Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-18
ECLI:NL:RBROT:2025:11008
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
9,634 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/003923-24
Datum uitspraak: 18 maart 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman mr. W.B.M. Bos, advocaat te Oud-Beijerland.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 18 maart 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van twee maanden met een proeftijd van een jaar met de algemene voorwaarde,
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie;
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een leerstraf (So-Cool) voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
Feit 1 primair
hij in of omstreeks de periode van 30 november 2022 tot en met 14 december 2022 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland, een of meermalen door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten door het zich voordoen als zijnde [naam 1] , een jongen van 14 jaar oud en/of [naam 2] een meisje van 13 jaar oud, althans in elk geval een jonger persoon dan verdachte, een persoon, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, in één of meer chatgesprekken op Snapchat, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem, verdachte, te dulden, te weten,
- het tonen van het naakte lichaam en/of de blote buik en/of tepels en/of billen en/of vagina door die [slachtoffer] aan verdachte en/of
- het met haar eigen vinger(s) betasten van haar vagina door die [slachtoffer] en/of
- het binnendringen van haar vagina en/of anus met haar eigen vinger(s) en/of met een potlood door die [slachtoffer] en/of
- het over een kussen heen schuiven/wrijven met haar vagina door die [slachtoffer];
Feit 2
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2022 tot en met 14 december 2022 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland, middels de berichtendienst Snapchat althans via sociale media, meermalen, althans eenmaal, een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten:
- een foto van zijn - verdachtes - ontblote penis
- een foto van een blote vrouw, althans van de borsten van een ontblote vrouw heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger was dan zestien jaar, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 2012).
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Feit 1 primair: door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en misleiding een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen en van hem te dulden;
Feit 2: een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, aanbieden en vertonen aan een minderjarige van wie hij weet, dat deze jonger is dan zestien jaar.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten
De verdachte heeft zich op zeventienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan ontucht met een minderjarige meisje van net tien jaar oud door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door haar te misleiden. Hij deed zich via sociale media eerst voor als een dertienjarig meisje om het vertrouwen van het slachtoffer te winnen. Daarna deed de verdachte zich voor als een veertienjarige jongen en stelde hij zich voor als een bekende van het dertienjarige meisje. De gesprekken die de verdachte met het slachtoffer voerde werden al snel seksueel van aard. Daarin stuurde hij er steeds op dwingende wijze op aan dat zij foto’s van haar ontblote lichaam, geslachtsdeel en van seksuele handelingen bij zichzelf maakte en deze naar hem toe te stuurde. De verdachte stuurde het slachtoffer ook foto’s van een ontbloot meisje en een ontbloot geslachtsdeel.
De verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Het slachtoffer was gelet op haar minderjarige leeftijd kwetsbaar. De verdachte was daarvan op de hoogte. Hij heeft op geraffineerde wijze misbruik gemaakt van een kwetsbaar meisje en zijn eigen behoefte voorop gesteld. Uit de ter zitting gegeven toelichting op de vordering benadeelde partij is gebleken dat het bewezen verklaarde feit nog steeds impact heeft op het slachtoffer. De rechtbank neemt dat verdachte kwalijk.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 februari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
7.3.2.
Rapportages
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) schrijft in het rapport over de verdachte van 11 maart 2025 dat bij de verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking en dat er vooral risicofactoren worden gezien binnen het domein vaardigheden. De verdachte heeft in 2022, een aantal maanden voordat de huidige verdenking plaatsvond, een Halt straf gekregen voor een seksueel grensoverschrijdende verdenking met een minderjarig meisje. Dat er sprake is van herhaling kan typerend zijn voor de verminderde leerbaarheid van de verdachte, omdat door zijn cognitieve vermogens langer de tijd nodig is om zaken te laten beklijven. Ondanks het tijdsverloop vindt de Raad het belangrijk aan de verdachte een duidelijk signaal af te geven door hem de consequenties van zijn handelen te laten ervaren. Om herhaling te voorkomen is de verdachte het meest gebaat bij een individuele gedragsinterventie gericht op het verbeteren van zijn sociale en cognitieve vaardigheden. De Raad adviseert daarom oplegging van een taakstraf, in de vorm van een leerstraf, te weten So-Cool Regulier. Daarbij wordt specifiek aandacht besteed aan verdachtes’ seksuele ontwikkeling. Ook adviseert de Raad oplegging van een voorwaardelijke jeugddetentie als stevige stok achter de deur met een proeftijd van een jaar en de algemene voorwaarde.
