Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-08-20
ECLI:NL:RBROT:2024:8823
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
2,506 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11265073 VV EXPL 24-408
datum uitspraak: 20 augustus 2024
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser]
,
woonplaats: [woonplaats],
eiser,
gemachtigde: mr. R. Scheltes,
tegen
Stichting Wooncompas,
vestigingsplaats: Ridderkerk,
gedaagde,
gemachtigde: mr. E. de Ruiter.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘Wooncompas’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 16 augustus 2024, met producties 1 t/m 4;
de e-mail van de gemachtigde van [eiser] van 16 augustus 2024, met producties 5 en 6;
de e-mail van de gemachtigde van Wooncompas van 16 augustus 2024, met producties 1 en 2;
de e-mail van de gemachtigde van Wooncompas van 19 augustus 2024, met producties 3 en 4;
de spreekaantekeningen van de gemachtigde van Wooncompas.
1.2.
Op 19 augustus 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [eiser] en zijn geregistreerde partner, [naam 1] , bijgestaan door mr. I. Jansen. Namens Wooncompas was aanwezig [naam 2] , woonconsulente, bijgestaan door mr. E. de Ruiter.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eiser] huurt sinds 15 februari 2024 een woning van Wooncompas. Wooncompas heeft [eiser] op 17 juni 2024 in kort geding gedagvaard en ontruiming van de woning gevorderd. Volgens Wooncompas heeft [eiser] verkeerde informatie verstrekt bij het aangaan van de huurovereenkomst. De woning is gelegen in een 55+-complex en [eiser] zou alleen in de woning gaan wonen (hij is 57 jaar oud), maar nu blijkt – volgens Wooncompas – dat ook zijn geregistreerd partner en jonge kinderen, van 2 en 5 jaar oud, in de woning wonen. Omwonenden hebben daar last van. Wooncompas heeft de huurovereenkomst vernietigd.
2.2.
Op 27 juni 2024, bij het uitbrengen van de dagvaarding, stond [eiser] nog onder bewind. Tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding, op 5 juli 2024, was dat ook nog het geval. De bewindvoerder is niet in de procedure verschenen. [eiser] is wel op de zitting gekomen, maar omdat hij geen formele procespartij was, is op 12 juli 2024 een verstekvonnis gewezen. Daarbij is de ontruimingsvordering van Wooncompas toegewezen.
2.3.
Op 16 juli 2024 is het bewind geëindigd. Op 1 augustus 2024 is het verstekvonnis betekend door achterlating in een gesloten envelop. De ontruiming van de woning staat gepland op 21 augustus 2024.
2.4.
Op de zitting is besproken hoe de eis van [eiser] moet worden begrepen. De gemachtigde van [eiser] heeft bevestigd dat [eiser] schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis van 12 juli 2024 wil, tot het moment dat in de verzetprocedure zal zijn beslist. De kantonrechter wijst die eis toe, onder de voorwaarde dat [eiser] inderdaad tijdig het juiste rechtsmiddel tegen het verstekvonnis instelt.
Geen derdenverzet
2.5.
[eiser] stelt in de dagvaarding dat hij derdenverzet instelt tegen het verstekvonnis. [eiser] is echter geen derde als bedoeld in artikel 376 Rv. Hij is in het kort geding dat heeft geleid tot het vonnis van 12 juli 2024 (wettelijk) vertegenwoordigd door de bewindvoerder. Dat maakte de bewindvoerder de formele procespartij en [eiser] – zoals dit in de literatuur wordt aangeduid – de materiële procespartij. Op het moment dat er een einde kwam aan de bewindvoering, heeft [eiser] de positie van de bewindvoerder als procespartij ingenomen. Omdat [eiser] geen derde is, is hij niet-ontvankelijk in het derdenverzet.
Het beoordelingskader in het executieschil
2.6.
Het gaat hier om de tenuitvoerlegging van een vonnis waartegen naar het zich laat aanzien nog een voorziening open staat. Niet gebleken is dat de verzettermijn al is verstreken.
Beoordeling
2.7.
