Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-10-03
ECLI:NL:RBROT:2025:11802
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,265 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11638359 RR FORM 25-13
datum uitspraak: 3 oktober 2025
Vonnis in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter
in de zaak van
[eiseres]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: [persoon A] ,
tegen
de rechtsvorm naar buitenlands recht
[gedaagde]
, handelend onder de naam [handelsnaam B] ,
kantoorhoudend in Rotterdam,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [persoon B] .
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het aanmeldformulier van 6 april 2025, met bijlagen;
de aanvulling van [eiseres] van 15 april 2025,
het verzoek tot uitstellen van de zitting met verhinderdata van [gedaagde] .
1.2.
De zitting van 13 juni 2025 is op verzoek van [gedaagde] uitgesteld. Vervolgens is de zaak op 12 september 2025 tijdens een zitting besproken. Daarbij was [persoon A] aanwezig namens [eiseres] . [gedaagde] is, ondanks dat hij behoorlijk is opgeroepen, niet verschenen.
Beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
[eiseres] heeft bij [gedaagde] een pakket rijlessen gekocht. Op 5 januari 2024 heeft [eiseres] met [gedaagde] besproken dat zij wil stoppen met haar rijlessen. [eiseres] heeft met [gedaagde] afgesproken om het geld voor zeven rijlessen, de tussentijdse toets en het praktijkexamen aan [eiseres] terug te betalen (in totaal € 698,26), omdat zij deze niet heeft gebruikt. Op 14 juni 2024 heeft [gedaagde] aangegeven ‘dit in orde te maken’. [gedaagde] heeft op onder andere 20 juli 2024 en 6 september 2024 bevestigd dat hij terug zou betalen en gevraagd naar het rekeningnummer van [eiseres] . Nadat betaling uitbleef en [eiseres] opnieuw navraag deed, heeft [gedaagde] vervolgens op 18 oktober 2024 naar [eiseres] geappt dat hij nogmaals over de vergoeding heeft nagedacht en dat hij tot de conclusie is gekomen dat hij alleen bereid is om de inkoopkosten van de tussentijdse toets terug te betalen. [gedaagde] heeft vervolgens € 120,00 aan [eiseres] betaald en wil het daarbij laten. [eiseres] is het hier niet mee eens en heeft [gedaagde] een laatste kans gegeven om het bedrag terug te betalen. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan. In deze procedure eist [eiseres] daarom € 578,26 van [gedaagde] .
2.2.
De regelrechter wijst de vordering toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet € 578,26 betalen aan [eiseres]
2.3.
In de Whatsapp-gesprekken tussen [eiseres] en [gedaagde] is te lezen dat [gedaagde] heeft afgesproken om het volledige bedrag voor de resterende zeven rijlessen, de tussentijdse toets en het praktijkexamen aan [eiseres] terug te betalen. [gedaagde] heeft daarbij alleen benoemd dat dit in delen zou gaan vanwege problemen en daarbij verder geen voorbehoud gemaakt. Het is daarom niet redelijk dat [gedaagde] zeven maanden later, alsnog zonder daarvoor een goede reden te geven, terugkomt op zijn eerdere belofte. Ook in deze procedure heeft [gedaagde] geen reden gegeven waarom hij niet gehouden is aan de toegezegde terugbetaling. [gedaagde] moet dan ook het volledige bedrag, zoals partijen hebben afgesproken, aan [eiseres] betalen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De regelrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 90,00 aan griffierecht, € 50,00 aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 207,50. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De regelrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 578,26;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 207,50;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
64363