Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-10-17
ECLI:NL:RBROT:2025:12533
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,148 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707954 / FA RK 25-7589
Datum uitspraak: 17 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een benoeming bijzondere curator
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank onbekend adres.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 7 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1].
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
Feiten
2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] verblijft op een woongroep van [naam instelling].
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 28 februari 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 augustus 2025 de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van [minderjarige] verlengd tot 28 februari 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt een bijzondere curator op grond van artikel 1:250 Burgerlijk Wetboek (BW) te benoemen voor [minderjarige]. De GI doet dit verzoek omdat de GI meerdere keren aan de vader heeft gevraagd om een bankrekening voor [minderjarige] te openen, maar hij dat niet heeft gedaan. Hierdoor kan [minderjarige] niet verder met haar plannen en belemmert dit haar zelfstandigheid. Een bijzonder curator kan [minderjarige] helpen en haar belangen behartigen bij het regelen van een bankrekening. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter zitting handhaaft de GI het verzoek.
Beoordeling
4.1.
Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De kinderrechter kan dit doen wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige de belangen van de met het gezag belaste ouder in strijd zijn met die van de minderjarige. De kinderrechter moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen.
4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat er sprake is van een dergelijke situatie. De kinderrechter weet uit het gesprek dat zij deze zomer met [minderjarige] voerde dat [minderjarige] graag een bijbaantje wil. Daarvoor heeft zij een bankrekening nodig. De vader is meerdere keren gevraagd om een bankrekening te openen voor [minderjarige], maar dit is tot op heden niet gebeurd. Het is op dit moment zelfs niet duidelijk waar de vader verblijft, waarschijnlijk in Marokko, maar hij reageert niet (meer) op berichten van de GI. Door niet mee te werken aan het openen van een bankrekening voor [minderjarige] belemmert de vader [minderjarige] in haar ontwikkeling.
4.3.
Gelet op bovenstaande is [minderjarige] gebaat bij een onafhankelijk persoon die naar haar luistert en met haar onderzoekt wat in haar belang is. [minderjarige] heeft wensen en doelen voor de toekomst. Een onafhankelijk persoon kan haar ondersteunen deze doelen te bereiken. De kinderrechter benoemt daarom een bijzondere curator met als opdracht om [minderjarige] in en buiten rechte te vertegenwoordigen en al het nodige te doen wat in haar belang is. Over het openen van een bankrekening merkt de kinderrechter op dat haar bekend is dat het aanvragen van een bankrekening op naam van een minderjarige als [minderjarige] in de praktijk op problemen stuit, ook als deze minderjarige onder toezicht staat van een GI en wordt bijgestaan door een bijzonder curator. Complicatie daarbij is dat [minderjarige] kennelijk niet beschikt over een identiteitsbewijs. De GI heeft aangekondigd ook voor [minderjarige] een verzoek in te dienen tot vervangende toestemming voor het aanvragen van een paspoort, maar dit verzoek is (anders dan voor haar oudere zus) nog niet ingediend. Het lijkt in het belang van [minderjarige] dat dit verzoek nu voortvarend wordt gedaan.
4.4.
[naam 2] heeft zich telefonisch bereid verklaard om de benoeming tot bijzondere curator te aanvaarden. De kinderrechter benoemt daarom [naam 2] als bijzondere curator van [minderjarige]. De kinderrechter bepaalt dat de benoeming van de bijzondere curator geldt voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 28 februari 2026. De kinderrechter verzoekt de bijzonder curator om binnen drie maanden te rapporteren of het is gelukt om een bankrekening te openen en zo nee, op welke problemen hij is gestuit, opdat (bij een eventuele verlenging van de benoeming) besproken kan worden welke (juridische) middelen open staan om het openen van een bankrekening voor minderjarigen als [minderjarige] mogelijk te maken.
4.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
5.1.
benoemt met ingang van heden tot bijzondere curator teneinde [minderjarige] te vertegenwoordigen:[naam 2], kantoorhoudende te [adres];
5.2.
bepaalt dat de benoeming tot bijzondere curator geldt met ingang van 17 oktober 2025 tot 28 februari 2026;
5.3.
verzoekt de bijzonder curator om drie maanden na datum van deze beslissing schriftelijk verslag uit te brengen aan de kinderrechter over de huidige stand van zaken als in r.o. 4.4. overwogen, met afschrift daarvan aan de GI en de vader;
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2025 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens en mr. M. Henschen als griffiers, en op schrift gesteld op 24 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.