Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-01-26
ECLI:NL:RBROT:2024:899
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
871 tokens
=== VOLLEDIG ===
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 10699652 CV EXPL 23-25100
uitspraak: 26 januari 2024
rolbeslissing van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
bol.com B.V.,
vestigingsplaats: Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde01] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘bol.com’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
De Hoge Raad heeft op 12 november 2021 een uitspraak gedaan die voor deze zaak van belang is
. Kort samengevat heeft de Hoge Raad overwogen dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde informatieverplichtingen is voldaan en (2) dat als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting de rechter een sanctie moet toepassen.
De bestelknop
Op grond van artikel 6:230v lid 3 BW moet de handelaar zijn elektronische bestelproces zo inrichten dat de consument een aanbod pas kan aanvaarden nadat hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat de bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Als, zoals hier, het plaatsen van een bestelling inhoudt dat een knop of een soortgelijke functie moet worden aangeklikt, dient bij het plaatsen van de bestelling in niet voor misverstand vatbare termen en op goed leesbare wijze worden aangegeven dat de aanvaarding een verplichting inhoudt om de handelaar te betalen. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft beslist dat bij de beoordeling hiervan alleen rekening moet worden gehouden met de woorden op die knop of soortgelijke functie.
Een overeenkomst die in strijd hiermee tot stand komt, is op grond van artikel 6:230v lid 3 BW vernietigbaar.
Uit de door bol.com overgelegde stukken blijkt dat op de bestelknop op de website van bol.com de woorden ‘
Bestelling plaatsen
’ staan/stonden. Dit voldoet naar het oordeel van de kantonrechter niet aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW zoals hiervoor vermeld. De Hoge Raad heeft bepaald dat indien de rechter overweegt een overeenkomst ambtshalve (geheel of gedeeltelijk) te vernietigen, op grond van de beginselen van hoor en wederhoor de verschenen partij(en) in de gelegenheid moeten worden gesteld zich hierover uit te laten.
Gelet op het voorgaande dient [gedaagde01] zich uit te laten over de vraag of zij de overeenkomst op grond van artikel 6:230v lid 3 BW (gedeeltelijk) wil vernietigen. [gedaagde01] wordt echter uitdrukkelijk niet in de gelegenheid gesteld alsnog op de akte (uitlating tevens houdende akte vermindering van eis) van bol.com te reageren. Deze mogelijkheid heeft zij eerder gehad, maar daarvan heeft zij geen gebruik gemaakt.
Verder dient bol.com zich uit te laten over het voornemen van de rechter de overeenkomst (geheel of gedeeltelijk) te vernietigen.
De kantonrechter verwijst de zaak daarvoor naar de rolzitting van
dinsdag 27 februari 2024 om 11:30 uur
voor een reactie van beide partijen.
Als partijen schriftelijk reageren, dan moet die reactie uiterlijk de dag voor de genoemde rolzitting in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat deze partij naar de rolzitting komt.
Deze beslissing is gegeven door mr. B.J.R. van Tongeren uitgesproken ter openbare terechtzitting.
43416
HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677
HvJ EU 7 april 2022, ECLI:EU:C:2022:269
HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677