Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-07-17
ECLI:NL:RBROT:2024:6746
Civiel recht
Kort geding
1,423 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11097126 VV EXPL 24-250
datum uitspraak: 17 juli 2024
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
EURION SCPI,
vestigingsplaats: Parijs (Frankrijk),
eiseres,
gemachtigde: mr. J.A. le Clercq,
tegen
1ENTRPNR FINANCE B.V.,
2. ENTRPNR GROUP B.V.,
statutaire vestigingsplaats: Harderwijk,
gedaagden,
die niet zijn verschenen.
De partijen worden hierna ‘Eurion’, ‘Entrpnr Finance’ en ‘Entrpnr Group’ genoemd. Entrpnr Finance en Entrpnr Group worden hierna samen ‘Entrpnr c.s.’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 28 juni 2024, met bijlagen 1 tot en met 10;
de mondelinge behandeling op 10 juli 2024.
Beoordeling
2.1.
De kantonrechter verleent verstek tegen Entrpnr c.s. Entrpnr c.s. zijn namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij de oproeping van Entrpnr c.s. in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels in acht zijn genomen.
2.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van Eurion in de dagvaarding en tijdens de mondelinge behandeling volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis lijkt niet onrechtmatig of ongegrond en wordt daarom toegewezen (artikel 139 Rv), met inachtneming van het volgende.
2.3.
Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst wordt ontbonden. Er is namelijk een huurachterstand van ongeveer zeventien maanden. Verder heeft Eurion haar stelling dat Entrpnr c.s. een gedeelte van het gehuurde onbevoegd aan een derde in gebruik hebben gegeven voldoende aannemelijk gemaakt. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding en Entrpnr Finance te veroordelen om het gehuurde te ontruimen. De ontruimingstermijn wordt gesteld op twee weken na betekening van dit vonnis. Verder moeten Entrpnr c.s. de huurachterstand van € 251.683,25 berekend tot en met de maand juni 2024, de contractuele boetes van in totaal € 313.104,38 en de toekomstige huurtermijnen tot en met de dag van ontruiming betalen.
2.4.
De eis van Eurion om de op dit moment bestaande huurachterstand te vermeerderen met € 300,00 voor iedere maand dat Entrpnr c.s. de huurachterstand na het wijzen van dit vonnis niet betalen, wordt afgewezen. Eurion heeft namelijk niet toegelicht waarom zij daar – naast betaling van de ook door haar geëiste contractuele boetes over die huurachterstand – recht op heeft. Ook de eis van Eurion om de contractuele boetes te vermeerderen met € 843,03 per dag ter zake van de onbevoegde onderhuur tot aan de dag van ontruiming wordt afgewezen, omdat op dit moment niet kan worden vastgesteld tot wanneer Entrpnr c.s. het gehuurde precies onbevoegd aan derden in gebruik geven. Verder wordt de eis van Eurion om aan de veroordeling tot ontruiming een dwangsom te verbinden ook afgewezen. Eurion kan met deze uitspraak namelijk zelf een gedwongen ontruiming laten uitvoeren. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die het nodig maken dat er daarnaast een extra prikkel voor Entrpnr Finance moet zijn om het gehuurde te ontruimen. Tot slot wordt de veroordeling tot betaling van de toekomstige huurtermijnen beperkt tot en met de dag van de ontruiming (artikel 7:225 BW). Eurion heeft niet uitgelegd waarom Entrpnr c.s. een vergoeding moeten betalen voor de rest van de maand.
2.5.
Entrpnr c.s. moeten de proceskosten betalen, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Eurion op € 112,37 aan dagvaardingskosten, € 1.409,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 2.199,37. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Eurion dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Entrpnr c.s. hoofdelijk om aan Eurion te betalen € 564.787,63 aan huurachterstand en contractuele boetes;
3.2.
veroordeelt Entrpnr Finance om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde aan het adres [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege Entrpnr c.s. bevinden en het gehuurde met alle sleutels en conform artikel 11.3 van de huurovereenkomst ter beschikking van Eurion te stellen;
3.3.
veroordeelt Entrpnr c.s. hoofdelijk om aan Eurion te betalen € 15.054,35 met ingang van de maand juli 2024 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt;
3.4.
veroordeelt Entrpnr c.s. in de proceskosten, die aan de kant van Eurion worden begroot op € 2.199,37;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken.
38671