Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-10-14
ECLI:NL:RBROT:2025:12457
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,481 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10-363429-24
Datum uitspraak: 14 oktober 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2006 te Curaçao,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres],
raadsman mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 september 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. M.L. Goudzwaard heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
toepassing van het jeugdstrafrecht;
veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 75 dagen, met aftrekvan voorarrest, waarvan 25 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal melden bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west (hierna: de jeugdreclassering), zal meewerken aan ambulante behandeling door E25 of een soortgelijke zorgverlener, zich zal inzetten voor het hebben van een zinvolle dagbesteding en zich zal houden aan een contactverbod met de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2];
met opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
4Waardering van het bewijs
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1hij op of omstreeks 13 november 2024 te Dordrecht,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een fatbike,in elk geval enig goed, dat die geheel of ten dele aan een derde ([naam])toebehoordedoor- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: “Ga van die kanker fatbikeaf”, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of- die [slachtoffer 1] in het gezicht, althans tegen het lichaam, te slaan en/of- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tetonen en/of voor te houden en/of- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]te richten en/of- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: “Je moet jekankerkop houden, anders schiet ik een kogel door je kop”, althans woorden vangelijke dreigende aard of strekking;
2hij op of omstreeks 13 november 2024 te Dordrecht,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 7º van de Wet wapens enmunitie gelet op artikel 3, onder a van de Regeling wapens en munitie,te weteneen door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapengelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is,namelijk een: nabootsing van een pistool,welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met eenvuurwapen, namelijk een pistool, merk Glock, model 17,voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
1.
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
2.
medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
Feiten
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten
De verdachte heeft zich op achttienjarige leeftijd samen met een ander schuldig gemaakt aan een straatroof. De verdachte en zijn mededader hebben onder bedreiging van een gasdrukpistool de slachtoffers gedwongen tot afgifte van de fatbike waar zij op reden. Daarbij zijn beide slachtoffers in hun gezicht geslagen. Een straatroof is een ernstig feit dat impact heeft op het gevoel van veiligheid van slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit soort feiten nadelige psychische gevolgen voor slachtoffers met zich meebrengen. Daarnaast dragen dit soort feiten bij aan gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
6 september 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting
Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 september 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Het risico op recidive wordt ingeschat als laag-gemiddeld. De verdachte is first offender en is niet eerder in contact geweest met de reclassering of andere hulpverleningsinstanties. De reclassering ziet het sociaal netwerk van de verdachte, zijn dagbesteding en psychosociaal functioneren als risicofactoren. Ook maakt de reclassering zich zorgen om zijn impulsiviteit, beïnvloedbaarheid en houding ten opzichte van criminaliteit in het algemeen en de huidige verdenking. De relatie tussen de verdachte en zijn familie wordt gezien als een beschermende factor.
De verdachte heeft tijdens zijn schorsingstoezicht de eerste positieve stappen gezet en het toezicht verloopt overwegend goed. Het is van belang dat de verdachte een startkwalificatie behaalt en de begeleiding bij E25 opstart. De reclassering adviseert het jeugdstrafrecht toe te passen. De verdachte schat de risico’s van zijn eigen handelen slecht in, handelt impulsief en heeft beperkte plannings- en organisatievaardigheden. Daarnaast laat hij zich gemakkelijk beïnvloeden door vrienden. Op het gebied van pedagogische mogelijkheden ziet de reclassering dat de verdachte enigszins ontvankelijk is voor sociale, emotionele of praktische ondersteuning of beïnvloeding door volwassenen. Hij zoekt ondersteuning bij zijn moeder, stiefvader en oudere broer en lijkt hulp vanuit hen te accepteren. Daarnaast is continuering van de schoolgang noodzakelijk.
De reclassering adviseert de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen:
- de verdachte werkt mee aan het toezicht door de jeugdreclassering en meldt zich op afspraken met de jeugdreclassering zo vaak de jeugdreclassering dit nodig vindt;
- de verdachte laat zich behandelen/begeleiden door E25 of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering;
- de verdachte volgt vanaf februari 2026 een MBO opleiding in de richting van retail, of een soortgelijke opleiding;
- de verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van een dagbesteding in de vorm van betaald werk en/of een opleiding.
De jeugdreclassering heeft een voortgangsrapportage over de verdachte opgemaakt, gedateerd 24 september 2025. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.
Ter zitting heeft D. van der Aa namens de jeugdreclassering naar voren gebracht dat de verdachte zich de afgelopen periode goed aan de afspraken heeft gehouden en dat hij zijn leven wil beteren. De verdachte zal binnenkort starten met de begeleiding van de coach van E25. De jeugdreclassering staat achter de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Wel zal de verdachte niet eerder dan in februari 2026 starten met zijn opleiding, omdat hij de uitspraak van de strafzitting in België wil afwachten. Zolang de verdachte niet naar school gaat is het van belang dat hij andere passende dagbesteding heeft.
7.4.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toepassing van het jeugdstrafrecht
Volgens artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), kan de rechtbank - ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren maar niet die van 23 jaren heeft bereikt - recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg, indien de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte de bewezen verklaarde feiten heeft gepleegd toen hij de leeftijd van 18 jaren had bereikt. Gelet op de genoemde rapportages, de gegeven adviezen en de geschetste persoonlijkheid van de verdachte, zal de rechtbank ten aanzien van het bewezenverklaarde op grond van artikel 77c Sr het jeugdstrafrecht toepassen.
Straf
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde straf is gelijk aan de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Het voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Anders dan door de officier van justitie is gevorderd, zal de rechtbank geen contactverbod met de slachtoffers opleggen. Voor deze inperking van de persoonlijke bewegingsvrijheid van de verdachte bestaat onvoldoende aanleiding, nu er geen aanwijzingen zijn dat de verdachte de afgelopen periode - waarin er geen contactverbod was - de slachtoffers heeft benaderd of zich belastend jegens hen heeft gedragen.
Algemene afsluiting
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 47, 77c, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 25 (vijfentwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, gevestigd te Dordrecht, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- zal meewerken aan ambulante behandeling door E25 of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering en voor zolang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
- zich gedurende de proeftijd zal inspannen voor het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van werk en/of een opleiding;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S. Riege, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. J.C.M. Persoon en D.G.J. Roset, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.R. van Staveren, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 oktober 2025.
De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1hij op of omstreeks 13 november 2024 te Dordrecht,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een fatbike,in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een derde ([naam])toebehoordedoor- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: “Ga van die kanker fatbikeaf”, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of- die [slachtoffer 1] in het gezicht, althans tegen het lichaam, te slaan en/of- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een soortgelijk voorwerp, tetonen en/of voor te houden en/of- een vuurwapen, althans een soortgelijk voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]te richten en/of- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: “Je moet jekankerkop houden, anders schiet ik een kogel door je kop”, althans woorden vangelijke dreigende aard of strekking;
2hij op of omstreeks 13 november 2024 te Dordrecht,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 7º van de Wet wapens enmunitie gelet op artikel 3, onder a van de Regeling wapens en munitie,te weteneen door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapengelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is,namelijk een: nabootsing van een pistool,welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met eenvuurwapen, namelijk een pistool, merk Glock, model 17,voorhanden heeft gehad.