Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-02-16
ECLI:NL:RBROT:2024:4273
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,191 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team handel en haven
zaaknummer: 10/673548 HA RK 24-121
Beschikking van 16 februari 2024
in de zaak van:
[verzoekster]
,
woonplaats: Barendrecht,
verzoekster,
advocaat: mr. I. Jonker.
Belanghebbende:
[belanghebbende]
,
woonplaats: Barendrecht.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit het volgende processtuk:
- het verzoekschrift, ontvangen op 8 februari 2024, met bijlagen.
1.2.
De rechtbank heeft op verzoek van verzoekster besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.
Feiten
2.1.
Op [datum] is overleden de echtgenoot van verzoekster, [naam 1] (hierna: overledene). De laatste woonplaats van overledene was Barendrecht. Belanghebbende is de zoon van erflater uit een eerder huwelijk.
2.2.
Overledene heeft bij testament van 6 februari 2023 verzoekster tot enig erfgenaam benoemd en aan [naam 2] alle aandelen in het kapitaal van de holding [naam bedrijf 1] gelegateerd. Verzoekster is ook tot executeur benoemd.
2.3.
Verzoekster heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. Door de beneficiaire aanvaarding is haar taak als executeur geëindigd (artikel 4:149 lid 1 BW). Niet kan worden aangetoond dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen. Dit betekent dat de nalatenschap moet worden vereffend.
2.4.
Belanghebbende heeft op 2 februari 2024 verklaard in te kunnen stemmen met de benoeming van [naam 3] tot vereffenaar.
3Het verzoek
3.1.
Verzoekster vraagt de rechtbank om [naam 3], verbonden aan [naam bedrijf 2], te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap van de overledene.
3.2.
Aan het verzoek heeft verzoekster ten grondslag gelegd dat zij niet de expertise in huis heeft om de ingewikkelde nalatenschap te vereffenen. Het is volgens verzoekster onbekend wat de omvang van de bezittingen en schulden van de overledene is. Er moet nader onderzoek worden gedaan naar de (mogelijke) schuldeisers. Benoeming van een professionele vereffenaar is volgens verzoekster dan ook gewenst.
Beoordeling
4.1.
Overledene woonde op het moment dat hij overleed in Barendrecht. Gelet op deze woonplaats is de rechtbank Rotterdam, op grond van artikel 268 lid 1 Rv, bevoegd om van dit verzoek kennis te nemen.
4.2.
Het feit dat de nalatenschap beneficiair is aanvaard, brengt mee dat de nalatenschap op de wettelijk voorgeschreven wijze zal moeten worden vereffend.
Op grond van artikel 4:203 lid 1 onder a BW kan de rechtbank op verzoek van een erfgenaam een vereffenaar benoemen. Aan deze voorwaarde is voldaan.
4.3.
Voorgesteld wordt [naam 3] te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap.
4.4.
De rechtbank stelt vast dat voldoende is komen vast te staan dat – gelet op de gestelde feiten en omstandigheden – gebleken is van een belang bij de benoeming van een professionele vereffenaar. Een door de rechtbank benoemde professionele vereffenaar kan de rechten van de nalatenschap waarborgen. Het verzoek wordt daarom toegewezen. De rechtbank zal [naam 3], die volgens de verklaring van 7 februari 2024, bereid en in staat is om als vereffenaar op te treden, benoemen tot vereffenaar. De vereffenaar moet de benoeming bekend maken in de (digitale) Staatscourant.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
benoemt [naam 3], verbonden aan [naam bedrijf 2], kantoorhoudende te [adres] (postadres: [postadres]), tot vereffenaar in de nalatenschap van:
[naam 1]
, geboren op [geboortedatum] te [plaatsnaam] en overleden op [datum];
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
verzoekt de griffier de benoeming in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op de voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW;
5.4.
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Rotterdam op de hoogte te stellen van deze benoeming;
5.5.
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de (digitale) Staatscourant.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.
3092