Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-01-19
ECLI:NL:RBROT:2024:525
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,049 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10753694 CV EXPL 23-28169
datum uitspraak: 19 januari 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Sint Franciscus Vlietland Groep,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigden: gerechtsdeurwaarder C.A. van Houwelingen en gerechtsdeurwaarder B. van der Heijden,
tegen
[gedaagde01] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘SFVG’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 10 oktober 2023, met bijlagen;
het antwoord;
de repliek, met bijlagen;
de dupliek.
Beoordeling
Waar gaat het om?
2.1.
In 2020 en 2021 heeft SFVG zorg verleend aan [gedaagde01] vanwege haar zwangerschap en bevalling. De kosten daarvan komen volledig voor rekening van [gedaagde01] , omdat zij toen geen zorgverzekering had. [gedaagde01] heeft de facturen van SFVG echter niet betaald. Partijen hebben een betalingsregeling getroffen, maar die is komen te vervallen omdat [gedaagde01] vroegtijdig is gestopt met betalen. SFVG eist in deze procedure betaling van € 7.352,13 (aan hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten) met rente en een proceskostenveroordeling van [gedaagde01] .
2.2.
[gedaagde01] heeft de eis van SFVG erkend. Zij voert wel aan dat zij de aanmaningen van SFVG niet op haar nieuwe adres heeft ontvangen. [gedaagde01] wil graag een nieuwe betalingsregeling treffen.
De uitkomst
2.3.
De eis van SFVG wordt volledig toegewezen. Dat betekent dat [gedaagde01] nog een bedrag aan SFVG moet betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Persoonlijke omstandigheden hebben geen gevolgen voor de betalingsverplichting van [gedaagde01]
2.4.
Bij repliek heeft SFVG gereageerd op het antwoord van [gedaagde01] . Met betrekking tot de ontvangst van de aanmaningen wijst SFVG op diverse e-mails die zij naar [gedaagde01] heeft gestuurd. Verder voert SFVG aan dat de brieven zijn verstuurd naar het adres waarop [gedaagde01] op dat moment stond ingeschreven in de BRP.
2.5.
Bij dupliek heeft [gedaagde01] deze stellingen van SFVG niet betwist. Dat zij vanwege haar persoonlijke situatie geen toegang had tot haar e-mails en post, is een omstandigheid die voor haar risico komt. De betalingsverplichting van [gedaagde01] jegens SFVG is in stand gebleven. Daarom moet zij de geëiste hoofdsom nog aan SFVG betalen.
2.6.
De incassokosten van € 879,80 (inclusief btw) worden eveneens toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
2.7.
Ook de rente wordt toegewezen, omdat SFVG genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling opleggen
2.8.
[gedaagde01] heeft verzocht om een betalingsregeling, maar de kantonrechter kan aan partijen geen betalingsregeling opleggen. Het is aan partijen om – indien gewenst – zelf afspraken daarover te maken.
Proceskosten
2.9.
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van SFVG tot vandaag vast op € 130,48 aan dagvaardingskosten, € 514,00 aan griffierecht, € 660,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 330,00) en € 132,00 aan nakosten (½ punt × € 330,00 met een maximum van € 132,00). Dit is totaal € 1.436,48. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan SFVG te betalen € 7.352,13 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 7.042,18 vanaf 2 oktober 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van SFVG tot vandaag worden vastgesteld op € 1.436,48;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
43416