Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-06-25
ECLI:NL:RBROT:2024:6335
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
1,199 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11081215 VV EXPL 24-236
datum uitspraak: 25 juni 2024
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonstad Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. R. van der Hoeff,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagden,
die niet zijn verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 3 juni 2024, met bijlagen.
1.2.
Op 11 juni 2024 is de zaak tijdens een zitting met mr. R. van der Hoeff besproken. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn niet verschenen. Tegen hen is verstek verleend.
Beoordeling
Waar gaat het om?
2.1.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] huren een woning van Woonstad. Woonstad wil binnenkort deze woning slopen en er andere woningen voor in de plaats bouwen. Ze heeft daarom de huurovereenkomst opgezegd. Woonstad eist dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld om de woning te ontruimen.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten de woning uiterlijk 31 juli 2024 ontruimen
2.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van Woonstad volgt dat deze spoed aanwezig is.
2.3.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld om de woning te ontruimen. Deze eis lijkt namelijk niet onrechtmatig of ongegrond (artikel 139 Rv). Het is voldoende aannemelijk dat de kantonrechter in een gewone procedure een tijdstip zal vaststellen waarop de huurovereenkomst zal eindigen. Dat komt omdat Woonstad concrete en onderbouwde renovatieplannen heeft, er andere passende woonruimte beschikbaar is voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en zij een verhuiskostenvergoeding krijgen (artikel 7:272-274 BW). Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op dit oordeel en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen de woning te ontruimen.
2.4.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten de woning op 31 juli 2024 ontruimen. Op 3 januari 2024 heeft Woonstad namelijk aan hen allebei een brief gestuurd waarin zij de huurovereenkomst heeft opgezegd (artikel 7:271 lid 3 BW). De daarin genoemde opzegtermijn van minder dan vijf maanden is echter te kort. Omdat [gedaagde 1] de woning al sinds 2012 huurt is de opzegtermijn zes maanden (artikel 7:271 lid 5 onder b BW). Dat betekent dat Woonstad pas per 1 augustus 2024 mocht opzeggen. De opzegging geldt dus per die datum (artikel 7:271 lid 6 BW).
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] moet de proceskosten betalen
2.5.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] moet de proceskosten betalen, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). Zij zijn daarvoor hoofdelijk aansprakelijk (artikel 6:7 BW). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Woonstad op € 137,47 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 945,47. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard , omdat Woonstad dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , ieder afzonderlijk, om de woning aan de [adres] ( [postcode] ) in Rotterdam uiterlijk op 31 juli 2024 te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege hen bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonstad te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 945,47;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
33394
Hoge Raad 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1942