Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-07
ECLI:NL:RBROT:2025:11519
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,361 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/694300 / JE RK 25-294
Datum uitspraak: 7 april 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat: mr. N. Roos, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
de beschikking van de kinderrechter van 25 februari 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 24 februari 2025;
- de briefrapportage van de GI met bijlagen van 4 april 2025.
1.2.
Op 7 april 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
[voornaam minderjarige] , die tevens voorafgaand aan de behandeling is gehoord, met haar advocaat;
de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep van Schakenbosch.
2.3.
Bij beschikking van 6 september 2024 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 september 2025.
2.4.
Bij beschikking van 25 februari 2025 is een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor [voornaam minderjarige] verleend tot 8 april 2025. Het overige verzochte is aangehouden.
3Het aangehouden verzoek
3.1.
De GI heeft verzocht een spoedmachtiging tot gesloten jeugdhulp voor [voornaam minderjarige] te verlenen voor de duur van vier weken. Aansluitend heeft de GI verzocht een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor [voornaam minderjarige] te verlenen voor de duur van vijf maanden. Bij beschikking van 13 februari 2025 is reeds beslist over de spoedmachtiging tot gesloten jeugdhulp voor [voornaam minderjarige] voor de duur van twee weken. Bij beschikking van 25 februari 2025 is reeds beslist over de machtiging tot gesloten jeugdhulp tot 8 april 2025. Er resteert nog een beslissing op de machtiging tot gelsloten jeugdhulp voor [voornaam minderjarige] tot 13 augustus 2025.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. In de eerste weken bij Schakenbosch vertoonde [voornaam minderjarige] voorbeeldig gedrag, wat de vraag opriep of een gesloten setting wel passend was. Tegelijkertijd bleek dat zij moeite heeft om de juiste keuzes te maken zodra haar emoties hoog oplopen. [voornaam minderjarige] beschikt nog over onvoldoende vaardigheden om veilig terug naar huis te gaan. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het feit dat [voornaam minderjarige] zwanger is. Wanneer de machtiging niet wordt verleend, bestaat de zorg dat over een maand alsnog een nieuw verzoek moet worden ingediend, terwijl er dan geen garantie is op een plek. Op dit moment staan de hulpverleners bij Schakenbosch klaar om met [voornaam minderjarige] aan de slag te gaan, terwijl als [voornaam minderjarige] naar huis gaat dan is er geen hulpverlening. De wachtlijsten voor deze hulpverlening zijn aanzienlijk. Het plan is om het verlof van [voornaam minderjarige] stapsgewijs uit te breiden, zodat de gesloten plaatsing geleidelijk kan overgaan in een (deels) open setting. Hoewel er gezinsdiagnostiek is afgenomen, zijn de resultaten daarvan nog niet bekend. De ouders zijn zeer ondersteunend, maar juist daardoor lijkt de balans in hun relatie verstoord.
4Het standpunt van [voornaam minderjarige]
4.1.
Door en namens [voornaam minderjarige] wordt primair verzocht om het verzoek af te wijzen. Subsidiair wordt verzocht om de machtiging voor een kortere duur, te weten voor de duur van twee maanden, te verlenen. Er zijn positieve signalen over [voornaam minderjarige] . Zij heeft haar leven weer opgepakt, ondanks dat zij een week afwezig was bij Schakenbosch. Gedurende deze afwezigheid is zij niet weggelopen of uit het zicht van de GI geraakt. Ondanks de hoge emoties is [voornaam minderjarige] niet in de problemen gekomen. [voornaam minderjarige] wenst terug te gaan naar haar moeder, zodat zij daar de nodige ondersteuning kan ontvangen met betrekking tot haar zwangerschap en bevalling. [voornaam minderjarige] is bereid naar haar moeder te luisteren en is zich bewust van de gevolgen als zij zich niet aan de gemaakte afspraken houdt. [voornaam minderjarige] verdient de kans om te bewijzen dat zij het aankan. Mocht het misgaan, kan altijd een nieuw verzoek worden ingediend. Iedereen is het erover eens dat hulpverlening noodzakelijk is, maar niet vanuit de gesloten setting. Er moet worden onderzocht welke alternatieven vormen van hulpverlening mogelijk zijn buiten de gesloten setting. Hoewel de wachtlijsten voor hulpverlening intens zijn, is een gesloten plaatsing ook intens.
5Het standpunt van de moeder
5.1.
De moeder voert verweer tegen het verzoek en geeft aan dat zij graag wil dat [voornaam minderjarige] bij haar komt wonen.
6Het standpunt van de vader
6.1.
De vader voert verweer tegen het verzoek. [voornaam minderjarige] heeft zich goed bewezen en verdient daarom een kans.
Beoordeling
7.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. De kinderrechter overweegt hiertoe het volgende.
7.2.
[voornaam minderjarige] is geplaatst bij Schakenbosch vanwege ernstige zorgen over haar eigen ontwikkeling en die van haar ongeboren baby. Zij vertoonde zelfbepalend gedrag, evenals fysiek en verbaal agressief gedrag, waardoor zij zowel zichzelf als anderen in gevaar bracht. Hoewel [voornaam minderjarige] een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt, is deze nog erg pril. Daarnaast is er een patroon zichtbaar van wisselende motivatie, met grote schommelingen in haar gedrag. De kinderrechter hoopt dat zij de positieve lijn weet vast te houden. Voordat [voornaam minderjarige] terug naar huis kan gaan, is het van belang dat zij eerst de benodigde hulpverlening ontvangt. Bij Schakenbosch staan de hulpverleners klaar om hiermee te starten. Het gaat niet alleen om de veiligheid en ontwikkeling van [voornaam minderjarige] , maar ook om die van de ongeboren baby. Daarom is extra voorzichtigheid geboden. Het risico is te groot om [voornaam minderjarige] zonder de juiste hulpverlening naar huis te laten gaan. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat zij de benodigde structuur, stabiliteit en begeleiding blijft ontvangen. Ook de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper onderstreept dit belang.
7.3.
De kinderrechter zal de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen tot 13 augustus 2025.
Dictum
De kinderrechter:
8.1.
verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 8 april 2025 tot 13 augustus 2025.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2025 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 16 april 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).