Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-01
ECLI:NL:RBROT:2025:10474
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
7,436 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/098125-24
Datum uitspraak: 1 april 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] [plaats 1] ,
raadsvrouw mr. M. van Eck, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 18 maart 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. L. Verhoeven heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 141 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna te noemen: JBRR),
met opdracht aan JBRR tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewijswaardering
4.1.1.
Standpunt verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde, omdat de voorbereidingshandelingen geen betrekking hebben op een misdrijf waarop een gevangenisstraf van tenminste acht jaar is gesteld. Bij de verdachte zijn als middelen aangetroffen, de auto, de telefoon met adressen en de filmpjes die zijn gemaakt met de telefoon, maar er is geen explosief aangetroffen. Gezien de middelen die de verdachte en medeverdachte voorhanden hebben gehad, had ook sprake kunnen zijn geweest van andere strafbare feiten waarop een lagere gevangenisstraf is gesteld, zoals vernieling of stalken. Evenmin kan worden vastgesteld dat de verdachte opzet heeft gehad op het teweegbrengen van een ontploffing. Ook is de raadsvrouw van mening dat gelet op de ondersteunende rol van de verdachte er geen sprake kan zijn geweest van medeplegen.
4.1.2.
Beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen, sprake moet zijn van zowel opzet op het voorhanden hebben van de in de tenlastelegging omschreven voorbereidingsmiddelen die zijn bestemd tot het begaan van het tenlastegelegde misdrijf, alsmede van opzet op het tenlastegelegde misdrijf. Daarop moet bovendien naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf zijn gesteld van acht jaar of meer.
Opzet op het voorhanden hebben van middelen
Uit de bewijsmiddelen, zoals die in bijlage II zijn uitgewerkt, volgt dat de verdachte in de avond van 20 maart 2024 tegen betaling de situatie bij drie adressen moest filmen en de videobeelden daarvan moest doorsturen. Uit de bewijsmiddelen blijkt ook dat de verdachte wist dat er een auto met chauffeur zou worden gestuurd om hem naar die adressen te vervoeren. Daarnaast was hij in het bezit van (een afbeelding met daarop) de adressen waar hij samen met de bestuurder van de auto naartoe moest rijden. Ook was hij in het bezit van een telefoon met daarop videobeelden van de situatie op de adressen aan [adres 2] en [adres 3] in [plaats 2] . Verdachte is samen met de chauffeur naar voornoemde adressen gegaan en heeft deze gefilmd. Ter zitting heeft de verdachte verklaard deze videobeelden direct te hebben doorgestuurd naar de persoon die de beelden wilde hebben. Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat de verdachte opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van de in tenlastelegging genoemde middelen.
Opzet op een misdrijf waarop een gevangenisstraf is gesteld van acht jaar of meer
De vraag is vervolgens of naar uiterlijke verschijningsvorm – met het opzettelijk voorhanden hebben van voorgaande besproken middelen – sprake is van opzet op een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld. Voorwaardelijk opzet is hierbij voldoende.
De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat het maken en het doorsturen van de filmpjes was bedoeld als een voorverkenning met het doel om op een later tijdstip een ontploffing teweeg te brengen bij (een van) deze adressen. De rechtbank acht deze verklaring onaannemelijk. In de telefoon van de verdachte zijn chatberichten aangetroffen van eerder die dag (voordat verdachte en de medeverdachte zich naar voornoemde adressen begaven) waarin onder andere wordt gesproken over “snel door het raam gooien” en “bom”. Bovendien werd voor de verdachte vervoer naar de diverse locaties geregeld en aan de verdachte voor het filmen een geldbedrag van € 500,00 geboden. De verdachte heeft gelegenheid gehad om na te denken en zich rekenschap te geven van de betekenis en de gevolgen van zijn handelen. Deze conclusie wordt ondersteund door de ter terechtzitting afgelegde verklaring van de verdachte dat hij op weg naar de adressen, in de auto, het onderbuikgevoel kreeg dat wat hij moest gaan doen niet klopte, maar dat hij verwachtte dat de chauffeur hem niet zou terugbrengen en hij dus maar is gaan filmen. Bovendien heeft hij gezien dat bij de woning aan [adres 3] veel camera’s aanwezig waren en dat de buurtbewoners oplettend waren, hetgeen hij toeschreef aan een veiligheidsdoel, zoals blijkt uit verdachtes verklaring ter zitting. Hij heeft niettemin weloverwogen besloten om toch door te gaan met de voorbereidingshandelingen die van hem werden gevraagd, waarmee hij naar het oordeel van de rechtbank bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij de voorbereiding trof voor het teweegbrengen van een ontploffing op voornoemde adressen. De verdachte en medeverdachte zijn samen naar de verschillende adressen gereden, de verdachte heeft gefilmd en deze films verstuurd naar de opdrachtgever. Hij heeft daarmee samen met de medeverdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan de voorbereiding van een misdrijf, te weten het teweeg brengen van een ontploffing. Gelet op de nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en medeverdachte komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Het verweer wordt dan ook verworpen.
