Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-01-05
ECLI:NL:RBROT:2024:516
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
435 tokens
=== VOLLEDIG ===
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10823378 CV EXPL 23-32226
datum uitspraak: 5 januari 2024
Rolbeslissing van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiser,
gemachtigde: mr. L.J. Witvliet,
tegen
[gedaagde01] ,
woonplaats: [woonplaats02] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
Op 27 november 2023 is namens [eiser01] een dagvaarding uitgebracht aan [gedaagde01] . Namens [gedaagde01] heeft zijn zus, [naam01] , per e-mail van 3 december 2023 verzocht om zes maanden uitstel om te reageren op de eis van [eiser01] , omdat [gedaagde01] herstellende is van een beroerte. [eiser01] heeft aangegeven daarmee niet akkoord te gaan.
In deze stand van het geding dient eerst beslist te worden op het uitstelverzoek van [gedaagde01] .
De kantonrechter stelt vast dat van een eiser in zijn algemeenheid niet kan worden verwacht langdurig uitstel te verlenen. Anderzijds staat niet ter discussie dat [gedaagde01] herstellende is na een beroerte. In de gegeven omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding om [gedaagde01] uitstel te verlenen tot de rolzitting van
donderdag 4 maart 2024
om
11:30 uur
voor het indienen van zijn reactie op de dagvaarding. Nader uitstel zal niet worden verleend, tenzij beide partijen daarom verzoeken.
Als [gedaagde01] schriftelijk reageert, dan moet die reactie uiterlijk de dag voor de genoemde rolzitting in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat [gedaagde01] naar de rolzitting komt.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
43416