Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-08-02
ECLI:NL:RBROT:2024:7182
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,153 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11051287 CV EXPL 24-10291
datum uitspraak: 2 augustus 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Infomedics B.V.,
vestigingsplaats: Almere,
eiseres,
gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] (gemeente [gemeente] ),
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Infomedics’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 9 april 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de repliek, met bijlagen;
de dupliek.
Beoordeling
2.1.
Infomedics stelt in de dagvaarding dat [gedaagde] € 38,20 aan tandartskosten niet heeft betaald. Zij vordert [gedaagde] ertoe te veroordelen dit alsnog te doen en hem in de kosten van deze zaak te veroordelen. Die kosten bestaan uit € 0,93 aan rente, € 40,00 aan incassokosten, € 113,54 aan dagvaardingskosten, € 130,00 aan griffierecht en € 80,00 aan salaris voor de gemachtigde van Infomedics, bij elkaar dus € 364,47.
2.2.
[gedaagde] heeft de tandartsrekening inmiddels betaald. Het gaat nu dus alleen nog om de kosten. De kantonrechter wijst de vordering van Infomedics [gedaagde] ertoe te veroordelen die kosten te betalen af. Dat [gedaagde] de € 38,20 waar het om ging niet eerder heeft betaald is namelijk het gevolg van het gebrek aan informatie van de kant van Infomedics en/of degene die namens haar facturen incasseert.
2.3.
[gedaagde] overlegt een brief van zijn vorige tandarts ( [naam tandarts 1] ) van 22 december 2022, waarin deze schrijft zijn praktijk na 35 jaar over te dragen aan een ander ( [naam tandarts 2] ). Er wordt in deze brief niets gezegd over een andere manier van factureren na de overdracht van de tandartspraktijk. In de factuur van Infomedics van 8 september 2023 komt de naam [naam tandarts 2] ook niet voor. De namen Infomedics en Dental Overschie staan op de factuur, maar uitleg over wat [gedaagde] met hen te maken heeft ontbreekt. [gedaagde] is op 22 december 2022 slechts geïnformeerd over overname van de praktijk door [naam tandarts 2] . De naam Dental Overschie is daarbij niet genoemd. [gedaagde] stelt onweersproken dat hij van zijn oude tandarts nooit een rekening kreeg voor een eigen bijdrage, zodat hij er ook niet op bedacht was dat hij na zijn bezoek aan de overnemende tandarts wel een rekening zou krijgen. Dat [gedaagde] , die al op leeftijd is (78 jaar), argwanend was toen hij een factuur ontving van het hem onbekende Infomedics en dacht met phishing/oplichters te maken te hebben, is niet verwonderlijk in de gegeven omstandigheden.
2.4.
[gedaagde] heeft nadat hij een aanmaning ontving op 7 februari 2024 nog een e-mail gestuurd aan Infomedics met een aantal vragen. Op die mail is op 15 maart 2024 weliswaar kort gereageerd door Centraal Medisch Incassobureau, maar wat de link is tussen [naam tandarts 2] , Dental Overschie, Infomedics en het Centraal Medisch Incassobureau wordt niet uitgelegd in die reactie. Tegen de achtergrond van wat hiervoor is overwogen had het op de weg gelegen van Infomedics om aan [gedaagde] , die om uitleg vroeg, (duidelijker) uit te leggen waarom zij een factuur aan [gedaagde] had gestuurd en waar deze over ging. Dat heeft zij onvoldoende gedaan en daarom blijven de kosten die zij heeft gemaakt voor eigen rekening.
2.5.
De vergoeding van € 200,00 waar [gedaagde] zelf om vraagt is niet toewijsbaar. De kantonrechter begrijpt dat de kwestie heel vervelend was voor [gedaagde] en zijn vrouw, maar de zaak is met dit vonnis opgelost. Infomedics kan ook niet in hoger beroep dus het is nu klaar. Het ging om een onbetaalde factuur, waarover bij [gedaagde] om begrijpelijke redenen onduidelijkheid is ontstaan, zoals hiervoor is uitgelegd, maar er was wel sprake van een terechte factuur, die [gedaagde] pas heeft betaald nadat hij was gedagvaard. Daarom heeft [gedaagde] geen recht op een vergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de vorderingen af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.
686