De rechtbank overweegt tot slot op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting dat niet kan worden vastgesteld dat levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel te duchten was als gevolg van de ontploffing. Niet gebleken is dat er personen in de panden aan [adres 2] en [adres 3] 123 of in de nabije omgeving aanwezig waren en evenmin is gebleken van dusdanige omstandigheden dat levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel naar algemene ervaringsregels te duchten was. De rechtbank zal de verdachte daarom partieel vrijspreken ten aanzien van het ten laste gelegde levensgevaar en van het gevaar zwaar lichamelijk letsel.
4.1.3.
Conclusie
Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op of omstreeks 20 maart 2024 te [plaats 2] , Rotterdam, Schiedam en/of Hellevoetsluis, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen
ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk al dan niet bij/in danwel in de nabijheid van (een) woning(en) brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten
- een afbeelding met daarop meerdere adressen, te weten [adres 2] in [plaats 2] , [adres 3] in [plaats 2] en/of [adres 4] in [plaats 2] en/of
- een telefoon en/of met die telefoon vervaardigde videobeelden waarop de situatie op [adres 2] en/of [adres 4] en/of [adres 3] inzichtelijk is gemaakt en/of
- een voertuig (personenauto) waarmee verdachte en/of zijn mededader(s) naar voornoemde adressen zijn gereden, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een ontploffing door ten behoeve van dat doel een voorverkenning te doen, waarbij hij samen met zijn mededader in een auto naar twee adressen in [plaats 2] is toegereden. Vervolgens heeft de verdachte filmpjes gemaakt van de situatie bij die adressen en deze filmpjes direct doorgestuurd aan een mededader. De panden aan [adres 4] en [adres 3] behoorden toe aan de [plaats 2] loodgieter, waar het afgelopen jaar meerdere (pogingen tot) ontploffingen hebben plaatsgevonden. Dergelijke explosies, leiden tot grote onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Uit de ter zitting getoonde videoboodschap van het slachtoffer blijkt dat de vele (pogingen tot) ontploffingen een enorme impact hebben gehad op het gezin en dat zij daardoor immens in hun veiligheidsgevoel zijn aangetast. Voorbereidingshandelingen als door verdachte verricht maken dergelijke ontploffingen mogelijk. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij kennelijk alleen gedacht heeft aan zijn eigen financiële gewin zonder daarbij na te denken over de enorme gevolgen van zijn handelen voor anderen.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 februari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en mishandeling.
7.3.2.
Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting
Klinisch psycholoog, [psycholoog] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 16 september 2024. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in. De verdachte functioneert op (laag-)gemiddeld intelligentieniveau, waarbij zijn sociaal-emotionele ontwikkeling in vergelijking met leeftijdsgenoten ruim achterblijft. Uit onderzoek komt verder naar voren dat bij de verdachte sprake is van een norm-overschrijdende gedragsstoornis (met begin in kindertijd) met narcistische persoonlijkheidstrekken (onder andere zijn opgeblazen egocentrisme). Daarnaast is in beschrijvende zin sprake van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling in antisociale richting (vanuit normoverschrijdende gedragsstoornis in de adolescentie), een vermijdende hechtingsstijl en agressieregulatie-problematiek. Vanwege de geschetste problematiek kan, alles overziend, gesteld worden dat de verdachte in verminderde staat was zijn gedrag te reguleren, andere gedragskeuzes te maken en hiernaar te handelen. Hij heeft antisociale cognities ingezet (met betrekking tot het overtreden van de maatschappelijke normen en regels) om tot het ten laste gelegde te komen. Bij ongewijzigde omstandigheden en zonder adequate behandeling of toezicht wordt het recidiverisico ingeschat als matig/hoog. De belangrijkste risicofactoren zijn op dit moment gelegen in zijn agressieregulatie problematiek, het langdurige gedragspatroon van gedragsproblematiek en zijn wangedrag op school. Om het recidiverisico te verlagen is behandeling noodzakelijk. Door psycho-educatie in te zetten zou de verdachte meer inzicht in zijn eigen problematiek kunnen krijgen. Daarnaast kan met de inzet van cognitieve gedragstherapie de impuls- en agressieregulatie en coping-vaardigheden worden verbeterd. Ook is traumaverwerking in de vorm van ‘imaginaire rescripting’ van belang om de ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden te kunnen verwerken. Verder acht de klinisch psycholoog voortzetting van het verblijf van de verdachte bij [zorginstelling 1] en continuering van dagbesteding bij ChapterNext noodzakelijk. Samenvattend adviseert de klinisch psycholoog om de verdachte een forensisch ambulante behandeling en toezicht door de jeugdreclassering op te leggen als een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) schrijft in het rapport van 12 maart 2025 over de verdachte dat er risicofactoren worden gezien binnen de domeinen werk, vrije tijd en financiën, geestelijke gezondheid, agressie en vaardigheden. De kans op herhaling wordt ingeschat op gemiddeld. Naast de risicofactoren worden ook mogelijkheden gezien om door middel van gerichte begeleiding en interventies zijn gedrag positief te beïnvloeden. De begeleiders van de verdachte ervaren hem als een niet-agressieve, sociaal aangepaste jongen. Sinds kort verblijft de verdachte in een eigen studio met begeleiding, is hij begonnen met solliciteren en toont hij interesse in sport, wat kan bijdragen aan een positiever toekomstperspectief. Een werkstraf kan bijdragen aan het versterken van zijn verantwoordelijkheidsgevoel, doordat hij leert dat zijn gedrag gevolgen heeft. Daarbij kan hij leren dat hij moet functioneren onder begeleiding en hiërarchie, waar hij moeit mee heeft, met name bij vrouwelijke autoriteitsfiguren. Bovendien kan een voorwaardelijke jeugddetentie dienen als een stevige stok achter de deur.
De Raad adviseert om aan de verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf, in de vorm van een werkstraf, en een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte naar school gaat volgens lesrooster, meewerkt aan de begeleiding van ChapterNext of een soortgelijke instelling, meewerkt aan begeleid wonen bij [zorginstelling 2] of een vergelijkbare instelling, meewerkt aan behandeling van Fivoor en zich houdt aan een meldplicht.
JBRR schrijft in het rapport van 11 maart 2025 over de verdachte dat hij van jongs af aan onveilig opgroeit en veel ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt. De verdachte is een zeer kwetsbare jongen die zijn kwetsbaarheid verbloemt met stoer gedrag. Hij kan zichzelf hierin overschreeuwen, waardoor hij zichzelf in de problemen brengt. De schoolgang van de verdachte verloopt wisselend en nu de school melding heeft gedaan van ongeoorloofde afwezigheid, is dit een punt van aandacht. Ook is er weinig zicht op de sociale contacten van de verdachte. Daarentegen heeft de verdachte zich sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis in mei 2024 goed aan de voorwaarden gehouden. Ook is hij de afspraken met de jeugdreclassering goed nagekomen, heeft hij goed contact met de coach van ChapterNext en is hij in december 2024 gestart met behandeling bij Fivoor.
JBRR adviseert om aan de verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest en om een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte meewerkt aan toezicht door de jeugdreclassering, meewerkt aan behandeling van Fivoor of een soortgelijke instelling, meewerkt aan begeleid wonen van [zorginstelling 2] of een soortgelijke instelling, meewerkt aan het dagbestedingstraject van ChapterNext, zich inspant voor het behouden van een fulltime dagbesteding in de vorm van werk en/of school en zich inspant voor het hebben van een positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van sport en/of een bijbaan.
Op de zitting heeft de [deskundige], werkzaam als jeugdreclasseerder bij JBRR verklaard dat JBRR het van groot belang vindt dat de verdachte aan zichzelf gaat werken.
Conclusie
Gelet op dat wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toerekeningsvatbaarheid
De conclusie van de psycholoog wordt gedragen door zijn bevindingen. De rechtbank neemt die conclusie over en maakt die tot de hare. Nu bij de verdachte sprake is van psychische stoornis die ook aanwezig was ten tijde van het tenlastegelegde feit acht de rechtbank de verdachte voor dit feit verminderd toerekeningsvatbaar.
