Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-23
ECLI:NL:RBROT:2025:11902
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,928 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/699430 / JE RK 25-963
Datum uitspraak: 23 mei 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van een ondertoezichtstelling, een verlenging van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp en een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. P.E. Epping, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
wonende in [plaats] , hierna te noemen: de moeder,
Rosalina Maria Richardson,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres, hierna te noemen: de oma.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De schriftelijke verzoeken van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling, gedateerd 7 mei 2025, en de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, gedateerd 28 april 2025, en de daarbij gevoegde bijlagen zijn binnengekomen bij de rechtbank op 13 mei 2025. Op 21 en 23 mei 2025 zijn ontvangen het leer- en ontwikkelplan van [zorginstelling] , gedateerd 19 mei 2025, en de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 22 mei 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 mei 2025. Daarbij waren aanwezig:
[minderjarige] , bijgestaan door zijn advocaat;
de oma (telefonisch);
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [vertegenwoordiger] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
Feiten
2.1.
De oma van vaders kant heeft de voogdij over [minderjarige] .
2.2.
Op 1 juni 2023 is [minderjarige] door de kinderrechter in deze rechtbank onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling van [minderjarige] is daarna verlengd en loopt nu tot 1 juni 2025.
2.3.
Sinds april 2024 verblijft [minderjarige] bij [zorginstelling] . [minderjarige] verbleef hier eerst op basis van een machtiging gesloten jeugdhulp. Sinds 18 februari 2025 verblijft [minderjarige] hier op basis van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. Deze machtiging geldt tot 1 juni 2025. Aan deze voorwaardelijke machtiging zijn de volgende voorwaarden verbonden:
- [minderjarige] houdt zich aan de regels en afspraken die op [zorginstelling] gelden;
- [minderjarige] gaat naar school en dagbesteding volgens zijn rooster;
- [minderjarige] houdt zich aan het verlofschema zoals is opgesteld met hem en zijn familie;
- [minderjarige] werkt mee aan de geboden hulpverlening;
- [minderjarige] komt niet in contact met de politie.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot zijn meerderjarigheid (te weten tot [geboortedatum] 2026). Daarnaast verzoekt de GI de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp te verlengen met maximaal vijf maanden en tevens, aansluitend, een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen tot aan zijn meerderjarigheid. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter zitting wijzigt de GI het verzoek tot verlenging van de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, in die zin dat wordt verzocht om deze te verlengen met maximaal twee maanden.
3.3.
De GI licht de verzoeken ter zitting – samengevat – als volgt toe. Het voortduren van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] totdat hij meerderjarig is, is noodzakelijk omdat hij nog begeleiding nodig heeft. Oma, die de voogdij over [minderjarige] heeft, woont op [land] . Zij doet wat zij kan, maar de afstand bemoeilijkt de situatie. Begeleiding door de moeder lukt ook niet. Daarnaast is een korte verlenging van de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp nodig, gevolgd door een reguliere machtiging tot uithuisplaatsing. De bedoeling is dat [minderjarige] naar een vervolgplek gaat van waaruit hij verder kan groeien richting zelfstandigheid, maar hiervoor is een wachtlijst. De voortzetting van zijn verblijf bij [zorginstelling] kan weliswaar ook op basis van een reguliere machtiging tot uithuisplaatsing, maar omdat het weekendverlof in de afgelopen periode niet altijd even soepel is verlopen, is een korte verlenging van de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp aangewezen. [minderjarige] trok zich in de weekenden terug en trad uit contact. Dit had mede te maken met onrust in de thuissituatie bij de moeder. Belangrijk is dat [minderjarige] in contact blijft met [zorginstelling] . Op andere gebieden heeft [minderjarige] evenwel grote stappen vooruit gezet. Op 17 juni 2025 staat een nieuw evaluatiemoment gepland. Als dan wordt geconcludeerd dat het goed gaat, zal het verblijf van [minderjarige] niet langer worden voortgezet op basis van de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, maar op basis van de reguliere machtiging tot uithuisplaatsing.
4Het standpunt van [minderjarige]
4.1.
Door en namens [minderjarige] wordt gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter. [minderjarige] heeft te kennen gegeven dat hij bereid is om zich aan de eerder gestelde voorwaarden te blijven houden.
5Het standpunt van de oma
5.1.
De oma verzet zich niet tegen verlenging van de maatregelen. Zij geeft aan trots te zijn op [minderjarige] en te hopen dat er snel een passende vervolgplek voor hem wordt gevonden.
Beoordeling
De verlenging van de ondertoezichtstelling
6.1.
Omdat uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat nog steeds wordt voldaan aan de gronden voor de ondertoezichtstelling (genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek) en geen verweer is gevoerd tegen verlenging van de ondertoezichtstelling, wordt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] als onweersproken verlengd tot [geboortedatum] 2026.
De voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp en de machtiging tot plaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder
6.2.
De kinderrechter is van oordeel dat ook nog steeds wordt voldaan aan de vereisten voor het verlenen van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp (genoemd in artikel 6.1.4 van de Jeugdwet). De nu 17-jarige [minderjarige] is in april 2024 gesloten geplaatst bij [zorginstelling] , omdat hij zich op het straatleven was gaan richten en middelen was gaan gebruiken en hij, op de open groep waarop hij eerst was geplaatst, zelfbepalend gedrag liet zien, betrokken was bij geweldsincidenten en wegliep. Op 18 februari 2025 is de machtiging gesloten jeugdhulp omgezet in een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, omdat [minderjarige] een positieve ontwikkeling had laten zien en zich beter aan de gemaakte afspraken hield. Een voorwaardelijke machtiging werd nog nodig geacht, omdat het risico bestond dat [minderjarige] zou terugvallen in zelfbepalend gedrag en negatieve beïnvloeding door anderen als hij zich niet aan voorwaarden hoefde te houden. Nu, ruim drie maanden later, blijkt dat [minderjarige] de stijgende lijn in zijn ontwikkeling heeft weten vast te houden. Dat is een compliment waard. [minderjarige] houdt zich aan vrijwel alle afspraken. Een verbeterpunt is nog het in contact blijven met [zorginstelling] tijdens zijn verlof. Belangrijk is dat [minderjarige] laat zien dat hij zich ook aan deze afspraak kan houden. [minderjarige] heeft te kennen gegeven zich hiervoor te zullen inspannen.
6.3.
Gelet op dit alles, en op de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper die [minderjarige] met het oog op het verlengingsverzoek heeft onderzocht, verlengt de kinderrechter de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp met de verzochte duur van maximaal twee maanden.
6.4.
Daarnaast verleent de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De GI heeft te kennen gegeven dat de plaatsing van [minderjarige] bij [zorginstelling] naar verwachting op korte termijn kan worden voortgezet op basis van een reguliere machtiging uithuisplaatsing en dat [minderjarige] bovendien op de wachtlijst staat voor een passende vervolgplek. Dit zal ook een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder zijn, omdat plaatsing van [minderjarige] bij de oma of de moeder niet tot de mogelijkheden behoort. Een machtiging tot plaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder is daarom noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] (artikel 1:265b BW).
6.5.
De kinderrechter verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot [geboortedatum] 2026;
7.2.
verlengt de voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot maximaal 1 augustus 2025;
7.3.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie een jeugdhulpaanbieder tot [geboortedatum] 2026;
7.4.
verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2025 door
mr. drs. H. Biemond, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 11 juni 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.