Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-01-11
ECLI:NL:RBROT:2024:575
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Wraking
702 tokens
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[naam verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
de verschoningskamer in de rechtbank Rotterdam.
Procesverloop
1.1.
De meervoudige kamer voor de behandeling van verzoeken om verschoning heeft op 20 februari 2020 een beslissing gegeven ten aanzien van het verzoek van rechter
mr. [naam] om zich te mogen verschonen in een zaak van verzoeker. Die verschoningsprocedure heeft als kenmerk 591516 / HA RK 20-146.
1.2.
Per e-mailbericht van 27 december 2023 heeft verzoeker verzocht voormelde beslissing online te publiceren en hem het ECLI-nummer door te geven.
1.3.
Per e-mailbericht van 4 januari 2024 te 13.05 uur heeft de algemeen secretaris van de wrakings- en verschoningskamer in deze rechtbank namens de verschoningskamer aan verzoeker meegedeeld dat zijn verzoek niet wordt ingewilligd.
1.4.
Per e-mail van 4 januari 2024 te 13.08 uur heeft verzoeker de verschoningskamer in deze rechtbank gewraakt.
2De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1.
Op grond van de wet – meer in het bijzonder artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht – kan alleen de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt. Het verzoek heeft echter geen betrekking op een rechter die met de behandeling van enige zaak van verzoeker belast is. Een verzoek van een voormalige procespartij tot het publiceren van enige in zijn zaak genomen beslissing, alsmede de afwijzende beslissing op een dergelijk verzoek, vormen niet een zaak als in voormelde wettelijke bepalingen wordt bedoeld en de verschoningszaak is geëindigd met de beslissing van 20 februari 2020.
2.2.
Verzoeker is dus kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de verschoningskamer in deze rechtbank.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de verschoningskamer in deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, mr. dr. P.G.J. van den Berg en mr. A. Buizer, rechters, in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.