7.4.
Conclusie
Gelet op dat wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
De rechtbank zal de verdachte onder meer veroordelen voor een misdrijf omschreven in artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht waarop een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld. Dit maakt dat het taakstrafverbod van toepassing is en in beginsel niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie. Bij de bepaling van de hoogte van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het feit en de jonge leeftijd van het slachtoffer. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM), zal de rechtbank evenwel afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie. Om de ontwikkeling van de verdachte gunstig te beïnvloeden door zijn vaardigheden te verbeteren zal de rechtbank een pedagogische interventie, te weten de leerstraf So-Cool Regulier, opleggen. De rechtbank ziet daarnaast, gelet op het advies van de Raad, aanleiding om een voorwaardelijke jeugddetentie van na te noemen duur aan de verdachte op te leggen om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Anders dan de officier van justitie, ziet de rechtbank, gelet op de duur van de leerstraf en de voorwaardelijke jeugddetentie, geen aanleiding om ook een werkstraf aan de verdachte op te leggen.
Alles afwegend komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier van justitie gevorderd en acht zij passend en geboden een taakstraf, in de vorm van een leerstraf, te weten So-Cool Regulier, voor de duur van 40 uren en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van twee maanden met een proeftijd van een jaar en de algemene voorwaarde.
8Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer] , ter zake van de onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 5.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie vordert integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging verzoekt om de vordering van de benadeelde partij te matigen tot een schadebedrag van € 1.000,-.
8.3.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 primair en onder 2 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De aard en de ernst van het feit, de inbreuk op de lichamelijke integriteit, brengen mee dat dat aantasting in de persoon aannemelijk is. Die schade zal op dit moment naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op €1.000,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. Het overige deel van vordering wordt niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Wettelijke rente
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 14 december 2022.
Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
8.4.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij [slachtoffer] een schadevergoeding betalen van € 1.000,- vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 240a en 248a van het Wetboek van Strafrecht.
10Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) maanden;
bepaalt dat deze jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van hierna te melden voorwaarde;
stelt de proeftijd vast op 1 jaar onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een leerstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, waarbij de verdachte dient deel te nemen aan het leerproject So-Cool Regulier;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 1.000,- (zegge: duizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] te betalen € 1.000,- (hoofdsom, zegge: duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.P. Hameete, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. S. Riege en A.M.T.A. Verhagen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Batenburg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 maart 2025.
De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij in of omstreeks de periode van 30 november 2022 tot en met 14 december 2022 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland,
een of meermalen door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten door
het zich voordoen als zijnde [naam 1] , een jongen van 14 jaar ouden/of [naam 2] een meisje van13 jaar oud, althans in elk geval een jonger persoon dan verdachte, een persoon, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, in één of meer chatgesprekken op Snapchat, opzettelijk
heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem, verdachte, te dulden, te weten,
- het tonen van het naakte lichaam en/of de blote buik en/of tepels en/of billen en/of vagina door die [slachtoffer] aan verdachte en/of
- het met haar eigen vinger(s) betasten van haar vagina door die [slachtoffer] en/of
- het binnendringen van haar vagina en/of anus met haar eigen vinger(s) en/of met een potlood door die [slachtoffer] en/of
- het over een kussen heen schuiven/wrijven met haar vagina door die [slachtoffer] ;
2
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2022 tot en met 14 december 2022 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland,
middels de berichtendienst Snapchat althans via sociale media, meermalen, althans eenmaal, een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten:
- een foto van zijn - verdachtes - ontblote penis
- een foto van een blote vrouw, althans van de borsten van een ontblote vrouw heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger was dan zestien jaar, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 2012).
