Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-06-24
ECLI:NL:RBROT:2025:12044
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
6,178 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/700963 / JE RK 25-1148
Datum uitspraak: 24 juni 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Dordrecht,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 juni 2025, ontvangen op 6 juni 2025;
het toetsingsbesluit van de Raad van 20 juni 2025, ontvangen op 23 juni 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] heeft hierover (telefonisch) een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [voornaam minderjarige 2] heeft geen mening gegeven.
Feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven in een gezinshuis.
2.3.
Bij beschikking van 25 juni 2024 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 28 juni 2025. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter tevens de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 1 oktober 2024. Het overig verzochte is aangehouden.
2.4.
Bij beschikking van 18 september 2024 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten een gezinshuis, verlengd tot 28 juni 2025.
3Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt tevens de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van een jaar.
4De standpunten
4.1.
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven al langere tijd in een gezinshuis. Zij gaan inmiddels drie weekenden per maand naar de vader, wat positief verloopt. Voor [voornaam minderjarige 2] verloopt het verblijf in het gezinshuis ook positief, maar voor [voornaam minderjarige 1] bestaan hierover zorgen. [voornaam minderjarige 1] vertoont opstandig gedrag en het lukt het gezinshuis niet om hem hierin voldoende te corrigeren. Hij zou graag zelfstandiger willen worden, maar toont geen interesse wanneer hij hiervoor de kans krijgt, bijvoorbeeld bij het uitvoeren van huishoudelijke taken. Daarbij heeft hij moeite met het verwerken van informatie, waardoor hij dingen lastiger begrijpt. De aankomende periode moet worden onderzocht wat voor hem een passende vervolgplek is en welke stappen hiervoor nodig zijn. De GI is van mening dat [voornaam minderjarige 1] een plek nodig heeft waar hij onder begeleiding zelfstandig kan wonen. Gelet op de leeftijd van [voornaam minderjarige 1] is het echter van belang om hierin voornamelijk zijn plannen te volgen en de nodige stappen hierop af te stemmen. Daarbij is het van belang dat hierover ook overeenstemming komt met de vader, zodat [voornaam minderjarige 1] de fysieke en emotionele toestemming krijgt om daadwerkelijk stappen te zetten. De GI is voornemens om hiertoe voor de zomerperiode een groot overleg in te plannen, waarbij alle betrokken partijen aanwezig zijn. In de tussentijd lijkt het de GI niet verstandig om [voornaam minderjarige 1] een vierde weekend naar de vader toe te laten gaan. De vader is dan zelf niet thuis. Daarbij heeft het gezinshuis dit weekend nodig om de nodige structuur en regelmaat binnen een gezinssituatie te bieden.
4.2.
Door en namens de vader wordt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren gebracht. De vader merkt dat de kinderen vaker bij hem willen zijn. De vader is bereid om hieraan mee te werken. [voornaam minderjarige 2] heeft het op zich naar haar zin in het gezinshuis. Zij zou hier kunnen blijven totdat zij zelf anders aangeeft. De vader hoopt dat ook voor [voornaam minderjarige 1] een goede oplossing wordt gevonden. Hij wordt ouder, dus het is niet vreemd dat hij zich meer afzet tegen de regels van het gezinshuis. Daarbij is het begrijpelijk dat [voornaam minderjarige 1] graag bij zijn vrienden en zijn vader wil zijn, ook in het vierde weekend van de maand. De vader begrijpt niet waarom dit niet kan.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de vader en de kinderen de afgelopen periode positieve stappen hebben gezet, maar dat nog niet alle gestelde doelen zijn behaald. De betrokkenheid van de GI is daarom de aankomende periode nog nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 2] daarom verlengen voor de duur van een jaar en de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] verlengen tot aan zijn meerderjarigheid.
5.2.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven al langere tijd in een gezinshuis en gaan inmiddels allebei drie weekenden per maand naar de vader. Hoewel deze weekenden positief verlopen, is het op dit moment niet mogelijk om [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] volledig bij de vader terug te plaatsen. Het verblijf van [voornaam minderjarige 2] in het gezinshuis verloopt positief. Voor [voornaam minderjarige 2] zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing daarom verlengen voor de duur van een jaar. Voor [voornaam minderjarige 1] ziet de kinderrechter echter aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor een kortere duur dan door de GI is verzocht. Het verblijf van [voornaam minderjarige 1] in het gezinshuis blijkt niet meer passend te zijn. De aankomende periode moet worden onderzocht wat voor hem een passende vervolgplek is en welke stappen hiervoor nodig zijn. Om tussentijds een vinger aan de pols te houden, zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] verlengen voor de duur van zes maanden en het overig verzochte aanhouden tot de hierna te noemen zittingsdatum.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.4.
De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift aan de moeder en de vader) te rapporteren over de stand van zaken en daarbij aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd. Daarnaast verzoekt de kinderrechter de GI om een actueel (bijgewerkt) gezinsplan mee te sturen.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] tot 6 juni 2026;
6.2.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 2] tot 28 juni 2026;
6.3.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten een gezinsgerichte voorziening, tot 28 december 2025;
6.4.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten een gezinsgerichte voorziening, tot 28 juni 2026;
6.5.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.6.
houdt de behandeling voor het overig verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de moeder en de vader zal plaatsvinden op 15 december 2025 om 14:45 uur, in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125;
6.7.
de zaak zal op genoemde zittingsdatum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. H. Benaissa, kinderrechter;
6.8.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de moeder en de vader;
6.9.
gelast de oproeping van [voornaam minderjarige 1] tegen genoemde zittingsdatum en tijdstip;
6.10.
verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de genoemde zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift aan de moeder en de vader) de verzochte briefrapportage en het actuele gezinsplan te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2025 door mr. H. Benaissa, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 7 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/700963 / JE RK 25-1148
Datum uitspraak: 24 juni 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Dordrecht,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 juni 2025, ontvangen op 6 juni 2025;
het toetsingsbesluit van de Raad van 20 juni 2025, ontvangen op 23 juni 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] heeft hierover (telefonisch) een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [voornaam minderjarige 2] heeft geen mening gegeven.
Feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven in een gezinshuis.
2.3.
Bij beschikking van 25 juni 2024 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 28 juni 2025. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter tevens de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 1 oktober 2024. Het overig verzochte is aangehouden.
2.4.
Bij beschikking van 18 september 2024 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten een gezinshuis, verlengd tot 28 juni 2025.
3Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt tevens de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van een jaar.
4De standpunten
4.1.
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven al langere tijd in een gezinshuis. Zij gaan inmiddels drie weekenden per maand naar de vader, wat positief verloopt. Voor [voornaam minderjarige 2] verloopt het verblijf in het gezinshuis ook positief, maar voor [voornaam minderjarige 1] bestaan hierover zorgen. [voornaam minderjarige 1] vertoont opstandig gedrag en het lukt het gezinshuis niet om hem hierin voldoende te corrigeren. Hij zou graag zelfstandiger willen worden, maar toont geen interesse wanneer hij hiervoor de kans krijgt, bijvoorbeeld bij het uitvoeren van huishoudelijke taken. Daarbij heeft hij moeite met het verwerken van informatie, waardoor hij dingen lastiger begrijpt. De aankomende periode moet worden onderzocht wat voor hem een passende vervolgplek is en welke stappen hiervoor nodig zijn. De GI is van mening dat [voornaam minderjarige 1] een plek nodig heeft waar hij onder begeleiding zelfstandig kan wonen. Gelet op de leeftijd van [voornaam minderjarige 1] is het echter van belang om hierin voornamelijk zijn plannen te volgen en de nodige stappen hierop af te stemmen. Daarbij is het van belang dat hierover ook overeenstemming komt met de vader, zodat [voornaam minderjarige 1] de fysieke en emotionele toestemming krijgt om daadwerkelijk stappen te zetten. De GI is voornemens om hiertoe voor de zomerperiode een groot overleg in te plannen, waarbij alle betrokken partijen aanwezig zijn. In de tussentijd lijkt het de GI niet verstandig om [voornaam minderjarige 1] een vierde weekend naar de vader toe te laten gaan. De vader is dan zelf niet thuis. Daarbij heeft het gezinshuis dit weekend nodig om de nodige structuur en regelmaat binnen een gezinssituatie te bieden.
4.2.
Door en namens de vader wordt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren gebracht. De vader merkt dat de kinderen vaker bij hem willen zijn. De vader is bereid om hieraan mee te werken. [voornaam minderjarige 2] heeft het op zich naar haar zin in het gezinshuis. Zij zou hier kunnen blijven totdat zij zelf anders aangeeft. De vader hoopt dat ook voor [voornaam minderjarige 1] een goede oplossing wordt gevonden. Hij wordt ouder, dus het is niet vreemd dat hij zich meer afzet tegen de regels van het gezinshuis. Daarbij is het begrijpelijk dat [voornaam minderjarige 1] graag bij zijn vrienden en zijn vader wil zijn, ook in het vierde weekend van de maand. De vader begrijpt niet waarom dit niet kan.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de vader en de kinderen de afgelopen periode positieve stappen hebben gezet, maar dat nog niet alle gestelde doelen zijn behaald. De betrokkenheid van de GI is daarom de aankomende periode nog nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 2] daarom verlengen voor de duur van een jaar en de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] verlengen tot aan zijn meerderjarigheid.
5.2.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven al langere tijd in een gezinshuis en gaan inmiddels allebei drie weekenden per maand naar de vader. Hoewel deze weekenden positief verlopen, is het op dit moment niet mogelijk om [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] volledig bij de vader terug te plaatsen. Het verblijf van [voornaam minderjarige 2] in het gezinshuis verloopt positief. Voor [voornaam minderjarige 2] zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing daarom verlengen voor de duur van een jaar. Voor [voornaam minderjarige 1] ziet de kinderrechter echter aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor een kortere duur dan door de GI is verzocht. Het verblijf van [voornaam minderjarige 1] in het gezinshuis blijkt niet meer passend te zijn. De aankomende periode moet worden onderzocht wat voor hem een passende vervolgplek is en welke stappen hiervoor nodig zijn. Om tussentijds een vinger aan de pols te houden, zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] verlengen voor de duur van zes maanden en het overig verzochte aanhouden tot de hierna te noemen zittingsdatum.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.4.
De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift aan de moeder en de vader) te rapporteren over de stand van zaken en daarbij aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd. Daarnaast verzoekt de kinderrechter de GI om een actueel (bijgewerkt) gezinsplan mee te sturen.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] tot 6 juni 2026;
6.2.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 2] tot 28 juni 2026;
6.3.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten een gezinsgerichte voorziening, tot 28 december 2025;
6.4.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten een gezinsgerichte voorziening, tot 28 juni 2026;
6.5.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.6.
houdt de behandeling voor het overig verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de moeder en de vader zal plaatsvinden op 15 december 2025 om 14:45 uur, in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125;
6.7.
de zaak zal op genoemde zittingsdatum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. H. Benaissa, kinderrechter;
6.8.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de moeder en de vader;
6.9.
gelast de oproeping van [voornaam minderjarige 1] tegen genoemde zittingsdatum en tijdstip;
6.10.
verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de genoemde zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift aan de moeder en de vader) de verzochte briefrapportage en het actuele gezinsplan te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2025 door mr. H. Benaissa, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 7 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.