Dit executiegeschil betreft de tenuitvoerlegging van een vonnis waartegen nog een voorziening open staat. [eiser] kan immers nog verzet instellen tegen het vonnis. In het verstekvonnis is niet gemotiveerd waarom het uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Dit betekent dat de kantonrechter moet onderzoeken of sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het belang van [eiser] bij behoud van de bestaande toestand (dus dat hij het gehuurde kan blijven gebruiken) zolang in de (juiste) verzetprocedure niet is beslist, zwaarder weegt dan het belang van Wooncompas om wel (al) tot ontruiming over te gaan (zie HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2019, r.o. 5.5.3 en 5.6.2). Het voorgaande betekent dat de kantonrechter niet de beperktere toets als bedoeld in het arrest Ritzen / Hoekstra (HR 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575) hoeft toe te passen.
Belangenafweging
2.8.
Het belang van [eiser] bij zijn vordering is een gegeven. Bij ontruiming raakt hij immers zijn woning kwijt. Wooncompas heeft belang bij uitvoering van de ontruiming, met name omdat er door omwonenden wordt geklaagd over overlast die [eiser] en zijn gezin zouden veroorzaken.
2.9.
[eiser] – althans zijn geregistreerd partner – heeft op de zitting het nodige gezegd over de gang van zaken rondom het aangaan van de huurovereenkomst. Hij zegt dat hij heeft verteld dat hij de woning alleen gaat bewonen, dat zijn geregistreerde partner in een andere woning verblijft en dat zijn kinderen af en toe bij hem zullen verblijven. Ook zijn partner zal af en toe in de woning zijn. Op de zitting heeft de gemachtigde van [eiser] verteld dat de partner van [eiser] verwacht binnenkort naar Dinxperlo te verhuizen. [eiser] zegt dat hij de verhuurdersverklaring die hij had per e-mail aan Wooncompas heeft gestuurd en dat is bevestigd dat zijn stukken zijn ontvangen en op 7 februari 2024 goedgekeurd. Als dit allemaal klopt, dan kan dat gevolgen hebben voor de beslissing in de verzetprocedure. [eiser] heeft er belang bij en ook recht op dat zijn argumenten inhoudelijk kunnen worden beoordeeld. De kantonrechter vindt het in ieder geval niet zodanig waarschijnlijk dat de vernietiging van de huurovereenkomst in stand blijft dat van Wooncompas niet kan worden gevergd dat zij de uitkomst van de verzetprocedure afwacht. Dit geldt temeer nu het gaat om verzet tegen een kort geding vonnis en een uitspraak niet al te lang op zich zou moeten laten wachten.
2.10.
Gelet op het voorgaande valt de belangenafweging in het voordeel van [eiser] uit. Zijn vordering om de executie van het verstekvonnis te schorsen totdat in de verzetprocedure zal zijn beslist, wordt daarom toegewezen. Omdat het (juiste) verzet nog niet is ingesteld en Wooncompas er belang bij heeft dat er geen ‘open einde’ ontstaat, geldt de schorsing totdat in verzet zal zijn beslist of het moment waarop het verstekvonnis van 12 juli 2024 (om een andere reden) onherroepelijk wordt en vervalt de schorsing dus als [eiser] niet tijdig het juiste rechtsmiddel tegen het vonnis instelt.
2.11.
Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat het schorsen van de executie betekent dat [eiser] de woning kan blijven gebruiken, maar dat ook zijn verplichtingen als huurder onverkort blijven gelden. Voor zover er sprake is van de door Wooncompas gestelde overlast, zal [eiser] er vanzelfsprekend voor moeten zorgen dat die zich niet meer voordoet.
Geen dwangsom
2.12.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om een dwangsom te verbonden aan de schorsing van de executie. Uit niets blijkt dat Wooncompas niet van plan zou zijn om in strijd met de schorsing tot ontruiming over te gaan.
De proceskosten worden gecompenseerd
2.13.
Omdat partijen over en weer (on)gelijk krijgen, compenseert de kantonrechter de proceskosten. Dit betekent dat partijen allebei de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.14.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en dit uit de aard van de vordering volgt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde derdenverzet;
3.2.
schorst de executie van het vonnis van de kantonrechter (gewezen in de zaak met zaaknummer 111558809 VV EXPL 24-310) van 12 juli 2024, tot het moment waarop in verzet zal zijn beslist of het moment waarop het verstekvonnis (om een andere reden) onherroepelijk wordt;
3.3.
bepaalt dat voormelde schorsing vervalt – en dat de bevoegdheid van Wooncompas om tot executie van het vonnis over te gaan dus herleeft – als [eiser] niet tijdig het juiste rechtsmiddel heeft ingesteld tegen het vonnis van 12 juli 2024;
3.4.
compenseert de proceskosten zodat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
51909