Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-17
ECLI:NL:RBROT:2025:12357
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,667 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer 1] – [nummer 2]
uitspraakdatum: 17 april 2025
in de zaak van:
[verzoekster]
,
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoekster.
Procesverloop
Verzoekster heeft op 15 januari 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een drietal schuldeisers, te weten:
Anders Medical Factoring B.V., in behandeling bij LAVG Gerechtsdeurwaarders (hierna: Anders Medical Factoring);
Hogeschool Rotterdam, in behandeling bij GGN Mastering Credit (hierna: Hogeschool Rotterdam) met drie vorderingen;
SSH Student Housing, in behandeling bij BoitenLuhrs Gerechtsdeurwaarders (hierna: SSH Student Housing);
die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
LAVG heeft namens Anders Medical Factoring heeft voorafgaand aan de zitting op 31 maart 2025 een verweerschrift toegezonden.
GGN Mastering Credit heeft namens Hogeschool Rotterdam voorafgaand aan de zitting op 8 april 2025 een verweerschrift toegezonden en aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.
Ter zitting van 10 april 2025 zijn verschenen en gehoord:
verzoekster;
mevrouw [persoon A] , werkzaam als schuldhulpverlener bij Geldplein Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
de heer [persoon B] , werkzaam als klantregisseur bij Geldplein Rotterdam;
mevrouw [persoon C] , werkzaam bij BoitenLuhrs Gerechtsdeurwaarders, namens SSH Student Housing (hierna: SSH Student Housing).
De overige weigerende schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Op 10 april 2025 heeft schuldhulpverlening aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. Het verzoek
Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift tien schuldeisers, waarvan twee preferente met drie vorderingen en acht concurrente schuldeisers met tien vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 24.770,21 van verzoekster te vorderen.
Verzoekster heeft bij brief van 19 september 2024 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en de schuldeisers verzocht worden de betreffende schulden kwijt te schelden.
Het aanbod heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op een berekening van het vrij te laten bedrag op basis van ongewijzigde voortzetting van haar Participatiewet-uitkering. Verzoekster staat sinds 17 december 2024 onder deeltijdbehandeling bij Antes vanwege trauma’s, persoonlijkheidsproblematiek, psychische klachten en verslaving. Zij is naar Antes doorverwezen door de huisarts. Ter zitting heeft verzoekster te kennen gegeven dat het gaat om een intensieve behandeling van drie dagen in de week groepstherapie, en iedere twee weken nog een dag individuele therapie. Verzoekster geeft aan dat deze behandeling minimaal twaalf maanden zal duren. Uit de overgelegde verklaring van Antes blijkt dat de behandeling maximaal vijftien maanden duurt en er aansluitend een nazorgtraject zal plaatsvinden. Verzoekster is door de gemeente Rotterdam ontheven van de sollicitatieverplichting voor de periode van 22 juli 2024 tot en met 22 juli 2025. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat zij niet verwachten dat de afloscapaciteit binnen de termijn van de schuldenregeling zal toenemen. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat het aanbod het maximaal haalbare is. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar budgetbeheerder voldaan. Gebleken is wel, dat de schuld aan de Belastingdienst hoger is dan in het verzoekschrift is vermeld, omdat er nog voor circa € 2500.- aan Toeslagen uit 2020 en 2022 zijn teruggevorderd. Ook voor sanering van deze schuld heeft de Belastingdienst echter akkoord gegeven, zodat ook deze wordt kwijtgescholden.
Zeven schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Anders Medical Factoring, Hogeschool Rotterdam en SSH Student Housing stemmen hier niet mee in. Anders Medical Factoring heeft een vordering van € 415,89 op verzoekster, welke 1,68% van de totale schuldenlast beloopt. Hogeschool Rotterdam heeft drie vorderingen van in totaal € 720,11 op verzoekster, welke 2,91% van de totale schuldenlast beloopt. SSH Student Housing heeft een vordering van € 2.117,14 op verzoekster, welke 8,55% van de totale schuldenlast beloopt.
3Het verweer
Anders Medical Factoring
In haar verweerschrift heeft Anders Medical Factoring gesteld dat er bij een voorstel van 0,0%, zeker op basis van een saneringskrediet, geen enkel belang is om in te stemmen. Verzoekster heeft dan ook onvoldoende gemotiveerd waarom Anders Medical Factoring niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren van instemming met de schuldregeling. Daarnaast is Anders Medical Factoring van mening dat een prognosekrediet meer voor de hand had gelegen. Bij een saneringskrediet wordt immers geen rekening gehouden met de toekomstperspectieven. Anders Medical Factoring heeft te kennen gegeven dat de medische klachten van verzoekster op geen enkele wijze worden onderbouwd. Ook is de ontheffing van de sollicitatieverplichting vanuit de gemeente Rotterdam niet overgelegd, waardoor Anders Medical Factoring niet anders kan dan concluderen dat verzoekster wel degelijk in staat moet zijn om inkomsten uit arbeid te genereren. Naar de mening van Anders Medical Factoring is er onvoldoende controle op de sollicitatieverplichting vanuit schuldhulpverlening. Door het aanbieden van een saneringskrediet is schuldhulpverlening ook niet voornemens deze controle uit te voeren. Voorts is Anders Medical Factoring van mening dat het aanbod niet goed en betrouwbaar is gedocumenteerd. Mede hierdoor is er niet het maximaal haalbare aan de schuldeisers aangeboden. Verzoekster kan immers aanspraak maken op een bedrag van € 131,00 aan zorgtoeslag en € 283,00 aan huurtoeslag, waardoor er sprake zou zijn van een afloscapaciteit van € 13,63 per maand. Bovendien is er bij een eventuele toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling sprake van intensief, streng en onafhankelijk toezicht van een professionele bewindvoerder en een rechter-commissaris. Verzoekster zal intensief moeten solliciteren om zoveel mogelijk inkomsten te genereren. Gelet op het minimumloon zal haar inkomen met € 825,47 per maand stijgen en zal de thans berekende afloscapaciteit ruimschoots worden overstegen. In de ogen van Anders Medical Factoring biedt een wettelijke schuldsaneringsregeling derhalve betere vooruitzichten voor de schuldeisers dan het huidige aanbod.
