Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-06
ECLI:NL:RBROT:2025:10286
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
25,948 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 10/173309-23, 10/364600-24, 10/041065-23 en 10/163703-23 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak: 6 februari 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres],
raadsvrouw mr. M.K. Durdu-Agema, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 23 januari 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/173309-23 onder 1, 2 en 3, het in de zaak met parketnummer 10/364600-24, het in de zaak met parketnummer 10/041065-23 en het in de zaak met parketnummer 10/163703-23 onder 1 primair en 2 ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 136 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR),
met opdracht aan JBRR tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht;
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het in de zaak met parketnummer 10/041065-23 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewijswaardering
4.2.1.
Standpunt verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 10/173309-23 onder 1 ten laste gelegde geweld, omdat niet kan worden vastgesteld dat er geweld is gebruikt dat gericht was om het goed onder zich te krijgen. Voor zover de verklaring van de aangever bij de rechter-commissaris bij het bewijs zou worden betrokken, verzoekt de verdediging om aanhouding van de zaak, zodat de verdediging de aangever eerst als getuige bij de rechter-commissaris kan horen.
Daarnaast bepleit de verdediging vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 10/173309-23 onder 2 en 3 ten laste gelegde, omdat het signalement van de verdachte niet overeenkomt met de persoon met het vuurwapen die wordt beschreven in de verklaringen van de aangever en zijn zwager. De verdachte droeg tijdens het ten laste gelegde zwarte schoenen met witte zolen die in de nacht zichtbaar moeten zijn geweest. Aangezien medeverdachte [medeverdachte 1] de enige is geweest die volledig in het zwart gekleed was, kan het niet anders dan dat hij degene is geweest die het vuurwapen in handen heeft gehad.
4.2.2.
Beoordeling
In de nacht van 12 juli 2023 is de aangever beroofd van zijn elektrische step onder bedreiging van een vuurwapen. De verdachte heeft verklaard dat hij die nacht met een aantal jongens naar een plek in de buurt van de Van Brienenoordbrug is gereden. Dit, omdat hij hiervoor was gevraagd door de medeverdachte [medeverdachte 1]. De verdachte is samen met [naam 1] in de auto van zijn vader gestapt en heeft vervolgens [medeverdachte 1] en [naam 2] opgehaald. Vervolgens zijn zij met zijn vieren naar de Van Brienenoordbrug toegereden en hebben zij daar in de buurt de auto geparkeerd. De [getuige 1] heeft gehoord dat er bij het uitstappen werd besproken wie er op de uitkijk zou gaan staan en heeft gezien dat de jongens zich opsplitsten, waarbij een van de jongens op de dijk bleef staan en de rest van de groep uit het zicht verdween. Nadat hij daar even heeft staan wachten, liep deze jongen achter de andere jongens aan. De aangever en zijn zwager, [getuige 2], verklaren beiden dat er jongens in de buurt van een tunneltje stonden te wachten. Zij hoorden dat de jongens achter hen aanrenden, zagen vervolgens dat twee jongens hen sneller naderden en één van deze jongens dicht bij de aangever kwam. Zij zagen dat deze jongen in het zwart gekleed met een regenjas aan een vuurwapen toonde en dat doorlaadde. De aangever heeft de verdachte bij de fotoconfrontatie herkend als degene met het wapen. Daarbij is er door een van de twee jongens gezegd: “Hier met die step”. De jongen met het vuurwapen riep: “geef die step, anders schiet ik”. De ander riep: “tira tira”, wat volgens aangever “schieten schieten” betekent. Daarna heeft de aangever zijn step laten vallen en is hij weggerend. De verdachte verklaart de step van aangever te hebben opgepakt en in de kofferbak van de auto te hebben gelegd. [getuige 1] heeft gezien dat de groep jongens terug naar de auto liepen met iets zwaars in hun handen, maar hoorde ook dat er gesproken werd over een “gunu” waarvan de getuige heeft verklaard dat hij weet dat hiermee een vuurwapen wordt bedoeld.
Anders dan door de raadsman is bepleit, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van diefstal van de step met geweld in vereniging. Uit de verklaring van de aangever blijkt dat hij werd achtervolgd door twee jongens, die hem bedreigden en hem aanspoorden om de step af te geven, waarbij een van hen een vuurwapen droeg en deze doorlaadde. Direct nadat de aangever de step op de grond had laten vallen, werd deze door de verdachte opgepakt en liepen ze terug naar de anderen. Naar de uiterlijke verschijningsvorm waren deze geweldshandelingen van de verdachten gericht op het wegnemen van de step. Het verweer wordt dan ook verworpen.
Het verweer dat de verdachte niet degene is geweest met het vuurwapen wordt eveneens verworpen. Gelet op de verklaringen van de aangever, het door hem genoemde signalement en de herkenning van de verdachte door de aangever bij een fotoconfrontatie, is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat de verdachte degene is geweest die het vuurwapen vasthield. Dat er geen DNA-materiaal van de verdachte op het vuurwapen is aangetroffen, maakt dat oordeel niet anders.
De raadsman heeft voorwaardelijk het verzoek gedaan de aangever te horen. De rechtbank stelt voorop dat - gelet op het tijdstip waarop de raadsman om het horen van de aangever heeft verzocht - zijn verzoek dient te worden beoordeeld aan de hand van het noodzaakcriterium. De aangever is in de zaak van een medeverdachte reeds als getuige bij de rechter-commissaris gehoord over de gebeurtenissen rondom het wegnemen van de step. Niet is onderbouwd waarom er een nieuw verhoor zou moeten plaatsvinden. De rechtbank ziet niet in dat het toewijzen van dit verzoek noodzakelijk is voor de volledigheid van het onderzoek of in het licht van de te beantwoorden vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Uit het voorgaande blijkt dat de rechtbank zich voldoende voorgelicht acht om tot een beslissing omtrent de betrokkenheid van de verdachte te komen, zodat er geen noodzaak is de aangever te horen. De rechtbank wijst dit verzoek dan ook af.
4.2.3.
Conclusie
De rechtbank acht de onder 1 ten laste gelegde diefstal met bedreiging met geweld wettig en overtuigend bewezen. Ook acht de rechtbank, gelet op al het voorgaande en de uitgewerkte bewijsmiddelen, de onder 2 ten laste gelegde bedreiging en het onder 3 ten laste gelegde voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie, wettig en overtuigend bewezen.