Straf
Gezien de ernst van het feit feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank acht een onvoorwaardelijke jeugddetentie die de duur van het voorarrest overstijgt niet wenselijk. Anders dan de verdediging, ziet de rechtbank geen aanleiding om een (on)voorwaardelijke jeugddetentie achterwege te laten en in plaats daarvan een deels voorwaardelijke werkstraf aan de verdachte op te leggen. Gezien de ernst van het feit en de hoeveelheid explosies die plaatsvinden in Rotterdam en omstreken is voor het plegen van de voorbereidings-handelingen hiervan een duidelijk signaal op zijn plaats. In het voordeel van de verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat hij een relatief lange periode in beperkingen heeft gezeten, zich gedurende tien maanden goed aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden. De rechtbank zal daarom een lager voorwaardelijk strafdeel opleggen, dan door de officier van justitie is gevorderd. Gelet op de adviezen van de klinisch psycholoog, de Raad en JBRR, waaruit blijkt dat om de kans op herhaling zoveel mogelijk te beperken behandeling en begeleiding door de jeugdreclassering noodzakelijk is, zal de rechtbank tevens de bijzondere voorwaarden opleggen die hierna worden genoemd.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
[benadeelde partij 1]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 1] , ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 20.000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.
[benadeelde partij 2]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 2] , ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 20.000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.
[benadeelde partij 3]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 3] , ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 20.000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie vordert gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het overige deel van de vorderingen van de benadeelde partijen dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging verzoekt primair, vanwege de bepleite vrijspraak, om de vorderingen van de benadeelde partijen af te wijzen. Subsidiair verzoekt de verdediging om de vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, omdat er gezien de rol van de verdachte onvoldoende aanknopingspunten zijn. Meer subsidiair verzoekt de verdediging om de hoogte van de vorderingen van de benadeelde partijen te matigen tot een bedrag van € 750,- per benadeelde partij.
8.3.
Beoordeling
De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] zullen in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, nu niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit. Uit de ter zitting nader gegeven toelichting op de ingediende vorderingen van de benadeelde partijen volgt dat het schadebedrag vooral is gebaseerd op de huisuitzetting als gevolg van de vele (pogingen tot) ontploffingen. Onvoldoende gesteld en gebleken is wat het handelen van de verdachte rechtstreeks, aan het leed van de benadeelde partijen heeft bijgedragen.
Nu de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen de benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
8.4.
Conclusie
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 46, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 157 van het Wetboek van Strafrecht.
10Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 100 (honderd) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 49 (negenenveertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- zijn medewerking zal verlenen aan behandeling van Fivoor of een soortgelijke (forensische) behandelinstelling voor de duur van het behandeltraject;
- gedurende de proeftijd zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten [zorginstelling 2] of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de jeugdreclassering heeft opgesteld;
- zal meewerken aan het dagbestedings- en coachingstraject van ChapterNext of een soortgelijke instantie, zolang de jeugdreclassering nodig acht;
- zich zal inspannen voor het behouden van een fulltime dagbesteding in de vorm van werk of school;
- zich zal inspannen voor het hebben en behouden van een vrijetijdsbesteding in de vorm van sport en/of een bijbaan;
van rechtswege zijn de volgende voorwaarden verbonden aan de hierboven genoemde
bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking
verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als
bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, daaronder
begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak
en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in de vorderingen;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S. Riege, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. A.P. Hameete en A.M.T.A. Verhagen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Batenburg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 maart 2025.
De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 20 maart 2024 te [plaats 2] , Rotterdam, Schiedam en/of Hellevoetsluis, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen
ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk al dan niet bij/in danwel in de nabijheid van (een) woning(en) brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten
- een afbeelding met daarop meerdere adressen, te weten [adres 2] in [plaats 2] , [adres 3] in [plaats 2] en/of [adres 4] in [plaats 2] en/of
- een telefoon en/of met die telefoon vervaardigde videobeelden waarop de situatie op [adres 2] en/of [adres 4] en/of [adres 3] inzichtelijk is gemaakt en/of
- een voertuig (personenauto) waarmee verdachte en/of zijn mededader(s) naar voornoemde adressen zijn gereden, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad.