Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-10-30
ECLI:NL:RBROT:2025:12826
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
1,068 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11917291 VZ VERZ 25-6465
datum uitspraak: 30 oktober 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
Arouli B.V.,
gevestigd te Maasland, gemeente Midden-Delfland,
verzoekster,
gemachtigde: mr. R. de Rijk (Achmea Rechtsbijstand te Apeldoorn),
tegen
[verweerster]
,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster,
gemachtigde: mr. M. Ter Haar-Bas, advocaat te Rotterdam.
Partijen worden hierna ‘Arouli’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift van Arouli, met bijlagen;
het verweerschrift van [verweerster] .
1.2.
Partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling van de zaak en hebben de kantonrechter verzocht op basis van de stukken een beslissing te geven.
Beoordeling
2.1.
[verweerster] is sinds [datum] bij Arouli in dienst in de functie van [naam functie] tegen een laatstelijk geldend salaris van € 1.462,24 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. De arbeidsovereenkomst wordt beheerst door de Horeca CAO.
2.2.
Arouli verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden per 1 december 2025 omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Volgens Arouli is dit niet aan [verweerster] te wijten en heeft zij haar werkzaamheden steeds naar behoren verricht.
2.3.
[verweerster] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Zij erkent dat er problemen gerezen zijn in de samenwerking tussen partijen en dat partijen herhaaldelijk overleg hebben gepleegd over de ontstane situatie, zonder dat dat overleg tot een oplossing heeft geleid. [verweerster] erkent dat nu sprake is van een situatie die een verdere vruchtbare samenwerking tussen partijen in de toekomst in de weg staat.
2.4.
De kantonrechter stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat de arbeidsverhouding is verstoord en dat het daardoor niet meer mogelijk is om samen te werken. Dit is een redelijke grond. Ook zijn partijen het erover eens dat herplaatsing niet mogelijk is (artikel 7:669 lid 1 en 3 sub g BW).
2.5.
[verweerster] is op dit moment arbeidsongeschikt, daarom geldt een opzegverbod (artikel 7:670 BW). Arouli heeft onbetwist gesteld dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop dat opzegverbod betrekking heeft. De kantonrechter ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen.
2.6.
De kantonrechter concludeert dat is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:671b lid 1 onder a, lid 2 en lid 6 BW). Hij wijst daarom het verzoek toe.
2.7.
Arouli verzoekt om te bepalen dat zij een vergoeding van € 3.000,- bruto aan [verweerster] moet betalen. De kantonrechter heeft de transitievergoeding zelf berekend. Hij heeft geconstateerd dat die lager is dan € 3.000,- bruto. Kennelijk is Arouli bereid een hogere vergoeding te betalen. De kantonrechter veroordeelt Arouli daarom tot betaling van genoemd bruto bedrag van € 3.000,-.
2.8.
De kantonrechter bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten moeten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de wederpartij voor deze rechtszaak heeft gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 december 2025;
3.2.
veroordeelt Arouli om een beëindigingsvergoeding van € 3.000,- bruto aan [verweerster] te betalen;
3.3.
bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
33394