] heeft de content niet verwijderd waardoor het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. Dat betekent dat een spoedeisend belang van [gedaagde] bij zijn vorderingen wordt aangenomen. Alleen de posts van 8 september 2025, in onderlinge samenhang beziend, zijn naar voorlopig oordeel onrechtmatig 5.35. Op de vorderingen van [gedaagde] is hetzelfde toetsi Daarin wekt hij de suggestie dat door de onthullingen op [kanaal 1], [eisers] worden bedreigd, dat de ruiten worden ingeslagen van hun woning en auto, de ondernemingen van [eiser 1] worden aangevallen, er leugens worden verspreid over [eisers], hun kind wordt bedreigd en mensen de eerste verjaardag van hun kind hebben willen verzieken. [eiser 1] dreigt in het verhaal om de identiteit van [gedaagde] te onthullen. Volgens [gedaagde] is dit onrechtmatig. [eiser 1] stelt dat het dreigen van het openbaar maken van iemands identiteit niet onrechtmatig is en is niet overgegaan tot het onthullen van de identiteit van [gedaagde]. Gelet op de omstandigheden van het geval zou het [eiser 1] echter wel vrij moeten staan dit te doen. 5.43. In conventie is geoordeeld dat [gedaagde] ten onrechte op zijn kanaal heeft geplaatst dat [eiser 2] geen rechtenstudie heeft gevolgd en afgerond en uit de overgelegde stukken volgt dat [eisers] bedreigingen hebben ontvangen over hun zoontje. Echter, [eisers] hebben het, gesuggereerde, causale verband tussen de posts van [gedaagde] en maandenlange bedreigingen, het inslaan van ruiten, het aanvallen van de ondernemingen van [eiser 1] en het verpesten van de eerste verjaardag van hun zoon niet aannemelijk gemaakt. Vooral het ontvangen van maandenlange bedreigingen en het inslaan van ruiten naar aanleiding van de posts op [kanaal 1] betreffen ernstige beschuldigingen. Hiervoor is geen steun te vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Delen van de teksten in de posts, in onderlinge samenhang bezien, zijn daarom onrechtmatig. De voorzieningenrechter veroordeelt [eiser 1] om de posts, zoals geciteerd in 3.11 en 3.12 van dit vonnis, binnen 24 uur na betekening van dit vonnis van Instagram te verwijderen, verwijderd te houden en een rectificatie te plaatsen (vorderingen II. en V.). Niet aannemelijk is dat [eiser 1] berichten met voormelde beschuldigingen ook op andere social media dan Instagram heeft gepost. 5.44. Het deel van vordering II. dat ziet op een verbod tot het plaatsen van nieuwe berichten die van gelijke strekking zijn, te staken en gestaakt te houden, wordt afgewezen. Niet gesteld of aannemelijk is dat [eiser 1] opnieuw dergelijke berichten zal posten. Toewijzing van dit deel van de vordering is gelet op deze omstandigheden, een te vergaande inbreuk op het recht van vrijheid van meningsuiting. Dit geldt eveneens voor vordering III., nog afgezien van het feit dat deze vordering onbepaalbaar is. Op voorhand kan immers niet worden bepaald of iets onnodig grievend is of dat een uiting valt onder de vrijheid van meningsuiting. Het deel van de vordering dat ziet op het verbod tot het openbaar maken van persoonsgegeven wordt eveneens afgewezen. Dit is al strafbaar gesteld in artikel 285d in het Wetboek van Strafrecht. [eiser 1] moet een rectificatie plaatsen 5.45. [eiser 1] wordt veroordeeld binnen 24 uur na betekening van dit vonnis een rectificatie als story/verhaal op zijn Instagram [kanaal 2]_ te plaatsen. [eiser 2] wordt niet veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie, omdat [gedaagde] niet aannemelijk heeft gemaakt dat ook zij onrechtmatige posts over [gedaagde] heeft geplaatst. De voorzieningenrechter houdt er in de tekst van de rectificatie rekening mee dat niet alle tekst in de posts van [eiser 1] van 8 september 2025 als onrechtmatig kan worden aangemerkt. Voor toewijzing van de gevorderde excuses naast de rectificatie bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen aanleiding, nog daargelaten de vraag of dit laatste in rechte kan worden afgedwongen. De veroordeling tot het plaatsen van een rectificatie wordt ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 258 Rv). 