Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-30
ECLI:NL:RBROT:2025:1289
Strafrecht
Raadkamer
842 tokens
Dictum
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
vertrokken, onbekend waarheen
feitelijk verblijfsadres:
[verblijfadres] , [postcode] [verblijfplaats] ,
nu gedetineerd in P.I. [naam PI] , locatie [detentielocatie] .
Raadsman mr. R.I. van Haneghem.
Procedure
Bij beslissing van 12 december 2024 heeft de raadkamer het beroep van de officier van justitie tegen de afwijzing van de vordering tot inbewaringstelling van de rechter-commissaris van 29 november 2024 gegrond verklaard, de beschikking van de rechter-commissaris vernietigd en de vordering tot inbewaringstelling van de verdachte voor een termijn van veertien dagen alsnog – voor beide feiten – toegewezen.
Op de politierechterzitting van 16 december 2024 was verdachte niet aanwezig. Zijn raadsman was wel aanwezig en heeft om aanhouding verzocht. De politierechter heeft vervolgens het onderzoek op de terechtzitting geschorst tot de terechtzitting op 7 maart 2025 om 14:15 op de locatie Dordrecht.
Op 20 januari 2025 is de verdachte aangehouden.
De officier van justitie heeft de gevangenhouding van de verdachte gevorderd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord.
Beoordeling
Ten tijde van de politierechterzitting van 16 december 2024 was verdachte feitelijk niet van zijn vrijheid beroofd. Het bevel tot inbewaringstelling van 12 december 2024 is ingegaan toen verdachte ter uitvoering van dat bevel werd aangehouden, derhalve op 20 januari 2025. Thans wordt gevorderd de gevangenhouding van verdachte te bevelen.
De raadkamer is hiertoe echter niet bevoegd:
Ingevolge het bepaalde in artikel 21 Wetboek van Strafvordering (Sv) geschiedt de behandeling door de raadkamer in alle gevallen waarin niet de beslissing door het rechterlijk college op de terechtzitting is voorgeschreven of aldaar ambtshalve wordt genomen.
Artikel 65 lid 1 Sv bepaalt dat de rechtbank (lees: de raadkamer van de rechtbank) de gevangenhouding kan bevelen van de verdachte die zich in bewaring bevindt. Het tweede lid van artikel 65 Sv bepaalt dat ná de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting, de rechtbank de gevangenneming (niet: de gevangenhouding) van de verdachte kan bevelen. Het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen door het uitroepen van de zaak op 16 december 2024.
Uit het systeem van de wet volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de raadkamer na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting niet meer bevoegd is om, op vordering van het openbaar ministerie, een bevel gevangenhouding af te geven. Gelet hierop verklaart de raadkamer zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering van de officier van justitie tot gevangenhouding.
Dictum
De rechtbank in raadkamer:
verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering van de officier van justitie tot gevangenhouding.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 30 januari 2025 door:
mr. P. Joele, voorzitter,
mr. A. Hello en mr. J.L. Luiten, rechters,
in tegenwoordigheid van C. de Gids, griffier.