Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-06-20
ECLI:NL:RBROT:2025:11052
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,372 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11376258 CV EXPL 24-26870
datum uitspraak: 20 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres]
,
woonplaats: [plaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. S.D. Kurz,
tegen
MMS Online Nederland B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. R.N.H. Hoeppermans.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘MediaMarkt’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 3 oktober 2024 met bijlagen 1 tot en met 16;
het antwoord, met bijlagen 1 tot en met 6.
1.2.
Op 22 mei 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met [eiseres] , bijgestaan door de tolk in de Spaanse taal F.G. Moretto, met [naam] , als legal counsel werkzaam bij MediaMarkt Saturn Holding Nederland B.V., en met de gemachtigden.
Beoordeling
Waar gaat het om?
2.1.
[eiseres] eist:
een verklaring voor recht dat MediaMarkt risico-aansprakelijk is voor schade die [eiseres] geleden heeft door diefstal van geld uit haar woning door een door MediaMarkt ingeschakelde hulppersoon;
veroordeling van MediaMarkt tot betaling aan haar van € 3.600,- en een bedrag aan buitengerechtelijke kosten, een en ander met rente;
de proceskosten, met rente, en nakosten.
2.2.
Aan haar eis legt [eiseres] ten grondslag dat MediaMarkt op grond van artikel 6:171 BW aansprakelijk is voor schade die zij geleden heeft door diefstal van geld uit haar woning door twee bezorgers/monteurs werkzaam bij een ander bedrijf ingeschakeld door MediaMarkt.
2.3.
MediaMarkt is het niet eens met de eis.
Wat vindt de kantonrechter
Afwijzing eis
2.4.
De eis wordt afgewezen. Er is namelijk onvoldoende basis om te verklaren dat MediaMarkt aansprakelijk is voor de beweerdelijke diefstal vanuit de woning van [eiseres] en om MediaMarkt te veroordelen tot betaling van € 3.600,-.
2.5.
De reden hiervoor is dat [eiseres] haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd, terwijl MediaMarkt betwist dat sprake geweest is van diefstal vanuit de woning van [eiseres] , dat dit gepleegd zou zijn door twee medewerkers van het door haar ingeschakelde bedrijf, en dat het zou gaan om € 3.600,-. Zij heeft naar eigen zeggen de betreffende medewerkers laten horen, maar die hebben de verweten gedraging ontkend. Ter onderbouwing hiervan heeft MediaMarkt twee op schrift gestelde ontkennende verklaringen van de medewerkers overgelegd.
2.6.
Door deze betwisting staat niet vast dat sprake geweest is van diefstal van € 3.600,- vanuit de woning van [eiseres] , laat staan dat de twee medewerkers van het door MediaMarkt ingeschakelde bedrijf zich daaraan schuldig hebben gemaakt.
2.7.
Onderkend wordt dat [eiseres] kort na de bezorging, montage en installatie op 28 maart 2025 van de bij MediaMarkt gekochte televisie meermaals in contact getreden is met MediaMarkt omdat volgens haar bij die gelegenheid geld gestolen zou zijn uit haar woning. Onderkend wordt ook dat [eiseres] hiervan op 25 april 2024 aangifte gedaan heeft bij de politie, zoals in de dagvaarding is gesteld. Dat neemt niet weg dat de gestelde diefstal slechts te herleiden is tot één bron, namelijk [eiseres] zelf. Een aangifte is een verslag van een eenzijdige verklaring van [eiseres] en is op zichzelf onvoldoende om als bewijs te dienen.
2.8.
Gelet op de betwisting door MediaMarkt had het op de weg van [eiseres] gelegen om meer gemotiveerd te stellen over de feitelijke toedracht rondom het vermeende voorval waarvoor zij MediaMarkt aansprakelijk houdt. Dat is niet gebeurd, ook ter zitting niet.
Daarom wordt [eiseres] niet toegelaten door het door haar aangeboden (getuigen)bewijs.
Proceskosten
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan MediaMarkt moet betalen op
€ 476,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 238,-) en € 119,- aan nakosten. Dat is in totaal € 595,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat MediaMarkt dat eist en [eiseres] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis af;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van MediaMarkt worden begroot op € 595,-;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
465