Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-07-04
ECLI:NL:RBROT:2025:10454
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,436 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/700270 / JE RK 25-1052
Datum uitspraak: 4 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen de moeder,
[naam vader]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen de vader.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam,
hierna te noemen de GI.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het verzoekschrift (met bijlagen) van de Raad van 26 mei 2025 is ontvangen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [persoon 1] ;
- twee vertegenwoordigers van de GI, te weten [persoon 2] en [persoon 3] .
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de ouders.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.
In het verleden hebben hoogoplopende ruzies tussen de ouders plaatsgevonden. Daarbij is sprake geweest van huiselijk geweld. De vader is daarvoor veroordeeld. De ouders erkennen dat er geweld heeft plaatsgevonden. Zij hebben echter verschillende visies over wat er is gebeurd. Er is sprake van een hardnekkig patroon van geweld. [minderjarige] is getuige geweest van het huiselijk geweld. Getuige zijn van huiselijk geweld heeft grote gevolgen voor de ontwikkeling van een kind en kan een lange periode van invloed zijn. Daarom is ondersteuning noodzakelijk. De ouders hebben moeite om hun emoties te reguleren en hebben persoonlijke problematiek. Daardoor zijn de ouders ook minder beschikbaar voor [minderjarige] . Opvoedondersteuning is nodig om [minderjarige] te bieden wat hij nodig heeft. De ouders staan open voor individuele hulp of therapie. Zij zijn, of gaan, in therapie om aan hun problematiek te werken en voor herstel van hun relatie. De situatie is echter nog onvoldoende blijvend veranderd. Er is ook sprake van een beperkt netwerk en schaamte binnen de cultuur om om hulp te vragen. De situatie is nog te kwetsbaar voor [minderjarige] . Met de ouders moet ook een veiligheidsplan worden gemaakt.
4.2.
De GI heeft het verzoek van de Raad ter zitting ondersteund en het volgende naar voren gebracht. Er zijn zorgen over de impact van de onrustige situatie thuis op [minderjarige] . Hij is afhankelijk van zijn opvoeders. Het is belangrijk voor [minderjarige] dat de ouders hulpverlening krijgen zodat hij zich in een veilige opvoedomgeving kan ontwikkelen. Er is momenteel sprake van een prille positieve ontwikkeling, maar een ondertoezichtstelling is wel nodig. Als [minderjarige] onder toezicht wordt gesteld, is er niet direct een vaste jeugdbeschermer beschikbaar.
4.3.
De moeder verzet zich tegen een ondertoezichtstelling. Zij is van mening dat de ouders niet de kans hebben gekregen om te laten zien dat zij aan hun problemen werken. De moeder brengt – samengevat – het volgende naar voren. De moeder herkent de door de Raad beschreven zorgen en erkent dat de problemen tussen de ouders effect hebben op [minderjarige] . De ouders weten dat zij aan hun problemen moeten werken en doen dat ook. Zij communiceren nu beter met elkaar en proberen het niet meer uit de hand te laten lopen. Hun relatie is verbeterd en thuis is het rustig. De moeder heeft Parnassia om hulp gevraagd voor haarzelf. Bekeken wordt nog welke behandeling passend is. De vader gaat beginnen met een behandeltraject voor zijn problematiek. Ook krijgen de ouders sinds oktober van het afgelopen jaar hulp vanuit de gemeente. De betrokken medewerker van Intensieve Hulp vindt dat het goed gaat met de opvoeding en verzorging van [minderjarige] . Als [minderjarige] onder toezicht wordt gesteld, stopt de hulp vanuit de gemeente.
4.4.
De vader verzet zich ook tegen een ondertoezichtstelling. Hij sluit zich aan bij wat de moeder naar voren heeft gebracht. Desgevraagd heeft de vader aangegeven dat hij openstaat voor behandeling voor zijn agressie-regulatieproblematiek.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van de GI als de minderjarige zodanig opgroeit dat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de zorg die, in verband met het wegnemen van de bedreiging, noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders, door de ouders niet of onvoldoende wordt geaccepteerd (artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). Aan dit criterium is niet voldaan. De kinderrechter legt hierna uit waarom niet.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat sprake is geweest van emotionele onveiligheid voor de nu bijna anderhalf jaar oude [minderjarige] doordat er heftige ruzies, spanningen en huiselijk geweld tussen de ouders hebben plaatsgevonden. Uit de stukken en de behandeling blijkt echter ook dat de zorgen over de opvoedsituatie van [minderjarige] na december 2024 zijn afgenomen. In het afgelopen half jaar is bij de politie en Veilig Thuis één melding binnengekomen. Het betreft een vermoeden van mishandeling, eind april 2025. Verdere signalen ontbreken. De ouders hebben te kennen gegeven dat de communicatie, en daarmee ook de relatie tussen hen, is verbeterd. De ouders lijken dus stappen vooruit te hebben gezet. Daarmee is de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] echter nog niet volledig weggenomen. Daarvoor zal moeten worden gewerkt aan de onderliggende problematiek. Gebleken is evenwel dat de ouders de zorg die noodzakelijk is om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen, voldoende accepteren. De moeder heeft zich al tot Parnassia gewend voor behandeling en is daarvoor ook gemotiveerd. Bezien wordt nog welke behandeling passend is. De vader krijgt (in het strafrechtelijk kader) behandeling voor zijn agressie-regulatieproblematiek en staat daar ook voor open. De reclassering zal hier ook zicht op houden. Dat de ouders de benodigde zorg accepteren, blijkt ook uit de informatie die het Intensieve Hulp (IH) in het kader van het raadsonderzoek aan de Raad heeft verstrekt. Hieruit blijkt dat de ouders goed meewerken. IH heeft te kennen gegeven dat de ouders allebei openstaan voor tips en ondersteuning en dat de hulpverlening binnen het vrijwillig kader toereikend zal zijn als de ouders de nu bestaande stabiliteit blijven vasthouden.
5.3.
Gelet op al het vorenstaande is de kinderrechter van oordeel dat de ouders in staat zijn om, met de noodzakelijk geachte hulpverlening, in het vrijwillig kader de bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] af te wenden. De kinderrechter vertrouwt erop dat de ouders de ingezette positieve lijn voortzetten en, in het belang van [minderjarige] , met de hulpverlening blijven samenwerken. Het verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige] wordt daarom afgewezen.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2025 door mr. drs. H. Biemond, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 24 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.