Hogeschool Rotterdam
In haar verweerschrift heeft Hogeschool Rotterdam zich op het standpunt gesteld dat zij tot op heden op terechte gronden geweigerd heeft in te stemmen met de namens verzoekster aangeboden minnelijke schuldregeling. Hogeschool Rotterdam merkt op dat zij op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: WHW) niet mag instemmen met het kwijtingsverzoek. In dit kader verwijst Hogeschool Rotterdam naar artikel 2.9 lid 1 van de WHW en artikel 7.48 lid 5 van de WHW. Door in te stemmen met het verzoek zou Hogeschool Rotterdam instemmen met het niet doelmatig gebruik van de rijksbijdrage en dat kan van haar niet worden gevergd. Hogeschool Rotterdam stelt voorts dat het onduidelijk is waarom verzoekster in de toekomst niet meer zou kunnen gaan verdienen en, al dan niet in een wettelijke schuldsaneringsregeling, een hoger aanbod zou kunnen doen. Met het oog hierop is Hogeschool Rotterdam dan ook van mening dat het gedane voorstel niet het maximale voorstel is waartoe verzoekster thans en in de toekomst in staat is.
Beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling niet voorziet in een uitkering, staat het belang van Anders Medical Factoring, Hogeschool Rotterdam en SSH Student Housing bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Anders Medical Factoring, Hogeschool Rotterdam en SSH Student Housing in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vorderingen van Anders Medical Factoring, Hogeschool Rotterdam en SSH Student Housing een aandeel vormen in de totale schuldenlast van 13,14%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk zeven van de tien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein Rotterdam. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar onderbouwd, met inachtneming van de nadere toelichting die is gegeven ter zitting op de persoonlijke situatie van verzoekster.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster niet beschikt over betaald werk. Verzoekster ontvangt een Participatiewet-uitkering en is door de gemeente Rotterdam ontheven van de sollicitatieverplichting voor de periode 22 juli 2024 tot en met 22 juli 2025. De verwachting is dat deze wordt verlengd. Verzoekster staat sinds 17 december 2024 onder intensieve behandeling bij Antes vanwege trauma’s, persoonlijkheidsproblematiek, psychische klachten en verslaving. De behandeling zal minimaal twaalf maanden en maximaal vijftien maanden duren. Uit de overgelegde verklaring van Antes blijkt dat er aansluitend een nazorgtraject zal plaatsvinden. Gelet op de psychische gesteldheid en het opleidingsniveau van verzoekster acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat zij in de achttien maanden na het aanbod geen hogere afloscapaciteit zal krijgen.
Dat de schuldeisers – ook naar eigen zeggen – geen belang hebben om reeds bij voorbaat in te stemmen met een 0% aanbod, is in dit geval geen reden om het verzoek niet toewijsbaar te achten. Uit het bovenstaande vloeit immers voort dat er geen reëel perspectief is op een hogere afloscapaciteit in de achttien maanden volgend op de datum van het aanbod. Dat betekent ook dat in de situatie dat de schuldsaneringsregeling (met een eerdere ingangsdatum) op verzoekster van toepassing zou zijn (zoals subsidiair verzocht) er geen vooruitzicht is op een uitdeling aan de schuldeisers. Dat geldt ook, indien uit zou moeten worden gegaan van de juistheid van de stelling van Anders Medical Factoring, dat verzoekster een afloscapaciteit zou moeten hebben van ten minste € 13,63 per maand (hetgeen verzoekster overigens heeft betwist). Duidelijk is immers, dat toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aanzienlijke kosten met zich meebrengt, bestaande uit onder meer salaris voor de bewindvoerder en griffierecht. Deze kosten zouden de aflossingen op basis van deze beperkte afloscapaciteit ruimschoots overschrijden. De verwachting is dat een groot deel van de wsnp-gerelateerde kosten ook bij een dergelijke minimale afloscapaciteit, ten laste van de Staat zouden moeten komen.
Gelet op die omstandigheden en het belang van verzoekster bij een schuldenvrije toekomst, dient het belang van verzoekster in dit geval naar het oordeel van de rechtbank te prevaleren boven het belang van Anders Medical Factoring, Hogeschool Rotterdam en SSH Student Housing.
Het verzoek om Anders Medical Factoring, Hogeschool Rotterdam en SSH Student Housing te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Anders Medical Factoring, Hogeschool Rotterdam en SSH Student Housing zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal worden gekweten van haar schulden. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
- beveelt Anders Medical Factoring, Hogeschool Rotterdam en SSH Student Housing om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Anders Medical Factoring, Hogeschool Rotterdam en SSH Student Housing in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;
bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 17 april 2025.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.