5.46. De tekst van de rectificatie luidt als volgt: “Op 8 september 2025 heb ik een story en een bericht gepost over (de persoon achter) [kanaal 1] waarin de suggestie wordt gewekt dat als gevolg van berichten op [kanaal 1] mijn gezin en ik maandenlang worden bedreigd, de ruiten van onze woning en auto eruit wor Dankwoord aan de melders Tot slot: dank aan iedereen die zich heeft uitgesproken en ons vertrouwt met hun verhaal. Zeker gezien de toon die volgens velen om hen heen hangt, is het bewonderenswaardig dat jullie naar voren durfden te stappen. Alles wat je deelt blijft vertrouwelijk, tenzij je anders aangeeft.” Van 24 juli 2025: “@advocatenorde @openbaar ministerie [foto van [eiser 1]] Overigens horen we dat [kanaal 2]_ graag dreigt met een advocaat en naar verluidt weten we dat zijn partner zich voordoet als een ‘afgestudeerde advocaat’, zoals het vastgepinde ‘ons liefdesverhaal’ zou suggereren. Daarin hoor je [eiser 2], zijn partner, praten over dat ze een afgestudeerde advocaat is. Niets wijst erop dat dat klopt. In de video worden getuigschriften ‘ondertekend’ met nep-bewegingen. Dat zie je aan de pen. Daarmee schijnt de indruk gewekt te worden dat er is gestudeerd. Alleen @erasmusuniversity heeft een openbaar register waarin je kan controleren of iemand daar daadwerkelijk heeft gestudeerd. En nee [eiser 2], dat heb je naar verluidt niet. Je staat ook niet ingeschreven bij de Orde van Advocaten en je bent niet beëdigd. Dit alles is vereist om jezelf überhaupt advocaat te mogen noemen. Advocaat zijn is een beschermd beroep. Jezelf voordoen, ook al zeg je alleen ‘afgestudeerde advocaat’, is strafbaar.” Van 30 juli 2025: [foto van [eiser 1]] [screenshot met de tekst: DAT IK AFGESTUDEERD ADVOCAAT BEN] [screenshot: Geachte heer, De raad van de orde Midden-Nederland stuurde uw melding over [eiser 2] (..) door aan de Nederlandse orde van advocaten (NOvA). Wij hebben de melding bestudeerd. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat [eiser 2] (..) daadwerkelijk advocatuurlijke werkzaamheden verricht of zou willen verrichten, noch dat zij zich ‘afgestudeerd advocaat’ noemt om personen te misleiden, is het onjuist dat zij de titel ‘advocaat’ gebruikt. Wij zullen haar daarover aanschrijven. Voor het overige in uw e-mail zien wij geen taak voor de NOvA weggelegd. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet] We hebben al vaker geroepen dat alles rond [artiestennaam] één grote farce is, en @advocatenorde lijkt het daar op dit punt mee eens te zijn. Zijn partner doet zich al langer voor als iemand die ze niet is. Dat zit verwerkt in een soort vastgepinde huilie-huilie story over een zogenaamd moeizaam verleden, waarvan volgens velen weinig klopt en dat meer weg heeft van een luchtkasteel dan de waarheid.” 6.2. veroordeelt [gedaagde] om, binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, de volgende rectificatie te plaatsen als story/verhaal op Instagram op [kanaal 1], zonder enig voorafgaand en/of achteraf geplaatst commentaar en/of weerwoord, in hetzelfde lettertype (vorm, opmaak en formaat) als de posts over [eiser 1], aldus met witte letters tegen een volledig blauwe achtergrond, waarbij de story 24 uur zichtbaar is en blijft: “Op 9 en 10 mei 2025 heb ik een aantal posts geplaatst over [naam 1] Zeist en [artiestennaam] waarin staat dat er geruchten rondgaan over achterstallige en/of contante en/of gedeeltelijke betalingen van werknemers bij [naam 1] in Zeist en het ontbreken van contracten. Deze beweringen heb ik ook in een lange(re) post op 7 november 2025 geplaatst. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft in een vonnis van 31 december 2025 geoordeeld dat ik die beweringen niet waar heb kunnen maken, waardoor deze onrechtmatig zijn tegenover [naam 1] Zeist en [artiestennaam].” 6.3. veroordeelt [gedaagde] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, een rectificatie te plaatsen als story/verhaal op Instagram op [kanaal 1], zonder enig voorafgaand en/of achteraf geplaatst commentaar en/of weerwoord, in hetzelfde lettertype (vorm, opmaak en formaat) als de posts over [eiser 2], aldus met witte letters tegen een volledig blauwe achtergrond, waarbij de story 24 uur zichtbaar is en blijft, welke rectificatie als volgt luidt: “Op 24 en 30 juli 2025 heb ik een aantal posts geplaatst over de levenspar