Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-01-12
ECLI:NL:RBROT:2024:187
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,230 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10498396 CV EXPL 23-13250
datum uitspraak: 12 januari 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01]
,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. R.J. Wybenga,
tegen
Marcan Vastgoed B.V.
,
vestigingsplaats: Barendrecht,
gedaagde,
gemachtigde: mr. Th.C. Visser.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘Marcan’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 2 mei 2023, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de brief van de gemachtigde van [eiseres01] van 28 november 2023, met bijlage;
de spreekaantekeningen van [eiseres01] ;
de spreekaantekeningen van Marcan.
1.2.
Op 8 december 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig namens [eiseres01] [naam01] , [naam02] , [naam03] en [naam04] , bijgestaan door mr. R.J. Wybenga en mr. J. Jetten. Marcan werd vertegenwoordigd door mr. Th.C. Visser en mr. L.T. Kleine.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eiseres01] huurt sinds 1 november 2017 een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 lid 2 BW. De huurovereenkomst heeft zij gesloten met de gemeente Rotterdam. Sinds de gemeente de bedrijfsruimte aan Marcan heeft verkocht, is Marcan verhuurder van [eiseres01] .
2.2.
In de huurovereenkomst is onder de bijzondere bepalingen een ontbindingsgrond opgenomen, die luidt:
“10.2.3 Indien huurder een rechtspersoon danwel een vennootschap onder firma bestaande uit een of meer rechtspersonen is, dient een voorgenomen verkoop van (een deel van) het aandelenpakket van de betrokken rechtspersoon gemeld te worden bij de verhuurder. Het vorenstaande wordt gezien als een indeplaatsstelling waarop het bepaalde onder 8.4.2 van toepassing is.”
De huurovereenkomst kent geen artikel 8.4.2. In artikel 10.2.2 van de huurovereenkomst komt het woord ‘indeplaatsstelling’ wel terug. Dat artikel luidt:
“10.2.2 Een indeplaatsstelling dient schriftelijk en tijdig vooraf te geschieden. Het reeds ingebruikgeven van het gehuurde alvorens de indeplaatsstelling – al dan niet na rechterlijke tussenkomst – is geformaliseerd, is tevens een reden tot ontbinding.”
2.3.
[eiseres01] heeft twee aandeelhouders, die elk 50% van de aandelen houden, namelijk [bedrijf01] en [bedrijf02] Beide vennootschappen willen ieder 10% van de aandelen in [eiseres01] overdragen aan de vennootschappen [bedrijf03] en [bedrijf04] [eiseres01] heeft dit op 22 september 2020 schriftelijk aan Marcan gemeld. Het voornemen van [eiseres01] is
om laatstgenoemde twee B.V.’s de mogelijkheid te bieden om binnen zeven jaar het (indirecte) belang in [eiseres01] zo uit te breiden dat zij gezamenlijk (indirect) maximaal 49% van de aandelen in [eiseres01] zullen houden. Op langere termijn is volgens [eiseres01] denkbaar dat hun (indirecte) belang in [eiseres01] verder zal worden uitgebreid.
2.4.
Partijen verschillen van mening over de vraag of Marcan de overdracht van (een deel van) de aandelen in [eiseres01] mag tegenhouden. [eiseres01] meent dat alleen sprake is van een meldplicht. Marcan meent dat sprake moet zijn van meewerken aan een indeplaatsstelling als bedoeld in artikel 7:307 BW. Volgens Marcan is niet voldaan aan de voorwaarden uit dat artikel en is zij daarom niet verplicht om aan de aandelenoverdracht haar medewerking te verlenen.
2.5.
[eiseres01] vordert in deze procedure een aantal verklaringen voor recht met betrekking tot de (voorgenomen) aandelenoverdracht en – kort samengevat – een aan Marcan op te leggen verbod om de huurovereenkomst te ontbinden op grond van die (voorgenomen) overdracht.
Artikel 7:307 BW niet van toepassing
2.6.
