Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-03-01
ECLI:NL:RBROT:2024:2593
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,208 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10823532 CV EXPL 23-32257
datum uitspraak: 1 maart 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,
vestigingsplaats: Leiden,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 27 november 2023, met bijlagen;
het antwoord met een bijlage;
de repliek, met bijlagen.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] had in 2023 een zorgverzekering bij Zilveren Kruis. Zilveren Kruis heeft middels twee facturen € 385,- in totaal aan eigen risico bij [gedaagde] in rekening gebracht. Zij eist in deze procedure betaling van dit bedrag met bijkomende kosten, omdat [gedaagde] ondanks meerdere herinneringen de facturen volgens haar niet heeft betaald.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de eis, omdat zijn zus op 25 oktober 2023 namens hem € 441,85 aan Zilveren Kruis heeft betaald met daarbij de omschrijving ‘ [naam omschrijving] ’.
2.3.
Zilveren Kruis heeft gereageerd op het antwoord van [gedaagde] . Zij voert aan dat zij inderdaad € 441,85 van [gedaagde] heeft ontvangen, maar deze betaling ziet op de premie basisverzekering voor de maanden augustus tot en met oktober 2023 en niet op het eigen risico. De omschrijving bij de betaling is gelijk aan het betaalkenmerk op de betalingsherinnering voor voornoemde zorgpremies en is daarom niet afgeboekt op het verschuldigde eigen risico. [gedaagde] moet daarom wel degelijk nog een bedrag aan haar betalen, aldus Zilveren Kruis.
2.4.
[gedaagde] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet meer gereageerd op de nadere stellingen van Zilveren Kruis.
De uitkomst
2.5.
De eis van Zilveren Kruis wordt toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Eigen risico 2023 moet nog worden betaald
2.6.
De hoofdsom van € 385,- wordt toegewezen. De kantonrechter gaat uit van de juistheid van de bij repliek ingenomen stelling van Zilveren Kruis dat de betaling van [gedaagde] betrekking heeft op de zorgpremies voor de maanden augustus tot en met oktober 2023, omdat [gedaagde] op die stelling niet meer heeft gereageerd. In deze zaak staat daarom vast dat [gedaagde] het eigen risico over het jaar 2023 niet heeft betaald. Hij moet dit alsnog doen.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.7.
De incassokosten van € 69,88 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
Rente
2.8.
De rente wordt toegewezen, omdat Zilveren Kruis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.9.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Zilveren Kruis op € 130,48 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 463,48. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen € 461,73 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 385,- vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Zilveren Kruis worden begroot op € 463,48;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
43416