4.3.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/173309-23 onder 1, 2 en 3, het in de zaak met parketnummer 10/364600-24 en het in de zaak met parketnummer 10/163703-23 onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/041065-23 bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/041065-23 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
Parketnummer 10/173309-23
1.
hij op of omstreeks 12 juli 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, op de openbare weg, te weten de Bovenstraat, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (elektrische)step, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of en gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- zich dreigend op te dringen aan die [slachtoffer 1] en/of
- een vuurwapen (gaspistool), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (dreigend) te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of
- (vervolgens) dit vuurwapen althans dit voorwerp door te laden en/of
- aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen "tira, tira" en/of "hier met die step" en/of "geef mij die step, anders schiet ik", althans woorden van gelijke (dreigende) strekking en/of aard;
2.
hij op of omstreeks 12 juli 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door
- zich dreigend op te dringen aan die [slachtoffer 1] en/of
- een vuurwapen (gaspistool), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (dreigend) te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of
- (vervolgens) dit vuurwapen althans dit voorwerp door te laden en/of
- aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen "tira, tira", althans woorden van gelijke (dreigende) strekking en/of aard;
3.
hij op of omstreeks 12 juli 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool van het merk Umarex, model Walther P22, kaliber 9MM P.A.K., en/of (daarbij) (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1, lid 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten vijf althans één knalpatro(o)n(en), kaliber 9MM P.A.K, voorhanden heeft gehad.
Parketnummer 10/364600-24
hij op of omstreeks 28 september 2024 te Rotterdam, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal in/tegen het gezicht te slaan.
Parketnummer 10/041065-23
hij op of omstreeks 10 februari 2023 te Rotterdam [slachtoffer 3] heeft mishandeld door op/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen.
Parketnummer 10/163703-23
1.
hij op of omstreeks 30 januari 2023 te Rotterdam, openlijk, te weten, op/aan/rond(om) de Argonautenweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 4], door hem meermalen, althans eenmaal:
- tegen/op/in het gezicht, althans tegen/op het lichaam te slaan en/of te stompen, ten gevolge waarvan hij ten val is gekomen, en/of
- (vervolgens) tegen/op het hoofd, althans tegen/op het lichaam, te trappen en/of schoppen, en/of
- met een boksbeugel, althans een hard voorwerp, tegen/op het hoofd, althans tegen/op het lichaam, te slaan en/of stompen;
2.hij op of omstreeks 30 januari 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 4] (via WhatsApp) dreigend de woorden toe te voegen "Walther P kanker 99 tegen je hoofd mattie" en/of "Als ik jouw kankervrouwtje pak he, ik ga dr kogels geven", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Parketnummer 10/173309-23
De eendaadse samenloop van:
1. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen op de openbare weg;
en
2. medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling.
3. medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Parketnummer 10/364600-24
Mishandeling.
Parketnummer 10/041065-23
Mishandeling.
Parketnummer 10/163703-23
1. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
2. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Allereerst heeft de toen veertienjarige verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen personen. Daarbij is het slachtoffer meermalen tegen het gezicht en het lichaam geslagen en er is tegen het hoofd en lichaam getrapt. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van hetzelfde slachtoffer door bedreigende teksten via spraakberichten te sturen.
Ongeveer twee weken later heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling, waarbij hij het slachtoffer tegen het gezicht heeft geslagen en gestompt.
Vijf maanden later heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een straatroof, waarbij het slachtoffer is beroofd van zijn elektrische step. De verdachte en medeverdachten hebben het slachtoffer opgewacht en zijn achter hem aangerend. Het slachtoffer heeft onder bedreiging van een vuurwapen zijn step laten vallen en is weggerend. De verdachte heeft zich hiermee tevens schuldig gemaakt aan bedreiging en aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en (bijbehorende) munitie.
Tot slot heeft de toen vijftienjarige verdachte zich op 28 september 2024 schuldig gemaakt aan mishandeling door het slachtoffer tegen het gezicht te slaan.
De verdachte heeft met zijn handelen geen enkel respect gehad voor andermans bezittingen en heeft voor de slachtoffers bijzonder dreigende situaties gecreëerd en fors inbreuk gemaakt op hun lichamelijke integriteit. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van feiten zoals deze ook na langere tijd nog veel last kunnen hebben van wat hen is overkomen. Slachtoffers hebben vaak voor langere tijd gevoelens van onveiligheid wanneer zij buiten zijn. Zoals blijkt uit de toelichting op de vordering van een van de benadeelde partijen. Daarnaast leveren dit soort feiten, veelal gepleegd op de openbare weg, gevoelens van onveiligheid op in de maatschappij. De verdachte heeft dit met zijn handelen veroorzaakt. Daarnaast dient streng te worden opgetreden tegen het bezit van wapens op straat. Steeds vaker wordt gezien dat jongeren gewapend over straat gaan en in voorkomende gevallen hun wapens ook gebruiken, met alle gevolgen van dien.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 december 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
7.3.2.
Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting
[naam 3], GZ-psycholoog heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 20 november 2023. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in. Tot voor kort heeft de verdachte zelfbepalend gedrag laten zien. Hij trok zijn eigen plan door niet te luisteren naar zijn ouders, liet op school (voordat hij werd weggestuurd) steeds onrustig gedrag zien en bleef weg uit de lessen. De afgelopen twee jaar is de verdachte niet naar school geweest. Hij bevond zich vaak tot midden in de nacht op straat en had omgang met verkeerde vrienden. Hierdoor kan worden gesteld dat sprake is van een gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis (momenteel in volledige remissie) bij een veertienjarige adolescent. Het recidiverisico op toekomstig gewelddadig en crimineel gedrag wordt ingeschat als laag tot matig. De ouders dienen toezicht, structuur en begeleiding te bieden. Ook dient rekening te worden gehouden met dat de verdachte risico’s kan nemen, waarbij hij de grenzen van een ander niet voldoende respecteert en de gevolgen niet overziet. De verdachte is nog lerende, waarbij het nemen van verantwoordelijkheid, gekoppeld aan zijn leeftijd en binnen de context van zijn gezin, aandacht behoeft.
De GZ-psycholoog adviseert om aan de verdachte begeleiding en behandeling in het kader van de bijzondere voorwaarden bij een (voorwaardelijke) jeugddetentie op te leggen. Het advies om de kans op recidive te verminderen is het voorzetten van de begeleiding en de behandeling van Chapter Next, het oppakken van de gezinsbegeleiding voor de ouders en het vormgeven van een positieve vrijetijdsbesteding zoals sport en werk. Daarnaast adviseert de GZ-psycholoog om de tenlastegelegde feiten van 12 juli 2023 en van 10 februari 2023 in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) schrijft in het rapport van 17 januari 2025 over de verdachte dat Chapter Next en de jeugdreclassering sinds september 2023 bij hem betrokken zijn. Sindsdien lijkt de verdachte kleine stappen vooruit te hebben gezet. Naast de beschermende factoren die worden gezien, worden ook risicofactoren gezien. Met name het schoolverzuim van de verdachte is reden tot zorg en belangrijk is dat de jeugdreclassering hier zicht op blijft houden. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Het is belangrijk de begeleiding van de jeugdreclassering en Chapter Next te continueren om ervoor te zorgen dat de verdachte stappen vooruit blijft zetten.
