Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-07-26
ECLI:NL:RBROT:2024:8175
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,688 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/683506 / JE RK 24-1693
Datum uitspraak: 26 juli 2024
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam 1]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. A.C. van 't Hek te Dordrecht.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam 2]
,
hierna te noemen de vader, wonende [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het mondelinge verzoek van 26 juli 2024 en;
- het schriftelijke verzoek met bijlagen van de GI van 29 juli 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 30 juli 2024.
1.2.
Aan de moeder is in het kader van de pilot kosteloze rechtsbijstand als advocaat
mr. A.C. van ‘t Hek aangewezen.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft met een machtiging tot uithuisplaatsing bij zijn vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft [minderjarige] bij beschikking van 15 maart 2024 onder toezicht gesteld tot 15 maart 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juni 2024 een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader zonder gezag tot 11 september 2024.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. Daarnaast verzoekt de GI een machtiging te verlenen om [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te plaatsen voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
4.1.
Op grond van de informatie, zoals weergegeven in het verzoek, komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst. Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . [minderjarige] is nu met een machtiging bij zijn (biologische) vader geplaatst. De spanningen zijn daar echter zo hoog opgelopen dat [minderjarige] daar niet kan blijven. De vader, de moeder en [minderjarige] zijn het daarover eens met elkaar. Ander netwerk is niet beschikbaar. Omdat er ondanks veel inspanningen door de GI geen (neutraal) pleeggezin binnen of buiten de regio voor [minderjarige] is gevonden, is er voor dit moment geen ander alternatief dan [minderjarige] op een crisisopvang te plaatsen. De GI zal zich inspannen om een geschikte vervolgplek voor [minderjarige] te vinden. De kinderrechter ziet daarom aanleiding om een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie jeugdhulpaanbieder mogelijk gevolgd door een plaatsing in een pleeggezin te verlenen.
4.2.
De GI, de moeder en mr. A.C. van ‘t Hek worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna vermelde zitting. In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken worden verleend.
Dictum
De kinderrechter:
5.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, mogelijk gevolgd door een plaatsing in een pleeggezin met ingang van 26 juli 2024 tot 23 augustus 2024;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
5.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de moeder en mr. A.C. van ’t Hek op te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling van de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, in het gerechtsgebouw aan Steegoversloot 36 te Dordrecht, op 6 augustus 2024 te 14:45 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
5.4.
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter;
5.5.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de moeder en mr. A.C. van ’t Hek;
5. gelast de oproeping van de vader als informant tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2024 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, en in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, op schrift gesteld op 30 juli 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.