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/003923-24
Datum uitspraak: 18 maart 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman mr. W.B.M. Bos, advocaat te Oud-Beijerland.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 18 maart 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van twee maanden met een proeftijd van een jaar met de algemene voorwaarde,
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie;
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een leerstraf (So-Cool) voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
Feit 1 primair
hij in of omstreeks de periode van 30 november 2022 tot en met 14 december 2022 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland, een of meermalen door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten door het zich voordoen als zijnde [naam 1] , een jongen van 14 jaar oud en/of [naam 2] een meisje van 13 jaar oud, althans in elk geval een jonger persoon dan verdachte, een persoon, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, in één of meer chatgesprekken op Snapchat, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem, verdachte, te dulden, te weten,
- het tonen van het naakte lichaam en/of de blote buik en/of tepels en/of billen en/of vagina door die [slachtoffer] aan verdachte en/of
- het met haar eigen vinger(s) betasten van haar vagina door die [slachtoffer] en/of
- het binnendringen van haar vagina en/of anus met haar eigen vinger(s) en/of met een potlood door die [slachtoffer] en/of
- het over een kussen heen schuiven/wrijven met haar vagina door die [slachtoffer];
Feit 2
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2022 tot en met 14 december 2022 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland, middels de berichtendienst Snapchat althans via sociale media, meermalen, althans eenmaal, een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten:
- een foto van zijn - verdachtes - ontblote penis
- een foto van een blote vrouw, althans van de borsten van een ontblote vrouw heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger was dan zestien jaar, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 2012).
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Feit 1 primair: door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en misleiding een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen en van hem te dulden;
Feit 2: een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, aanbieden en vertonen aan een minderjarige van wie hij weet, dat deze jonger is dan zestien jaar.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten
De verdachte heeft zich op zeventienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan ontucht met een minderjarige meisje van net tien jaar oud door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door haar te misleiden. Hij deed zich via sociale media eerst voor als een dertienjarig meisje om het vertrouwen van het slachtoffer te winnen. Daarna deed de verdachte zich voor als een veertienjarige jongen en stelde hij zich voor als een bekende van het dertienjarige meisje. De gesprekken die de verdachte met het slachtoffer voerde werden al snel seksueel van aard. Daarin stuurde hij er steeds op dwingende wijze op aan dat zij foto’s van haar ontblote lichaam, geslachtsdeel en van seksuele handelingen bij zichzelf maakte en deze naar hem toe te stuurde. De verdachte stuurde het slachtoffer ook foto’s van een ontbloot meisje en een ontbloot geslachtsdeel.
De verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Het slachtoffer was gelet op haar minderjarige leeftijd kwetsbaar. De verdachte was daarvan op de hoogte. Hij heeft op geraffineerde wijze misbruik gemaakt van een kwetsbaar meisje en zijn eigen behoefte voorop gesteld. Uit de ter zitting gegeven toelichting op de vordering benadeelde partij is gebleken dat het bewezen verklaarde feit nog steeds impact heeft op het slachtoffer. De rechtbank neemt dat verdachte kwalijk.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 februari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
7.3.2.
Rapportages
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) schrijft in het rapport over de verdachte van 11 maart 2025 dat bij de verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking en dat er vooral risicofactoren worden gezien binnen het domein vaardigheden. De verdachte heeft in 2022, een aantal maanden voordat de huidige verdenking plaatsvond, een Halt straf gekregen voor een seksueel grensoverschrijdende verdenking met een minderjarig meisje. Dat er sprake is van herhaling kan typerend zijn voor de verminderde leerbaarheid van de verdachte, omdat door zijn cognitieve vermogens langer de tijd nodig is om zaken te laten beklijven. Ondanks het tijdsverloop vindt de Raad het belangrijk aan de verdachte een duidelijk signaal af te geven door hem de consequenties van zijn handelen te laten ervaren. Om herhaling te voorkomen is de verdachte het meest gebaat bij een individuele gedragsinterventie gericht op het verbeteren van zijn sociale en cognitieve vaardigheden. De Raad adviseert daarom oplegging van een taakstraf, in de vorm van een leerstraf, te weten So-Cool Regulier. Daarbij wordt specifiek aandacht besteed aan verdachtes’ seksuele ontwikkeling. Ook adviseert de Raad oplegging van een voorwaardelijke jeugddetentie als stevige stok achter de deur met een proeftijd van een jaar en de algemene voorwaarde.