De Raad adviseert om aan de verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen. Daarnaast adviseert de Raad om een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte naar school gaat volgens rooster, naar dagbesteding blijft gaan en meewerkt aan behandeling als de jeugdreclassering dit nodig acht.
JBRR schrijft in het rapport van 8 januari 2025 dat de schorsingsperiode van de verdachte wisselend verloopt. De verdachte volgt dagbesteding bij Chapter Next en dat verloopt positief. De terugkeer van de verdachte naar school verloopt minder positief, waarbij hij regelmatig te laat komt en daar al meerdere waarschuwingen voor heeft gehad. Ook is een jongerencoach bij de verdachte betrokken. Vanwege het zelfbepalende gedrag, het hebben van antisociale contacten en het weinig inzicht hebben in oorzaak/gevolgrelaties zorgt ervoor dat er zorgen bestaan over de ontwikkeling van de verdachte. Ten aanzien van de zorgen over de thuissituatie is systeemgerichte behandeling ingezet, maar niet duidelijk is of dit voldoende effect heeft gehad. Als blijkt dat er nog behandeling nodig is, zal er een aanmelding worden gedaan bij de Forensische tafel.
JBRR adviseert om aan de verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen als stok achter de deur om zich aan de bijzondere voorwaarden te houden, waarvan het onvoorwaardelijk deel van de jeugddetentie gelijk is aan de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd. Daarnaast adviseert JBRR oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf. Als bijzondere voorwaarden adviseert JBRR dat de verdachte meewerkt met de jeugdreclassering, naar school/stage/Chapter Next gaat volgens rooster, zich inzet voor het vinden en behouden van vrijetijdsbesteding en meewerkt aan hulpverlening als de jeugdreclassering dit nodig acht.
Op de zitting heeft de deskundige [naam 4], werkzaam als jeugdreclasseerder bij JBRR, het advies van JBRR toegelicht en verklaard dat de schoolgang van de verdachte nog steeds een punt van zorg is. De verdachte en zijn mentor hebben geen goede band met elkaar. De verdachte blijft te laat komen en zal zijn gedrag in de klas moeten verbeteren. Volgens de mentor valt het op dat na de kerstvakantie het gedrag van de verdachte aan het verslechteren is. Het zou met name wenselijk zijn de verdachte behandeling aan te bieden om te leren grenzen van anderen te accepteren.
7.4.
Conclusie
Gelet op dat wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toerekeningsvatbaarheid
De conclusie van de psycholoog wordt gedragen door haar bevindingen. De rechtbank neemt die conclusie over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens die ook aanwezig waren ten tijde van het onder parketnummer 10/173309-23 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10-041065-23 ten laste gelegde. Gelet op de problematiek van de verdachte concludeert de rechtbank dat het niet anders kan dan dat deze ook aanwezig waren ten tijde van het onder parketnummer 10/163703-23 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10364600-24 ten laste gelegde. Hierom acht de rechtbank de verdachte voor alle ten laste gelegde feiten verminderd toerekeningsvatbaar.
Straffen
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Net als de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie die de duur van het voorarrest overstijgt niet wenselijk. In het voordeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat de verdachte al een lange tijd in een schorsing loopt en er een voorzichtige positieve ontwikkeling zichtbaar is. De rechtbank acht het zorgwekkend dat de verdachte op zeer jonge leeftijd meerdere strafbare feiten heeft gepleegd en dat bij bijna alle bewezenverklaarde feiten geweld een rol heeft gespeeld. Ook baart de schoolgang van de verdachte zorgen. De rechtbank zal, gelet op de adviezen van de GZ-psycholoog, de Raad en JBRR, waaruit blijkt dat zij begeleiding van de jeugdreclassering en bijzondere voorwaarden noodzakelijk achten, een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf bestaande uit een werkstraf van na te noemen duur opleggen. De hoeveelheid strafbare feiten die de verdachte heeft gepleegd en de ernst daarvan, maken dat de rechtbank dit noodzakelijk acht om de verdachte de consequenties van zijn gedrag te laten ervaren.
Tot slot stelt de rechtbank vast dat bij de onder de parketnummers 10/163703-23, 10/041065-23, 10/173309-23 bewezenverklaarde feiten sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM), waarbij bij de strafoplegging rekening is gehouden.
Alles afwegend acht de rechtbank passend en geboden een jeugddetentie voor de duur van 180 dagen, waarvan 136 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, met een proeftijd van twee jaren en de hierna te noemen bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank op een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten diefstal met bedreiging met geweld, bedreiging, openlijke geweldpleging tegen personen en mishandeling. Gelet op de ernst van de feiten en de rapportages van de psycholoog, de Raad en jeugdreclassering, waaruit naar voren komt dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van dit wetboek uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
8Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
Parketnummer 10/364600-24
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 1], ter zake van het onder parketnummer 10/364600-24 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Parketnummer 10/041065-23
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 2], ter zake van het de onder parketnummer 10/041065-23 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 400,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Parketnummer 10/163703-23
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 3], ter zake van de onder parketnummer 10/163703-23 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 167,52 aan materiële schade en een bedrag van € 600,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijkheid en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie vordert integrale toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2], vermeerderd met de wettelijke en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 3] stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat uit de aangifte en het dossier niet blijkt dat de telefoon van de benadeelde beschadigd is geraakt. Daarnaast staat op de bijgevoegde factuur de datum niet vermeld en is de telefoon pas in augustus gerepareerd, waardoor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het overige deel van de materiële schade is voor toewijzing vatbaar. Ten aanzien van de immateriële schade verzoekt de officier van justitie, gelet op de uitspraak van de rechtbank in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 2], een bedrag ter hoogte van € 300,- toe te wijzen. Ook vordert de officier van justitie het toe te wijzen schadebedrag te vermeerderen met de wettelijke rente, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging verzoekt de vorderingen van benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] te matigen en een bedrag van € 200,- per benadeelde partij toe te wijzen.
Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 3] verzoekt de verdediging primair, vanwege de bepleite vrijspraak, de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair stelt de verdediging zich, net als de officier van justitie, op het standpunt dat het deel van materiële schade dat betrekking heeft op de reparatiekosten van de telefoon niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Niet kan worden aangetoond dat de reparatiekosten voor de telefoon in verband staan met de ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van de immateriële schade verzoekt de verdediging om toewijzing van de vordering ter hoogte van een bedrag van € 300,-.
8.3.
Beoordeling
Parketnummer 10/364600-24
Vast is komen te staan dat aan de [benadeelde partij 1] door het onder parketnummer 10/364600-24 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde partij heeft lichamelijk letsel opgelopen door het bewezen verklaarde strafbare feit. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 200,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, waarbij het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Zij kan dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Wettelijke rente
De [benadeelde partij 1] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 28 september 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Parketnummer 10/041065-23
Vast is komen te staan dat aan de [benadeelde partij 2] door het onder parketnummer 10/041065-23 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde partij heeft lichamelijk letsel opgelopen door het bewezen verklaarde strafbare feit. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 200,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, waarbij het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Zij kan dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Wettelijke rente
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 10 februari 2023.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Parketnummer 10/163703-23
De rechtbank zal de vordering van de [benadeelde partij 3] ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk verklaren, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat aan de benadeelde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Vast is komen te staan dat aan [benadeelde partij 3] door het onder parketnummer 10/163703-23 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde partij heeft lichamelijk letsel opgelopen door het bewezen verklaarde strafbare feit. De rechtbank begroot de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op een bedrag van € 300,-. De [benadeelde partij 3] zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Hij kan dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Hoofdelijk
Nu de verdachte het strafbare feit waarmee bij de strafoplegging rekening is gehouden, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de [benadeelde partij 3] betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
Wettelijke rente
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 30 januari 2023.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
8.4.
Conclusie
Parketnummer 10/364600-24
De verdachte moet de [benadeelde partij 1] een schadevergoeding betalen van € 200,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Parketnummer 10/041065-23
De verdachte moet de [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van € 200,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Parketnummer 10/163703-23
De verdachte moet de [benadeelde partij 3] een schadevergoeding betalen van € 300,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 47, 55, 77a,77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 285, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens munitie.
10Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/173309-23 onder 1, 2 en 3, het in de zaak met parketnummer 10/364600-24, het in de zaak met parketnummer 10/041065-23 en het in de zaak met parketnummer 10/163703-23 onder 1 primair en 2 ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 136 (honderdzesendertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich zal melden bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden zolang en zo vaak als de jeugdreclassering noodzakelijk acht;
- naar school en/of stage en/of Chapter Next zal gaan en zich zal houden aan de regels en afspraken die daar gelden;
- zal meewerken aan de begeleiding van een jongerencoach;
- zich zal inspannen voor het vinden en behouden van zinvolle vrijetijdsbesteding;
- zal meewerken aan behandeling, indien de jeugdreclassering dit nodig acht;
van rechtswege zijn de volgende voorwaarden verbonden aan de hierboven genoemde
bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking
verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als
bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 1], te betalen een bedrag van € 200,- (zegge: tweehonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 1] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 1] te betalen € 200,- (hoofdsom, zegge: tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 september 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van € 200,- (zegge: tweehonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 februari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 2] te betalen € 200,- (hoofdsom, zegge: tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders) om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 3], te betalen een bedrag van € 300,- (zegge: driehonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de [benadeelde partij 3], zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 3] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte/hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 3] te betalen € 300,- (hoofdsom, zegge: driehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de [benadeelde partij 3], waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S. Riege, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. S. Jordaan en U. Gümüş, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.A.
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 10/173309-23, 10/364600-24, 10/041065-23 en 10/163703-23 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak: 6 februari 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres],
raadsvrouw mr. M.K. Durdu-Agema, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 23 januari 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/173309-23 onder 1, 2 en 3, het in de zaak met parketnummer 10/364600-24, het in de zaak met parketnummer 10/041065-23 en het in de zaak met parketnummer 10/163703-23 onder 1 primair en 2 ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 136 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR),
met opdracht aan JBRR tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht;
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het in de zaak met parketnummer 10/041065-23 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewijswaardering
4.2.1.
Standpunt verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 10/173309-23 onder 1 ten laste gelegde geweld, omdat niet kan worden vastgesteld dat er geweld is gebruikt dat gericht was om het goed onder zich te krijgen. Voor zover de verklaring van de aangever bij de rechter-commissaris bij het bewijs zou worden betrokken, verzoekt de verdediging om aanhouding van de zaak, zodat de verdediging de aangever eerst als getuige bij de rechter-commissaris kan horen.
Daarnaast bepleit de verdediging vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 10/173309-23 onder 2 en 3 ten laste gelegde, omdat het signalement van de verdachte niet overeenkomt met de persoon met het vuurwapen die wordt beschreven in de verklaringen van de aangever en zijn zwager. De verdachte droeg tijdens het ten laste gelegde zwarte schoenen met witte zolen die in de nacht zichtbaar moeten zijn geweest. Aangezien medeverdachte [medeverdachte 1] de enige is geweest die volledig in het zwart gekleed was, kan het niet anders dan dat hij degene is geweest die het vuurwapen in handen heeft gehad.
4.2.2.
Beoordeling
In de nacht van 12 juli 2023 is de aangever beroofd van zijn elektrische step onder bedreiging van een vuurwapen. De verdachte heeft verklaard dat hij die nacht met een aantal jongens naar een plek in de buurt van de Van Brienenoordbrug is gereden. Dit, omdat hij hiervoor was gevraagd door de medeverdachte [medeverdachte 1]. De verdachte is samen met [naam 1] in de auto van zijn vader gestapt en heeft vervolgens [medeverdachte 1] en [naam 2] opgehaald. Vervolgens zijn zij met zijn vieren naar de Van Brienenoordbrug toegereden en hebben zij daar in de buurt de auto geparkeerd. De [getuige 1] heeft gehoord dat er bij het uitstappen werd besproken wie er op de uitkijk zou gaan staan en heeft gezien dat de jongens zich opsplitsten, waarbij een van de jongens op de dijk bleef staan en de rest van de groep uit het zicht verdween. Nadat hij daar even heeft staan wachten, liep deze jongen achter de andere jongens aan. De aangever en zijn zwager, [getuige 2], verklaren beiden dat er jongens in de buurt van een tunneltje stonden te wachten. Zij hoorden dat de jongens achter hen aanrenden, zagen vervolgens dat twee jongens hen sneller naderden en één van deze jongens dicht bij de aangever kwam. Zij zagen dat deze jongen in het zwart gekleed met een regenjas aan een vuurwapen toonde en dat doorlaadde. De aangever heeft de verdachte bij de fotoconfrontatie herkend als degene met het wapen. Daarbij is er door een van de twee jongens gezegd: “Hier met die step”. De jongen met het vuurwapen riep: “geef die step, anders schiet ik”. De ander riep: “tira tira”, wat volgens aangever “schieten schieten” betekent. Daarna heeft de aangever zijn step laten vallen en is hij weggerend. De verdachte verklaart de step van aangever te hebben opgepakt en in de kofferbak van de auto te hebben gelegd. [getuige 1] heeft gezien dat de groep jongens terug naar de auto liepen met iets zwaars in hun handen, maar hoorde ook dat er gesproken werd over een “gunu” waarvan de getuige heeft verklaard dat hij weet dat hiermee een vuurwapen wordt bedoeld.