De kantonrechter oordeelt dat het bepaalde in artikel 10.2.3 van de huurovereenkomst niet zo kan worden uitgelegd dat daarmee bedoeld is om het bepaalde in artikel 7:307 BW van toepassing te verklaren op een gedeeltelijke overdracht van de aandelen in [eiseres01] , ook in het geval waarin de zeggenschap (de meerderheid van de aandelen) in handen van de huidige aandeelhouders blijft. Een dergelijke uitleg ligt niet voor de hand. Dit zou dan betekenen dat het destijds de bedoeling van partijen moet zijn geweest om in een ander artikel in de huurovereenkomst, het niet bestaande artikel 8.4.2, een bepaling op te nemen die gelijk is aan het bepaalde in artikel 7:307 BW. Als het de bedoeling was geweest om deze bepaling van toepassing te laten zijn, dan was het logisch geweest als die bepaling in plaats van een niet bestaand contractueel artikel zou zijn genoemd in artikel 10.2.3. Dit geldt temeer omdat artikel 7:307 BW ziet op de situatie dat sprake is van een bedrijfsoverdracht die niet (goed) mogelijk is zonder overdracht van het huurrecht. Daarvan is bij een gedeeltelijke aandelenoverdracht, waarbij de zeggenschap bij de oorspronkelijke aandeelhouder(s) blijft, geen sprake (zie de conclusie voor HR 16 juni 1978, NJ 1979, 22). Als Marcan (of de gemeente Rotterdam destijds) zeggenschap had willen hebben over iedere (gedeeltelijke) aandelenoverdracht van [eiseres01] dan had het op haar weg gelegen om hier een duidelijke ‘change of control clausule’ voor op te nemen. Dit is niet gebeurd.
2.7.
Omdat er geen artikel 8.4.2 is en de verwijzing ook verder niet logisch is, komt aan de tweede zin van artikel 10.2.3 van de huurovereenkomst in de situatie waarin de huidige aandeelhouders van [eiseres01] een deel van hun aandelen overdragen (minder dan 50%) geen betekenis toe. Dat betekent dat artikel 10.2.3 (enkel) inhoudt dat op [eiseres01] een meldplicht rust bij zo’n voorgenomen aandelenoverdracht en dat het niet voldoen aan die meldplicht een reden voor ontbinding van de huurovereenkomst kan zijn. Een redelijke uitleg van artikel 10.2.3 in combinatie met het daarvoor opgenomen artikel 10.2.2 brengt mee dat zo’n melding schriftelijk en tijdig vooraf moet worden gedaan. De aandelenoverdracht op zichzelf is geen reden voor ontbinding. Als Marcan zich daartegen wil verzetten, dan zal zij moeten onderzoeken of zij daar buiten het huurrecht mogelijkheden voor heeft.
De bezwaren van Marcan doen niet ter zake
2.8.
De bezwaren van Marcan tegen de voorgenomen aandelenoverdracht treffen geen doel, omdat op [eiseres01] alleen een meldplicht rust. Daaraan heeft zij voldaan. Niet is gebleken dat deze aandelenoverdracht geen doorgang kan of mag vinden.
Deel vorderingen toewijsbaar
2.9.
Onder I heeft [eiseres01] een verklaring voor recht gevorderd dat bij een
voorgenomen
overdracht van aandelen in haar aandelenkapitaal op haar geen verderstrekkende verplichting rust dan de voorgenomen aandelenoverdracht aan Marcan te melden. Deze vordering is toewijsbaar, gelet op wat hiervoor is overwogen. [eiseres01] heeft haar belang bij haar vordering voldoende toegelicht; zij heeft hiermee ook duidelijkheid bij een eventuele toekomstige overdracht van meer aandelen.
2.10.
Onder II vordert [eiseres01] een verklaring voor recht dat de aandelenoverdracht niet kwalificeert als een indeplaatsstelling. Deze vordering is te ruim geformuleerd om te kunnen toewijzen. In de huurovereenkomst staat immers dat de overdracht wordt gezien als een indeplaatsstelling. Het komt hier alleen aan op een uitleg van wat met zo’n indeplaatsstelling wordt bedoeld. De voorgenomen aandelenoverdracht waarbij de huidige aandeelhouders een controlerend belang behouden is niet een indeplaatsstelling waarop het bepaalde in artikel 7:307 BW van toepassing is, maar zo specifiek vordert [eiseres01] het niet.
2.11.
Onder III vordert [eiseres01] een verklaring voor recht dat een overdracht van aandelen in het kapitaal van [bedrijf01] en/of [bedrijf02] (de aandeelhouders van [eiseres01] ) niet kwalificeert als een indeplaatsstelling en ook niet leidt tot een meldplicht. Deze aandeelhouders zijn geen partijen in deze procedure. [eiseres01] heeft niet toegelicht welk eigen belang zij bij deze vordering heeft, daarom wordt deze afgewezen.
2.12.
