Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-10-30
ECLI:NL:RBROT:2025:12896
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,504 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Dordrecht
zaaknummer: 11685813 CV EXPL 25-1908
datum uitspraak: 30 oktober 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres]
,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ( [land] ),
eiseres,
gemachtigde: [persoon A] van Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van [eiseres] van 24 april 2025, met bijlagen;
de aantekening mondeling verweer van [gedaagde] ;
de repliek van [eiseres] ;
de conclusie van dupliek van [gedaagde] .
1.2.
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis zal komen.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.1.
Omdat [eiseres] gevestigd is in Zwitserland, heeft deze procedure een internationaal karakter. Daarom moet allereerst worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering van [eiseres] kennis te nemen. Dat is zo. [gedaagde] woont namelijk in Nederland. Verder overweegt de kantonrechter dat op de vordering het Nederlands recht van toepassing is, omdat [gedaagde] een in Nederland woonachtige consument is.
Wat is er gebeurd?
2.2.
[gedaagde] heeft op 4 november 2020, 13 november 2020, 15 november 2020 en 30 november 2020 goederen gekocht op de website van Wish.com voor een bedrag van in totaal € 126,30. [gedaagde] heeft gekozen voor achteraf betalen via Klarna.
2.3.
Wish.com heeft de goederen aan [gedaagde] geleverd. Het bedrag van € 126,30 heeft [gedaagde] niet betaald.
2.4.
Later heeft Klarna de vordering van € 126,30 verkocht aan [eiseres] .
Wat wil [eiseres] in deze zaak?
2.5.
[eiseres] stelt dat [gedaagde] het bedrag van € 126,30 nog verschuldigd is op grond van de overeenkomst tussen [gedaagde] en Wish.com.
Wat is het verweer van [gedaagde] ?
2.6.
[gedaagde] betwist dat hij het bedrag van € 126,30 is verschuldigd. [gedaagde] stelt dat hij de goederen heeft willen retourneren naar Wish.com. Omdat [gedaagde] geen retouradres van Wish.com heeft ontvangen, zag [gedaagde] zich genoodzaakt de goederen naar het adres van Klarna te sturen. [gedaagde] vindt daarom dat hij terecht een beroep heeft gedaan op zijn herroepingsrecht, zodat hij het bedrag van € 126,30 niet meer is verschuldigd.
Er is sprake van consumentenkoop tussen Wish.com en [gedaagde]
2.7.
heeft de goederen gekocht als natuurlijk persoon, die niet handelde in de uitoefening van zijn beroep op bedrijf, gekocht. Wish.com handelde als verkoper in het kader van de uitoefening van haar bedrijf. Dit betekent dat sprake is van een consumentenkoop zoals bedoeld in de wet, zodat de regels van consumentenkoop in deze zaak van toepassing zijn.
[gedaagde] hoeft het bedrag van € 126,30 niet te betalen
2.8.
[gedaagde] heeft als consument het recht om de goederen (binnen veertien dagen na ontvangst van de goederen) terug te sturen naar Wish.com. [gedaagde] maakt in dat geval gebruik van zijn herroepingsrecht en hij hoeft in dat geval de koopprijs niet te betalen.
Wish.com is verplicht haar adres aan de consument te geven. [gedaagde] voert aan dat Wish.com niet aan deze verplichting heeft voldaan. De wet bepaalt dat de handelaar (dus Wish.com) moet bewijzen dat hij zijn adres wel aan de consument heeft gegeven. Nergens blijkt uit dat [gedaagde] beschikte over het adres van Wish.com. Dat betekent dat [gedaagde] feitelijk geen gebruik kon maken van zijn herroepingsrecht. Effectieve bescherming van de consument brengt mee dat [gedaagde] in zo’n geval als verweer tegen een vordering van de koopprijs alsnog een beroep mag doen op dat herroepingsrecht. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] een beroep doet op dat herroepingsrecht. De overeenkomst is daardoor beëindigd en hij hoeft de koopprijs dus niet te betalen. Dat hij de goederen naar Klarna heeft gestuurd is niet juist, maar dat moet worden toegerekend aan Wish.com, omdat zij niet de juiste informatie aan [gedaagde] heeft verstrekt.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt. Nu [gedaagde] in persoon procedeert en hij bij antwoord op zitting is verschenen, begroot de kantonrechter de kosten die [eiseres] aan [gedaagde] moet betalen ambtshalve op € 50,00.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. V. Hartman en in het openbaar uitgesproken door mr. J.C. Halk op 30 oktober 2025.
artikel 15 en 16 Verdrag van Lugano van 30 oktober 2007 (PbEU 2007, L 339/3)
artikel 6 lid 1 Verordening Rome I
artikel 7:5 lid 1 BW
artikel 6:230o BW
artikel 6:230m lid 1 aanhef en onder c BW
artikel 6:230n lid 4 BW
artikel 237 Rv