Anders dan door de raadsman is bepleit, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van diefstal van de step met geweld in vereniging. Uit de verklaring van de aangever blijkt dat hij werd achtervolgd door twee jongens, die hem bedreigden en hem aanspoorden om de step af te geven, waarbij een van hen een vuurwapen droeg en deze doorlaadde. Direct nadat de aangever de step op de grond had laten vallen, werd deze door de verdachte opgepakt en liepen ze terug naar de anderen. Naar de uiterlijke verschijningsvorm waren deze geweldshandelingen van de verdachten gericht op het wegnemen van de step. Het verweer wordt dan ook verworpen.
Het verweer dat de verdachte niet degene is geweest met het vuurwapen wordt eveneens verworpen. Gelet op de verklaringen van de aangever, het door hem genoemde signalement en de herkenning van de verdachte door de aangever bij een fotoconfrontatie, is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat de verdachte degene is geweest die het vuurwapen vasthield. Dat er geen DNA-materiaal van de verdachte op het vuurwapen is aangetroffen, maakt dat oordeel niet anders.
De raadsman heeft voorwaardelijk het verzoek gedaan de aangever te horen. De rechtbank stelt voorop dat - gelet op het tijdstip waarop de raadsman om het horen van de aangever heeft verzocht - zijn verzoek dient te worden beoordeeld aan de hand van het noodzaakcriterium. De aangever is in de zaak van een medeverdachte reeds als getuige bij de rechter-commissaris gehoord over de gebeurtenissen rondom het wegnemen van de step. Niet is onderbouwd waarom er een nieuw verhoor zou moeten plaatsvinden. De rechtbank ziet niet in dat het toewijzen van dit verzoek noodzakelijk is voor de volledigheid van het onderzoek of in het licht van de te beantwoorden vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Uit het voorgaande blijkt dat de rechtbank zich voldoende voorgelicht acht om tot een beslissing omtrent de betrokkenheid van de verdachte te komen, zodat er geen noodzaak is de aangever te horen. De rechtbank wijst dit verzoek dan ook af.
4.2.3.
Conclusie
De rechtbank acht de onder 1 ten laste gelegde diefstal met bedreiging met geweld wettig en overtuigend bewezen. Ook acht de rechtbank, gelet op al het voorgaande en de uitgewerkte bewijsmiddelen, de onder 2 ten laste gelegde bedreiging en het onder 3 ten laste gelegde voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie, wettig en overtuigend bewezen.
4.3.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/173309-23 onder 1, 2 en 3, het in de zaak met parketnummer 10/364600-24 en het in de zaak met parketnummer 10/163703-23 onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/041065-23 bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/041065-23 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
Parketnummer 10/173309-23
1.
hij op of omstreeks 12 juli 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, op de openbare weg, te weten de Bovenstraat, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (elektrische)step, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of en gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- zich dreigend op te dringen aan die [slachtoffer 1] en/of
- een vuurwapen (gaspistool), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (dreigend) te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of
- (vervolgens) dit vuurwapen althans dit voorwerp door te laden en/of
- aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen "tira, tira" en/of "hier met die step" en/of "geef mij die step, anders schiet ik", althans woorden van gelijke (dreigende) strekking en/of aard;
2.
hij op of omstreeks 12 juli 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door
- zich dreigend op te dringen aan die [slachtoffer 1] en/of
- een vuurwapen (gaspistool), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (dreigend) te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of
- (vervolgens) dit vuurwapen althans dit voorwerp door te laden en/of
- aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen "tira, tira", althans woorden van gelijke (dreigende) strekking en/of aard;
3.
hij op of omstreeks 12 juli 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool van het merk Umarex, model Walther P22, kaliber 9MM P.A.K., en/of (daarbij) (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1, lid 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten vijf althans één knalpatro(o)n(en), kaliber 9MM P.A.K, voorhanden heeft gehad.
Parketnummer 10/364600-24
hij op of omstreeks 28 september 2024 te Rotterdam, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal in/tegen het gezicht te slaan.
Parketnummer 10/041065-23
hij op of omstreeks 10 februari 2023 te Rotterdam [slachtoffer 3] heeft mishandeld door op/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen.
Parketnummer 10/163703-23
1.
hij op of omstreeks 30 januari 2023 te Rotterdam, openlijk, te weten, op/aan/rond(om) de Argonautenweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 4], door hem meermalen, althans eenmaal:
- tegen/op/in het gezicht, althans tegen/op het lichaam te slaan en/of te stompen, ten gevolge waarvan hij ten val is gekomen, en/of
- (vervolgens) tegen/op het hoofd, althans tegen/op het lichaam, te trappen en/of schoppen, en/of
- met een boksbeugel, althans een hard voorwerp, tegen/op het hoofd, althans tegen/op het lichaam, te slaan en/of stompen;
2.hij op of omstreeks 30 januari 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 4] (via WhatsApp) dreigend de woorden toe te voegen "Walther P kanker 99 tegen je hoofd mattie" en/of "Als ik jouw kankervrouwtje pak he, ik ga dr kogels geven", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Parketnummer 10/173309-23
De eendaadse samenloop van:
1. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen op de openbare weg;
en
2. medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling.
3. medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Parketnummer 10/364600-24
Mishandeling.
Parketnummer 10/041065-23
Mishandeling.
Parketnummer 10/163703-23
1. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
2. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Allereerst heeft de toen veertienjarige verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen personen. Daarbij is het slachtoffer meermalen tegen het gezicht en het lichaam geslagen en er is tegen het hoofd en lichaam getrapt. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van hetzelfde slachtoffer door bedreigende teksten via spraakberichten te sturen.
