Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-06-24
ECLI:NL:RBROT:2025:11908
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,735 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/699701 / JE RK 25-991 en C/10/700892/ JE RK 25/1134
Datum uitspraak: 24 juni 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. W. Suttorp, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam pleegmoeder] ,
wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de pleegmoeder,
[naam pleegvader] ,
wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de pleegvader.
1Het verloop van de procedure
Zaaknummers C/10/699701 en C/10/700892
1.1.
Het procesverloop blijkt uit de tussenbeschikking van 11 juni 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] bijgestaan door zijn advocaat;
- de pleegmoeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
1.3.
De pleegvader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de pleegvader wel juist is opgeroepen.
Feiten
2.1.
Op 22 februari 2016 heeft de kinderrechter in deze rechtbank het ouderlijk gezag van de biologische moeder van [minderjarige] beëindigd en hem onder voogdij gesteld van de GI.
2.2.
Bij beschikking van 2 mei 2019 is de GI ontslagen als voogd en is de pleegmoeder tot voogdes over [minderjarige] benoemd.
2.3.
[minderjarige] verblijft bij Schakenbosch.
2.4.
Bij beschikking van de kinderrechter van 17 maart 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 17 maart 2026. De kinderrechter heeft bij die beschikking ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend, met ingang van 17 maart 2025 tot 17 september 2025.
2.5.
Bij beschikking van de kinderrechter van 5 juni 2025 is er een spoedmachtiging verleend [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken, met ingang van 5 juni 2025 tot 3 juli 2025.
2.6.
Bij beschikking van de kinderrechter van 11 juni 2025 is de behandeling van de verzoeken met zaaknummers C/10/699701 en C/10/700892 aangehouden.
3De verzoeken
Het verzoek met zaaknummer C/10/699701
3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier maanden.
3.2.
De kinderrechter heeft ter zitting van 11 juni 2025 de behandeling van het verzoek aangehouden, omdat [minderjarige] niet aanwezig was bij de zitting. Er dient nu nog te worden beslist op dit verzoek.
Het verzoek met zaaknummer C/10/700892
3.3.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt om aansluitend een machtiging te verlenen om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van vier maanden.
3.4.
De kinderrechter heeft reeds op het verzoek beslist bij de hiervoor genoemde beschikking van 5 juni 2025.
3.5.
De GI heeft ter zitting van 24 juni 2025 het resterende deel van het verzoek ingetrokken.
4Het standpunt van de GI
4.1.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek met zaaknummer C/10/699701 en licht dit als volgt toe. Er waren grote zorgen, omdat onduidelijk was waar [minderjarige] verbleef. [minderjarige] trok zijn eigen plan en liet zich niet aansturen. Er zijn vermoedens van dealen en er gaan verhalen rond dat hij een vuurwapen in zijn bezit zou hebben. Sinds afgelopen vrijdag is [minderjarige] weer terecht en geplaatst bij Schakenbosch. De komende periode is nodig om rust te creëren en om te beoordelen of [minderjarige] zich aan de regels kan houden en of terugplaatsing naar een open groep mogelijk is. Omdat er recent veel is gebeurd en er tijd nodig is om een vervolgplek te vinden, is een termijn van vier maanden noodzakelijk.
5Het standpunt van de pleegmoeder
5.1.
De pleegmoeder ondersteunt het verzoek van de GI en geeft aan zich grote zorgen te maken over de psychische en fysieke gezondheid van [minderjarige] . [minderjarige] is een slimme jongen en kan zich goed verwoorden, maar hij vindt het lastig om afspraken na te komen. [minderjarige] heeft meer tijd nodig om te leren dat hij moet doen wat hij afspreekt.
6Het standpunt van [minderjarige]
6.1.
Door en namens [minderjarige] wordt geen verweer gevoerd tegen de gesloten machtiging. [minderjarige] verzoekt de duur van de machtiging te beperken tot drie maanden, zodat in die periode kan worden gekeken hoe het gaat. [minderjarige] begrijpt dat er iets moet veranderen. Hij is een slimme jongen met zelfinzicht. Binnenkort vindt een startgesprek plaats, waaraan hij volledig wil meewerken. [minderjarige] heeft de potentie om eerder door te stromen naar een open groep. Een kortere termijn kan hem extra stimuleren om stappen te zetten.
Beoordeling
Het verzoek met zaaknummer C/10/699701
7.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
7.2.
[minderjarige] heeft een belast verleden, gekenmerkt door meerdere uithuisplaatsingen en verschillende woonplekken. Op 20 juni 2025 is hij gesloten geplaatst vanwege de zorgen zoals beschreven in de beschikking van 11 juni 2025 en het verslag van logeerhuis Amalia. Een gesloten plaatsing is nodig om [minderjarige] te stabiliseren en hem de structuur te bieden die hij nodig heeft. Daarnaast voorkomt dit dat hij zich aan de hulpverlening onttrekt, zoals eerder gebeurde tijdens zijn verblijf bij logeerhuis Amalia. Voordat terugplaatsing naar een open groep mogelijk is, moet [minderjarige] laten zien dat hij afspraken nakomt, ook als hij meer vrijheden krijgt. [minderjarige] is een slimme jongen met potentie. Het is nu aan hem om verantwoordelijkheid te nemen en zich in te zetten voor positieve verandering.
7.3.
De instemmende verklaring van de gedragswetenschapper maakt evenzeer duidelijk dat plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp noodzakelijk is.
7.4.
Gelet op al het voorgaande kan de veiligheid van [minderjarige] (nog) niet worden gewaarborgd op een open groep. Daarom is een gesloten machtiging noodzakelijk en zal de kinderrechter de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier maanden verlenen. De kinderrechter acht een termijn van drie maanden, zoals (de advocaat van) [minderjarige] heeft voorgesteld, te kort. In de komende periode moet namelijk nog veel gebeuren. Eerst moet [minderjarige] wennen binnen Schakenbosch. Daarna kan stapsgewijs worden gewerkt aan het opbouwen van vrijheden. Ook moet er worden gekeken naar de mogelijkheden voor school en/of dagbesteding en moet een passende vervolgplek worden gezocht.
Het verzoek met zaaknummer C/10/700892
7.5.
De kinderrechter stelt vast dat de GI het verzoek ter zitting heeft ingetrokken. Als gevolg van het intrekken van het verzoek kunnen de gronden daarvan niet meer onderzocht worden. Om die reden zal de kinderrechter het verzoek afwijzen.
Dictum
De kinderrechter:
Het verzoek met zaaknummer C/10/699701
8.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 3 juli 2025 tot 3 november 2025;
Het verzoek met zaaknummer C/10/700892
8.2.
wijst het resterende verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2025 door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 1 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet.