Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-07-28
ECLI:NL:RBROT:2024:8271
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,799 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Jeugdrecht
Zaaknummer: C/10/683493 / JE RK 24-1692
Datum uitspraak: 28 juli 2024
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam 1]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam 2]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het mondelinge verzoek van de Raad van 28 juli 2024, gevolgd door het verzoekschrift met bijlagen van 29 juli 2024.
1.2.
Aan de ouders is in het kader van de pilot kosteloze rechtsbijstand als advocaat mr. G.R. Stolk aangewezen.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de ouders.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van drie maanden, met de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna te noemen de GI), tot uitvoerder. Tevens verzoekt de Raad een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het ziekenhuis voor de duur van drie maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Beoordeling
4.1.
Op grond van de informatie, zoals is gebleken uit het mondelinge verzoek, komt de kinderrechter tot het oordeel dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW)). De ouders hebben zich op 28 juli 2024 bij de huisartsenpost en vervolgens bij het Maasstad Ziekenhuis gemeld met [minderjarige] , waar een gebroken sleutelbeen, een striem en meerdere blauwe plekken bij hem werden vastgesteld. Ouders hadden 12 uur gewacht voordat zij een arts raadpleegden. Naar de oorzaken van de letsels moest onderzoek worden gedaan, maar ouders hebben voortijdig met hun zoon het ziekenhuis verlaten. Door tussenkomst van de Raad zijn ouders met [minderjarige] teruggekeerd in het ziekenhuis. Later op de avond wilden zij alsnog vertrekken, terwijl de noodzakelijke onderzoeken nog niet hadden plaatsgevonden.
4.2.
Op grond van vorenstaande is een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige] weg te nemen. [minderjarige] zal voorlopig onder toezicht worden gesteld voor de duur van drie maanden (artikel 1:257 BW).
4.3.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, BW). Er bestaat onduidelijkheid over (de oorzaken van) het letsel bij [minderjarige] . Ook is niet duidelijk waarom ouders zo lang gewacht hebben met naar een arts te gaan. Ter bescherming van [minderjarige] moet aanvullend onderzoek worden gedaan in het ziekenhuis. Doordat ouders zonder dat het onderzoek had plaats gehad het ziekenhuis hebben verlaten en – na terugkeer – aangaven opnieuw te willen vertrekken, is de verzochte machtiging noodzakelijk, opdat het nadere onderzoek kan worden gedaan en de uitslagen ervan kunnen worden afgewacht.
4.4.
Het verhoor van de belanghebbenden kan niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] .
4.5.
De Raad, de GI, de ouders en hun advocaat worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting. In afwachting van deze zitting zal de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing worden verleend voor de duur van vier weken. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden tot genoemde zitting.
Dictum
De kinderrechter:
5.1.
stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 28 juli 2024 tot 28 oktober 2024;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het ziekenhuis met ingang van 28 juli 2024 tot 25 augustus 2024;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de Raad, de GI, de ouders en hun advocaat op te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 1 augustus 2024 om 14:30 uur, om nader op het verzoek te worden gehoord;
5.5.
de zaak zal op laatstgenoemde datum, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A. Verweij, kinderrechter;
5.6.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de ouders en hun advocaat.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2024 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, en schriftelijk vastgesteld op 29 juli 2024 in tegenwoordigheid van mr. W.A. Graven als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.