Ongeveer twee weken later heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling, waarbij hij het slachtoffer tegen het gezicht heeft geslagen en gestompt.
Vijf maanden later heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een straatroof, waarbij het slachtoffer is beroofd van zijn elektrische step. De verdachte en medeverdachten hebben het slachtoffer opgewacht en zijn achter hem aangerend. Het slachtoffer heeft onder bedreiging van een vuurwapen zijn step laten vallen en is weggerend. De verdachte heeft zich hiermee tevens schuldig gemaakt aan bedreiging en aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en (bijbehorende) munitie.
Tot slot heeft de toen vijftienjarige verdachte zich op 28 september 2024 schuldig gemaakt aan mishandeling door het slachtoffer tegen het gezicht te slaan.
De verdachte heeft met zijn handelen geen enkel respect gehad voor andermans bezittingen en heeft voor de slachtoffers bijzonder dreigende situaties gecreëerd en fors inbreuk gemaakt op hun lichamelijke integriteit. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van feiten zoals deze ook na langere tijd nog veel last kunnen hebben van wat hen is overkomen. Slachtoffers hebben vaak voor langere tijd gevoelens van onveiligheid wanneer zij buiten zijn. Zoals blijkt uit de toelichting op de vordering van een van de benadeelde partijen. Daarnaast leveren dit soort feiten, veelal gepleegd op de openbare weg, gevoelens van onveiligheid op in de maatschappij. De verdachte heeft dit met zijn handelen veroorzaakt. Daarnaast dient streng te worden opgetreden tegen het bezit van wapens op straat. Steeds vaker wordt gezien dat jongeren gewapend over straat gaan en in voorkomende gevallen hun wapens ook gebruiken, met alle gevolgen van dien.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 december 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
7.3.2.
Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting
[naam 3], GZ-psycholoog heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 20 november 2023. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in. Tot voor kort heeft de verdachte zelfbepalend gedrag laten zien. Hij trok zijn eigen plan door niet te luisteren naar zijn ouders, liet op school (voordat hij werd weggestuurd) steeds onrustig gedrag zien en bleef weg uit de lessen. De afgelopen twee jaar is de verdachte niet naar school geweest. Hij bevond zich vaak tot midden in de nacht op straat en had omgang met verkeerde vrienden. Hierdoor kan worden gesteld dat sprake is van een gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis (momenteel in volledige remissie) bij een veertienjarige adolescent. Het recidiverisico op toekomstig gewelddadig en crimineel gedrag wordt ingeschat als laag tot matig. De ouders dienen toezicht, structuur en begeleiding te bieden. Ook dient rekening te worden gehouden met dat de verdachte risico’s kan nemen, waarbij hij de grenzen van een ander niet voldoende respecteert en de gevolgen niet overziet. De verdachte is nog lerende, waarbij het nemen van verantwoordelijkheid, gekoppeld aan zijn leeftijd en binnen de context van zijn gezin, aandacht behoeft.
De GZ-psycholoog adviseert om aan de verdachte begeleiding en behandeling in het kader van de bijzondere voorwaarden bij een (voorwaardelijke) jeugddetentie op te leggen. Het advies om de kans op recidive te verminderen is het voorzetten van de begeleiding en de behandeling van Chapter Next, het oppakken van de gezinsbegeleiding voor de ouders en het vormgeven van een positieve vrijetijdsbesteding zoals sport en werk. Daarnaast adviseert de GZ-psycholoog om de tenlastegelegde feiten van 12 juli 2023 en van 10 februari 2023 in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) schrijft in het rapport van 17 januari 2025 over de verdachte dat Chapter Next en de jeugdreclassering sinds september 2023 bij hem betrokken zijn. Sindsdien lijkt de verdachte kleine stappen vooruit te hebben gezet. Naast de beschermende factoren die worden gezien, worden ook risicofactoren gezien. Met name het schoolverzuim van de verdachte is reden tot zorg en belangrijk is dat de jeugdreclassering hier zicht op blijft houden. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Het is belangrijk de begeleiding van de jeugdreclassering en Chapter Next te continueren om ervoor te zorgen dat de verdachte stappen vooruit blijft zetten.
De Raad adviseert om aan de verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen. Daarnaast adviseert de Raad om een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte naar school gaat volgens rooster, naar dagbesteding blijft gaan en meewerkt aan behandeling als de jeugdreclassering dit nodig acht.
JBRR schrijft in het rapport van 8 januari 2025 dat de schorsingsperiode van de verdachte wisselend verloopt. De verdachte volgt dagbesteding bij Chapter Next en dat verloopt positief. De terugkeer van de verdachte naar school verloopt minder positief, waarbij hij regelmatig te laat komt en daar al meerdere waarschuwingen voor heeft gehad. Ook is een jongerencoach bij de verdachte betrokken. Vanwege het zelfbepalende gedrag, het hebben van antisociale contacten en het weinig inzicht hebben in oorzaak/gevolgrelaties zorgt ervoor dat er zorgen bestaan over de ontwikkeling van de verdachte. Ten aanzien van de zorgen over de thuissituatie is systeemgerichte behandeling ingezet, maar niet duidelijk is of dit voldoende effect heeft gehad. Als blijkt dat er nog behandeling nodig is, zal er een aanmelding worden gedaan bij de Forensische tafel.
JBRR adviseert om aan de verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen als stok achter de deur om zich aan de bijzondere voorwaarden te houden, waarvan het onvoorwaardelijk deel van de jeugddetentie gelijk is aan de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd. Daarnaast adviseert JBRR oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf. Als bijzondere voorwaarden adviseert JBRR dat de verdachte meewerkt met de jeugdreclassering, naar school/stage/Chapter Next gaat volgens rooster, zich inzet voor het vinden en behouden van vrijetijdsbesteding en meewerkt aan hulpverlening als de jeugdreclassering dit nodig acht.
Op de zitting heeft de deskundige [naam 4], werkzaam als jeugdreclasseerder bij JBRR, het advies van JBRR toegelicht en verklaard dat de schoolgang van de verdachte nog steeds een punt van zorg is. De verdachte en zijn mentor hebben geen goede band met elkaar. De verdachte blijft te laat komen en zal zijn gedrag in de klas moeten verbeteren. Volgens de mentor valt het op dat na de kerstvakantie het gedrag van de verdachte aan het verslechteren is. Het zou met name wenselijk zijn de verdachte behandeling aan te bieden om te leren grenzen van anderen te accepteren.
7.4.
