Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-06-20
ECLI:NL:RBROT:2024:5760
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,799 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/5942
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 juni 2024 in de zaak tussen
[verzoekster], uit [plaatsnaam], verzoekster
(gemachtigde: mr. M.P.V. den Engelsman),
en
de burgemeester van Voorne aan Zee
(gemachtigde: mr. L.J. Bel).
Inleiding
1. De burgemeester heeft op 14 juni 2024 besloten om de exploitatievergunning van [verzoekster] per direct in te trekken voor twee weken, vanwege het aantreffen van een handelshoeveelheid verdovende middelen. De burgemeester heeft dit besluit op 19 juni 2024 op schrift gesteld. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster, [naam 1] en [naam 2] (beiden namens verzoekster) en de gemachtigde van de burgemeester.
Beoordeling
3. Verzoekster exploiteert een horeca-inrichting op het adres [adres] (het café).
4. De politie heeft in 2023 en 2024 meerdere signalen ontvangen over handel in verdovende middelen vanuit het café. De politie heeft nader onderzoek verricht naar deze informatie. Zo zijn er observaties verricht. Tijdens deze observaties is gezien dat werknemers van verzoekster bewegingen maakten vanuit het café die passen bij de handel in verdovende middelen. Op 14 juni 2024 heeft de politie een instap gedaan. Tijdens een doorzoeking van het café heeft de politie 38,9 gram MDMA, 38,7 gram cocaïne, 1.100,9 gram hasj en 19,93 gram hennep aangetroffen. Het merendeel van deze verdovende middelen is aangetroffen in de keuken van het café: in een schoudertas, tas en jas van twee medewerkers van het café en een derde persoon. Een klein gedeelte van de verdovende middelen is aangetroffen bij vier bezoekers van het café. Dit blijkt uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 18 juni 2024.
5. De burgemeester heeft besloten om de exploitatievergunning van verzoekster in te trekken vanaf 14 juni 2024 voor de duur van twee weken. Dit betekent dat het café op dit moment gesloten is. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat het café zo snel mogelijk weer open kan.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Heeft verzoekster een spoedeisend belang?
7. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
8. Het café is vooralsnog voor twee weken gesloten. De eigenaren hebben tijdens de zitting verklaard dat zij een vergunning hebben voor een muziekfeest op 21 juni 2024 en dit kan door het bestreden besluit niet doorgaan. Daarnaast wordt het terrasweer en wordt op dit moment het EK voetbal gespeeld. De extra inkomsten die zij hiermee kunnen genereren, lopen zij door de sluiting mis. De voorzieningenrechter ziet hierin een voldoende spoedeisend belang voor een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
Waarom wordt het verzoek afgewezen?
9. De burgemeester stelt dat een exploitatievergunning als doel heeft om grip te houden op de woon- en leefsituatie en de openbare orde in de omgeving van een horeca-inrichting. In dit geval zijn de veiligheid en de openbare orde aangetast door de handel in verdovende middelen vanuit het café. Er is een grote hoeveelheid hard- en softdrugs aangetroffen in de keuken van het café en bij de handel waren in ieder geval twee werknemers van verzoekster betrokken. De voorzieningenrechter vindt dat dit voldoende is om de tijdelijke intrekking van de exploitatievergunning op te baseren. Er zijn al langere tijd (in 2023 en 2024) door de politie signalen ontvangen over het café. Het gaat om grote hoeveelheden verschillende soorten drugs, waarin gehandeld werd vanuit het café, door werknemers van het café en bij vier bezoekers van het café is ook hard- en softdrugs aangetroffen. Exploitanten van een horeca-inrichting zijn verantwoordelijk voor het reilen en zeilen binnen die inrichting en moeten er op toezien dat de inrichting conform de vergunning wordt geëxploiteerd. De voorzieningenrechter heeft acht heeft geslagen op de stelling van de eigenaren dat zij de twee werknemers destijds met de beste bedoelingen hebben aangenomen, dat door omstandigheden de afgelopen maanden toezicht op hen wat tekort is geschoten en dat het café al twintig jaar zonder problemen wordt geëxploiteerd. Ook begrijpt de voorzieningenrechter dat een sluiting van twee weken, zeker nu, een grote impact heeft op de bedrijfsvoering van verzoekster. Ondanks dat is zij van oordeel dat, mede gelet op de korte duur van de maatregel (twee weken), de burgemeester het algemeen belang op dit moment zwaarder heeft mogen wegen dan de belangen van verzoekster.
10. Tijdens de zitting is gebleken dat de burgemeester van plan is om het café voor zes maanden te sluiten op grond van de Opiumwet. De besluitvorming hierover bevindt nog in de voorbereidende fase en de voorzieningenrechter kan hier dus nog geen oordeel over geven omdat er door de burgemeester nog geen besluit is genomen. De eigenaren hebben aangevoerd dat zij de twee werknemers ontslaan en dat de derde persoon niet meer welkom is in het café. Daarnaast gaan zij maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat dit niet nog een keer gebeurd. De eigenaren kunnen deze zaken aanvoeren in het zienswijzegesprek dat volgende week plaatsvindt, zodat de burgemeester dit kan meewegen in zijn beoordeling.
Conclusie
11. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het café voorlopig niet geëxploiteerd mag worden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.V. van Baaren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.