7.4.
Conclusie
Gelet op dat wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
De rechtbank zal de verdachte onder meer veroordelen voor een misdrijf omschreven in artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht waarop een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld. Dit maakt dat het taakstrafverbod van toepassing is en in beginsel niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie. Bij de bepaling van de hoogte van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het feit en de jonge leeftijd van het slachtoffer. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM), zal de rechtbank evenwel afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie. Om de ontwikkeling van de verdachte gunstig te beïnvloeden door zijn vaardigheden te verbeteren zal de rechtbank een pedagogische interventie, te weten de leerstraf So-Cool Regulier, opleggen. De rechtbank ziet daarnaast, gelet op het advies van de Raad, aanleiding om een voorwaardelijke jeugddetentie van na te noemen duur aan de verdachte op te leggen om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Anders dan de officier van justitie, ziet de rechtbank, gelet op de duur van de leerstraf en de voorwaardelijke jeugddetentie, geen aanleiding om ook een werkstraf aan de verdachte op te leggen.
Alles afwegend komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier van justitie gevorderd en acht zij passend en geboden een taakstraf, in de vorm van een leerstraf, te weten So-Cool Regulier, voor de duur van 40 uren en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van twee maanden met een proeftijd van een jaar en de algemene voorwaarde.
8Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer] , ter zake van de onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 5.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie vordert integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging verzoekt om de vordering van de benadeelde partij te matigen tot een schadebedrag van € 1.000,-.
8.3.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 primair en onder 2 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De aard en de ernst van het feit, de inbreuk op de lichamelijke integriteit, brengen mee dat dat aantasting in de persoon aannemelijk is. Die schade zal op dit moment naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op €1.000,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. Het overige deel van vordering wordt niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Wettelijke rente
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 14 december 2022.
Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
8.4.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij [slachtoffer] een schadevergoeding betalen van € 1.000,- vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 240a en 248a van het Wetboek van Strafrecht.
10Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) maanden;
bepaalt dat deze jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van hierna te melden voorwaarde;
stelt de proeftijd vast op 1 jaar onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een leerstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, waarbij de verdachte dient deel te nemen aan het leerproject So-Cool Regulier;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 1.000,- (zegge: duizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] te betalen € 1.000,- (hoofdsom, zegge: duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.P. Hameete, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. S. Riege en A.M.T.A. Verhagen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Batenburg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 maart 2025.
De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij in of omstreeks de periode van 30 november 2022 tot en met 14 december 2022 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland,
een of meermalen door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten door
het zich voordoen als zijnde [naam 1] , een jongen van 14 jaar ouden/of [naam 2] een meisje van13 jaar oud, althans in elk geval een jonger persoon dan verdachte, een persoon, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, in één of meer chatgesprekken op Snapchat, opzettelijk
heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem, verdachte, te dulden, te weten,
- het tonen van het naakte lichaam en/of de blote buik en/of tepels en/of billen en/of vagina door die [slachtoffer] aan verdachte en/of
- het met haar eigen vinger(s) betasten van haar vagina door die [slachtoffer] en/of
- het binnendringen van haar vagina en/of anus met haar eigen vinger(s) en/of met een potlood door die [slachtoffer] en/of
- het over een kussen heen schuiven/wrijven met haar vagina door die [slachtoffer] ;
2
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2022 tot en met 14 december 2022 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland,
middels de berichtendienst Snapchat althans via sociale media, meermalen, althans eenmaal, een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten:
- een foto van zijn - verdachtes - ontblote penis
- een foto van een blote vrouw, althans van de borsten van een ontblote vrouw heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger was dan zestien jaar, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 2012).