Conclusie
Gelet op dat wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toerekeningsvatbaarheid
De conclusie van de psycholoog wordt gedragen door haar bevindingen. De rechtbank neemt die conclusie over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens die ook aanwezig waren ten tijde van het onder parketnummer 10/173309-23 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10-041065-23 ten laste gelegde. Gelet op de problematiek van de verdachte concludeert de rechtbank dat het niet anders kan dan dat deze ook aanwezig waren ten tijde van het onder parketnummer 10/163703-23 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10364600-24 ten laste gelegde. Hierom acht de rechtbank de verdachte voor alle ten laste gelegde feiten verminderd toerekeningsvatbaar.
Straffen
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Net als de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie die de duur van het voorarrest overstijgt niet wenselijk. In het voordeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat de verdachte al een lange tijd in een schorsing loopt en er een voorzichtige positieve ontwikkeling zichtbaar is. De rechtbank acht het zorgwekkend dat de verdachte op zeer jonge leeftijd meerdere strafbare feiten heeft gepleegd en dat bij bijna alle bewezenverklaarde feiten geweld een rol heeft gespeeld. Ook baart de schoolgang van de verdachte zorgen. De rechtbank zal, gelet op de adviezen van de GZ-psycholoog, de Raad en JBRR, waaruit blijkt dat zij begeleiding van de jeugdreclassering en bijzondere voorwaarden noodzakelijk achten, een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf bestaande uit een werkstraf van na te noemen duur opleggen. De hoeveelheid strafbare feiten die de verdachte heeft gepleegd en de ernst daarvan, maken dat de rechtbank dit noodzakelijk acht om de verdachte de consequenties van zijn gedrag te laten ervaren.
Tot slot stelt de rechtbank vast dat bij de onder de parketnummers 10/163703-23, 10/041065-23, 10/173309-23 bewezenverklaarde feiten sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM), waarbij bij de strafoplegging rekening is gehouden.
Alles afwegend acht de rechtbank passend en geboden een jeugddetentie voor de duur van 180 dagen, waarvan 136 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, met een proeftijd van twee jaren en de hierna te noemen bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank op een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten diefstal met bedreiging met geweld, bedreiging, openlijke geweldpleging tegen personen en mishandeling. Gelet op de ernst van de feiten en de rapportages van de psycholoog, de Raad en jeugdreclassering, waaruit naar voren komt dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van dit wetboek uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
8Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
Parketnummer 10/364600-24
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 1], ter zake van het onder parketnummer 10/364600-24 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Parketnummer 10/041065-23
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 2], ter zake van het de onder parketnummer 10/041065-23 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 400,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Parketnummer 10/163703-23
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 3], ter zake van de onder parketnummer 10/163703-23 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 167,52 aan materiële schade en een bedrag van € 600,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijkheid en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie vordert integrale toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2], vermeerderd met de wettelijke en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 3] stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat uit de aangifte en het dossier niet blijkt dat de telefoon van de benadeelde beschadigd is geraakt. Daarnaast staat op de bijgevoegde factuur de datum niet vermeld en is de telefoon pas in augustus gerepareerd, waardoor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het overige deel van de materiële schade is voor toewijzing vatbaar. Ten aanzien van de immateriële schade verzoekt de officier van justitie, gelet op de uitspraak van de rechtbank in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 2], een bedrag ter hoogte van € 300,- toe te wijzen. Ook vordert de officier van justitie het toe te wijzen schadebedrag te vermeerderen met de wettelijke rente, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging verzoekt de vorderingen van benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] te matigen en een bedrag van € 200,- per benadeelde partij toe te wijzen.
Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 3] verzoekt de verdediging primair, vanwege de bepleite vrijspraak, de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair stelt de verdediging zich, net als de officier van justitie, op het standpunt dat het deel van materiële schade dat betrekking heeft op de reparatiekosten van de telefoon niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Niet kan worden aangetoond dat de reparatiekosten voor de telefoon in verband staan met de ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van de immateriële schade verzoekt de verdediging om toewijzing van de vordering ter hoogte van een bedrag van € 300,-.
8.3.
Beoordeling
Parketnummer 10/364600-24
Vast is komen te staan dat aan de [benadeelde partij 1] door het onder parketnummer 10/364600-24 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde partij heeft lichamelijk letsel opgelopen door het bewezen verklaarde strafbare feit. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 200,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, waarbij het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Zij kan dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Wettelijke rente
De [benadeelde partij 1] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 28 september 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Parketnummer 10/041065-23
Vast is komen te staan dat aan de [benadeelde partij 2] door het onder parketnummer 10/041065-23 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde partij heeft lichamelijk letsel opgelopen door het bewezen verklaarde strafbare feit. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 200,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, waarbij het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Zij kan dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Wettelijke rente
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 10 februari 2023.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Parketnummer 10/163703-23
De rechtbank zal de vordering van de [benadeelde partij 3] ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk verklaren, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat aan de benadeelde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Vast is komen te staan dat aan [benadeelde partij 3] door het onder parketnummer 10/163703-23 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde partij heeft lichamelijk letsel opgelopen door het bewezen verklaarde strafbare feit. De rechtbank begroot de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op een bedrag van € 300,-. De [benadeelde partij 3] zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Hij kan dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Hoofdelijk
Nu de verdachte het strafbare feit waarmee bij de strafoplegging rekening is gehouden, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de [benadeelde partij 3] betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
Wettelijke rente
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 30 januari 2023.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
8.4.
Conclusie
Parketnummer 10/364600-24
De verdachte moet de [benadeelde partij 1] een schadevergoeding betalen van € 200,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Parketnummer 10/041065-23
De verdachte moet de [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van € 200,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Parketnummer 10/163703-23
De verdachte moet de [benadeelde partij 3] een schadevergoeding betalen van € 300,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 47, 55, 77a,77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 285, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens munitie.
10Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/173309-23 onder 1, 2 en 3, het in de zaak met parketnummer 10/364600-24, het in de zaak met parketnummer 10/041065-23 en het in de zaak met parketnummer 10/163703-23 onder 1 primair en 2 ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 136 (honderdzesendertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich zal melden bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden zolang en zo vaak als de jeugdreclassering noodzakelijk acht;
- naar school en/of stage en/of Chapter Next zal gaan en zich zal houden aan de regels en afspraken die daar gelden;
- zal meewerken aan de begeleiding van een jongerencoach;
- zich zal inspannen voor het vinden en behouden van zinvolle vrijetijdsbesteding;
- zal meewerken aan behandeling, indien de jeugdreclassering dit nodig acht;
van rechtswege zijn de volgende voorwaarden verbonden aan de hierboven genoemde
bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking
verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als
bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 1], te betalen een bedrag van € 200,- (zegge: tweehonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 1] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 1] te betalen € 200,- (hoofdsom, zegge: tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 september 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van € 200,- (zegge: tweehonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 februari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 2] te betalen € 200,- (hoofdsom, zegge: tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders) om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 3], te betalen een bedrag van € 300,- (zegge: driehonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de [benadeelde partij 3], zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 3] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte/hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 3] te betalen € 300,- (hoofdsom, zegge: driehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de [benadeelde partij 3], waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S. Riege, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. S. Jordaan en U. Gümüş, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.A.
