Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-03-01
ECLI:NL:RBROT:2024:2585
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,595 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10810886 CV EXPL 23-31361
datum uitspraak: 1 maart 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] .
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 25 oktober 2023, met bijlagen;
het antwoord;
de e-mail van [gedaagde] , met bijlagen;
de repliek.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt de woning aan de [adres] in Rotterdam van [eiseres] . De huur is nu € 1.550,29 per maand. Er is een huurachterstand ontstaan. [eiseres] eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt, dat de rechter de huurovereenkomst ontbindt en dat de woning wordt ontruimd.
2.2.
[gedaagde] erkent bij antwoord dat er een huurachterstand is ontstaan, die volgens hem inmiddels volledig is afgelost. Hij heeft betaalbewijzen overgelegd waaruit blijkt dat hij op 24 oktober, 30 oktober en 29 november 2023 diverse betalingen zou hebben gedaan. Voor de bijkomende kosten wil hij een betalingsregeling treffen.
2.3.
[eiseres] betwist bij repliek de ontvangst van de gestelde betalingen op 29 november 2023. Volgens haar zijn de betaalbewijzen van deze datum vervalst en is de huurachterstand opgelopen. [eiseres] is onder voorwaarden bereid een betalingsregeling te treffen.
2.4.
[gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden mogelijkheid mondeling of schriftelijk te reageren op de nadere stellingen van [eiseres] .
De uitkomst
2.5.
De kantonrechter neemt in dit stadium van de procedure nog geen beslissing over de eis. Hierna wordt toegelicht waarom.
Ambtshalve toetsen of sprake is van oneerlijke bepalingen
2.6.
Omdat [gedaagde] als huurder een consument is en [eiseres] als verhuurder wordt aangemerkt als handelaar, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of sprake is van oneerlijke en dus onredelijk bezwarende bepalingen in de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene bepalingen die aan toewijzing van de eis in de weg staan.
2.7.
Een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld wordt als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort (artikel 3.1 van Richtlijn 93/13/EEG). Bij de beoordeling daarvan moeten alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst worden meegewogen.
2.8.
In artikel 5.2 van de huurovereenkomst is opgenomen dat de huurprijs jaarlijks wordt aangepast volgens artikel 16 van de algemene bepalingen en dat bovenop en gelijktijdig met de jaarlijkse aanpassing op grond van artikel 16 van de algemene bepalingen de verhuurder het recht heeft om de huurprijs te verhogen met maximaal 5%. Artikel 16 van de algemene bepalingen bepaalt dat de jaarlijkse huurprijswijziging plaatsvindt op basis van het maandprijsindexcijfer volgens de consumentenprijsindex (CPI), reeks alle huishoudens (2015=100), gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze artikelen vormen samen een huurprijswijzigingsbeding op grond waarvan [eiseres] het recht heeft om jaarlijks de huur te verhogen met CPI + 5%.
2.9.
Een wijzigingsbepaling op grond waarvan de huurprijs wordt verhoogd overeenkomstig de consumentenprijsindex plus een extra opslag hoger dan 1% of met een vast percentage van meer dan 3% per jaar, acht de kantonrechter voorlopig onredelijk bezwarend. De kantonrechter is daarom voorlopig van oordeel dat de huurprijswijzigingsregeling in deze zaak onredelijk bezwarend is. Als [eiseres] vindt dat de wijzigingsbepaling in deze zaak niet onredelijk bezwarend is, dan dient zij met name uit te leggen waarom de tussen partijen afgesproken wijzigingsbepaling hier gerechtvaardigd is.
2.10.
De kantonrechter is verder voorlopig van oordeel dat een onredelijk bezwarende wijzigingsbepaling tot gevolg heeft dat de laatste afgesproken huurprijs (zonder wijzigingen) geldt. [eiseres] mag zich ook hierover nog uitlaten. Zij mag zich er ook over uitlaten welke gevolgen dat volgens haar zou hebben voor deze zaak.
2.11.
De kantonrechter stelt [eiseres] in de gelegenheid om zich bij akte uit te laten over voornoemde punten met betrekking tot het huurprijswijzigingsbeding. De zaak wordt daartoe verwezen naar de rolzitting van donderdag om 28 maart 2024 om 11:30 uur.
2.12.
Mocht [eiseres] schriftelijk reageren, dan dient deze reactie in tweevoud ingestuurd te worden en uiterlijk de dag vóór genoemde rolzitting om 12.00 uur ter griffie ontvangen te zijn. [eiseres] kan het processtuk ook zelf of door tussenkomst van een gemachtigde indienen op genoemde rolzitting.
2.13.
Verdere beslissingen worden aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 28 maart 2024 om 11:30 uur, zodat [eiseres] zich bij akte kan uitlaten over de punten genoemd in r.o. 2.9. en 2.10.;
3.2.
bepaalt dat de door [eiseres] te nemen akte uiterlijk om 12:00 uur op de dag vóór de hiervoor genoemde rolzitting in tweevoud op de griffie moet zijn ontvangen;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en in het openbaar uitgesproken.
43416