Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-06-14
ECLI:NL:RBROT:2024:6016
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
1,158 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10922719 VZ VERZ 24-1049
datum uitspraak: 14 juni 2024
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster]
,
wonende te [woonplaats 1],
verzoekster,
gemachtigde: [naam 1] (Letsellijn Personenschade),
tegen
[verweerster]
,
gevestigd te [woonplaats 2],
verweerster,
vertegenwoordigd door [naam 2].
Partijen worden hierna ‘[verzoekster]’ en ‘[verweerster]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift (ontvangen op 7 februari 2024), met bijlagen;
het verweerschrift, met bijlagen.
1.2.
Op 13 juni 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [verzoekster] aanwezig, bijgestaan door [naam 1]. Namens [verweerster] was aanwezig [naam 3] als gemachtigde. Bij aanvang van de zitting was ook [naam 4] aanwezig, maar hij heeft de zittingszaal verlaten voordat met de inhoudelijke behandeling van het verzoek is begonnen.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[verzoekster] stelt dat zij, tijdens een bezoek aan het restaurant van [verweerster], thee uit een thermoskan heeft willen schenken en dat daarbij de thermoskan uit elkaar is gevallen, waardoor de hete thee op haar bovenbenen en rechterhand terecht is gekomen. [verzoekster] heeft [verweerster] aansprakelijk gesteld voor de schade die zij ten gevolge van het voorval heeft geleden. Om de exacte toedracht van het ongeval te bewijzen heeft [verzoekster] verzocht om een voorlopig getuigenverhoor als bedoeld in artikel 186 Rv te houden, waarbij dan in elk geval [naam 5] en [naam 6] gehoord kunnen worden. Tijdens de zitting is gebleken dat [verzoekster] bij dat getuigenverhoor ook zelf een verklaring wil afleggen.
2.2.
[verweerster] heeft ter zitting te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Daarbij heeft zij aangegeven dat zij bij het getuigenverhoor ook [naam 4], leidinggevende bij [verweerster], wil laten horen.
De kantonrechter wijst het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor toe
2.3.
Omdat [verweerster] geen bezwaar heeft tegen het houden van een voorlopig getuigenverhoor en het verzoek van [verzoekster] voor het overige aan de wettelijke eisen voor toewijzing voldoet, wijst de kantonrechter het verzoek toe en zal een datum worden bepaald voor het voorlopig getuigenverhoor.
2.4.
Bij het plannen van het getuigenverhoor wil de kantonrechter zoveel mogelijk rekening houden met de agenda van de partijen en de getuigen. Uit praktische overwegingen verdient het aanbeveling dat een datum wordt gekozen waarop alle getuigen aanwezig kunnen zijn. Daarom wordt nu eerst gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de komende maanden de partijen en de getuigen echt niet naar een zitting kunnen komen. Ook wil de kantonrechter graag de e-mailadressen van partijen ontvangen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst het verzoek toe;
3.2.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op een nader te bepalen datum en tijdstip in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100/125 in Rotterdam, ten overstaan van de hierna te noemen kantonrechter;
3.3.
bepaalt dat partijen uiterlijk op vrijdag 28 juni 2024:
moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden juli, augustus en september 2024 zij en de getuige(n) echt niet naar een zitting kunnen komen;
hun e-mailadres moeten opgeven;
3.4.
bepaalt dat partijen zelf moeten zorgen voor het deugdelijk oproepen van de te horen getuigen, waarbij het aanbeveling verdient dat de getuigen worden opgeroepen met tussenpauzes van 45 minuten, aangezien de wet voorschrijft dat de kantonrechter de getuigen buiten elkaars aanwezigheid hoort en de kantonrechter gemiddeld genomen 30 tot 45 minuten bezig is met horen van elke getuige.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
44487