Dictum
Batenburg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 februari 2025.
De voorzitter en oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlasteleggingen
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10/173309-23
1
hij op of omstreeks 12 juli 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, op de openbare weg, te weten de Bovenstraat, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (elektrische)step, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- zich dreigend op te dringen aan die [slachtoffer 1] en/of
- een vuurwapen (gaspistool), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (dreigend) te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of
- ( vervolgens) dit vuurwapen althans dit voorwerp door te laden en/of
- aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen "tira, tira" en/of "hier met die step" en/of "geef mij die step, anders schiet ik", althans woorden van gelijke (dreigende) strekking en/of aard;
2
hij op of omstreeks 12 juli 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door
- zich dreigend op te dringen aan die [slachtoffer 1] en/of
- een vuurwapen (gaspistool), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (dreigend) te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of
- ( vervolgens) dit vuurwapen althans dit voorwerp door te laden en/of
- aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen "tira, tira", althans woorden van gelijke (dreigende) strekking en/of aard;
3
hij op of omstreeks 12 juli 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool van het merk Umarex, model Walther P22, kaliber 9MM P.A.K., en/of (daarbij) (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1, lid 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten vijf althans één knalpatro(o)n(en), kaliber 9MM P.A.K, voorhanden heeft gehad.
Parketnummer 10/364600-24
hij op of omstreeks 28 september 2024 te Rotterdam, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal in/tegen het gezicht te slaan.
Parketnummer 10/041065-23
hij op of omstreeks 10 februari 2023 te Rotterdam [slachtoffer 3] heeft mishandeld door op/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen.
Parketnummer 10/163703-23
1
hij op of omstreeks 30 januari 2023 te Rotterdam, openlijk, te weten, op/aan/rond(om) de Argonautenweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 4], door hem meermalen, althans eenmaal:
- tegen/op/in het gezicht, althans tegen/op het lichaam te slaan en/of stompen, ten gevolge waarvan hij ten val is gekomen, en/of
- ( vervolgens) tegen/op het hoofd, althans tegen/op het lichaam, te trappen en/of schoppen, en/of
- met een boksbeugel, althans een hard voorwerp, tegen/op het hoofd, althans tegen/op het lichaam, te slaan en/of stompen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 30 januari 2023 te Rotterdam
[slachtoffer 4] heeft mishandeld door hem meermalen, althans eenmaal:
- tegen/op/in het gezicht, althans tegen/op het lichaam te slaan en/of stompen, ten gevolge waarvan hij ten val is gekomen, en/of
- ( vervolgens) tegen/op het hoofd, althans tegen/op het lichaam, te trappen en/of schoppen, en/of
- met een boksbeugel, althans een hard voorwerp, tegen/op het hoofd, althans tegen/op het lichaam, te slaan en/of stompen;
2
hij op of omstreeks 30 januari 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 4] (via WhatsApp) dreigend de woorden toe te voegen "Walther P kanker 99 tegen je hoofd mattie" en/of "Als ik jouw kankervrouwtje pak he, ik ga dr kogels geven", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Dictum
Batenburg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 februari 2025.
De voorzitter en oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlasteleggingen
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10/173309-23
1
hij op of omstreeks 12 juli 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, op de openbare weg, te weten de Bovenstraat, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (elektrische)step, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- zich dreigend op te dringen aan die [slachtoffer 1] en/of
- een vuurwapen (gaspistool), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (dreigend) te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of
- ( vervolgens) dit vuurwapen althans dit voorwerp door te laden en/of
- aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen "tira, tira" en/of "hier met die step" en/of "geef mij die step, anders schiet ik", althans woorden van gelijke (dreigende) strekking en/of aard;
2
hij op of omstreeks 12 juli 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door
- zich dreigend op te dringen aan die [slachtoffer 1] en/of
- een vuurwapen (gaspistool), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (dreigend) te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of
- ( vervolgens) dit vuurwapen althans dit voorwerp door te laden en/of
- aan die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen "tira, tira", althans woorden van gelijke (dreigende) strekking en/of aard;
3
hij op of omstreeks 12 juli 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool van het merk Umarex, model Walther P22, kaliber 9MM P.A.K., en/of (daarbij) (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1, lid 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten vijf althans één knalpatro(o)n(en), kaliber 9MM P.A.K, voorhanden heeft gehad.
Parketnummer 10/364600-24
hij op of omstreeks 28 september 2024 te Rotterdam, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal in/tegen het gezicht te slaan.
Parketnummer 10/041065-23
hij op of omstreeks 10 februari 2023 te Rotterdam [slachtoffer 3] heeft mishandeld door op/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen.
Parketnummer 10/163703-23
1
hij op of omstreeks 30 januari 2023 te Rotterdam, openlijk, te weten, op/aan/rond(om) de Argonautenweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 4], door hem meermalen, althans eenmaal:
- tegen/op/in het gezicht, althans tegen/op het lichaam te slaan en/of stompen, ten gevolge waarvan hij ten val is gekomen, en/of
- ( vervolgens) tegen/op het hoofd, althans tegen/op het lichaam, te trappen en/of schoppen, en/of
- met een boksbeugel, althans een hard voorwerp, tegen/op het hoofd, althans tegen/op het lichaam, te slaan en/of stompen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 30 januari 2023 te Rotterdam
[slachtoffer 4] heeft mishandeld door hem meermalen, althans eenmaal:
- tegen/op/in het gezicht, althans tegen/op het lichaam te slaan en/of stompen, ten gevolge waarvan hij ten val is gekomen, en/of
- ( vervolgens) tegen/op het hoofd, althans tegen/op het lichaam, te trappen en/of schoppen, en/of
- met een boksbeugel, althans een hard voorwerp, tegen/op het hoofd, althans tegen/op het lichaam, te slaan en/of stompen;
2
hij op of omstreeks 30 januari 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 4] (via WhatsApp) dreigend de woorden toe te voegen "Walther P kanker 99 tegen je hoofd mattie" en/of "Als ik jouw kankervrouwtje pak he, ik ga dr kogels geven", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.