Ook bij haar vordering onder IV heeft [eiseres01] in deze procedure geen voldoende concreet belang gesteld. De kantonrechter ziet niet in waarom zij nu (al) een uitspraak zou moeten doen over de vraag of een statutenwijziging, strekkende tot de introductie van letteraandelen en/of uitgifte van aandelen aan derden als een indeplaatsstelling zou moeten kwalificeren en/of tot een meldplicht zou moeten leiden. De kantonrechter merkt hierover op dat het niet valt uit te sluiten dat artikel 10.2.3 zo moet worden uitgelegd dat een wijziging die van invloed is op de verdeling van de aandelen en de zeggenschap wel tot een meldplicht van [eiseres01] leidt.
2.13.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat bij een voorgenomen overdracht van aandelen in het aandelenkapitaal van [eiseres01] op haar jegens Marcan geen verderstrekkende verplichting rust dan een verplichting de voorgenomen aandelenoverdracht te melden aan Marcan;
3.2.
verklaart voor recht dat in de rechtsverhouding tussen [eiseres01] en Marcan op [eiseres01] in geval van de voorgenomen aandelenoverdracht, bestaande uit een aandelenoverdracht door [bedrijf01] aan [bedrijf03] en door [bedrijf02] aan [bedrijf04], geen verderstrekkende verplichting rust dan een meldplicht, als bedoeld in artikel 10.2.3 van de huurovereenkomst, en een effectuering van deze overdracht voor Marcan geen grond oplevert voor ontbinding van de huurovereenkomst, mits de huidige aandeelhouders van [eiseres01] een controlerend belang behouden;
3.3.
verbiedt Marcan de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden en/of maatregelen te treffen strekkende tot ontbinding van de huurovereenkomst op grond van de effectuering van de voorgenomen aandelenoverdracht, die bestaat uit een aandelenoverdracht door [bedrijf02] aan [bedrijf04] en door [bedrijf01] aan [bedrijf03], waarbij de huidige aandeelhouders van [eiseres01] een controlerend belang behouden in [eiseres01] , op straffe van een dwangsom van € 25.000,-;
3.4.
veroordeelt Marcan in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres01] tot vandaag worden vastgesteld op € 1.029,44;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de veroordelingen onder 3.3 en 3.4 betreft;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken.
51909
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10498396 CV EXPL 23-13250
datum uitspraak: 12 januari 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01]
,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. R.J. Wybenga,
tegen
Marcan Vastgoed B.V.
,
vestigingsplaats: Barendrecht,
gedaagde,
gemachtigde: mr. Th.C. Visser.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘Marcan’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 2 mei 2023, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de brief van de gemachtigde van [eiseres01] van 28 november 2023, met bijlage;
de spreekaantekeningen van [eiseres01] ;
de spreekaantekeningen van Marcan.
1.2.
Op 8 december 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig namens [eiseres01] [naam01] , [naam02] , [naam03] en [naam04] , bijgestaan door mr. R.J. Wybenga en mr. J. Jetten. Marcan werd vertegenwoordigd door mr. Th.C. Visser en mr. L.T. Kleine.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eiseres01] huurt sinds 1 november 2017 een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 lid 2 BW. De huurovereenkomst heeft zij gesloten met de gemeente Rotterdam. Sinds de gemeente de bedrijfsruimte aan Marcan heeft verkocht, is Marcan verhuurder van [eiseres01] .
2.2.
In de huurovereenkomst is onder de bijzondere bepalingen een ontbindingsgrond opgenomen, die luidt:
“10.2.3 Indien huurder een rechtspersoon danwel een vennootschap onder firma bestaande uit een of meer rechtspersonen is, dient een voorgenomen verkoop van (een deel van) het aandelenpakket van de betrokken rechtspersoon gemeld te worden bij de verhuurder. Het vorenstaande wordt gezien als een indeplaatsstelling waarop het bepaalde onder 8.4.2 van toepassing is.”
De huurovereenkomst kent geen artikel 8.4.2. In artikel 10.2.2 van de huurovereenkomst komt het woord ‘indeplaatsstelling’ wel terug. Dat artikel luidt:
“10.2.2 Een indeplaatsstelling dient schriftelijk en tijdig vooraf te geschieden. Het reeds ingebruikgeven van het gehuurde alvorens de indeplaatsstelling – al dan niet na rechterlijke tussenkomst – is geformaliseerd, is tevens een reden tot ontbinding.”
2.3.
[eiseres01] heeft twee aandeelhouders, die elk 50% van de aandelen houden, namelijk [bedrijf01] en [bedrijf02] Beide vennootschappen willen ieder 10% van de aandelen in [eiseres01] overdragen aan de vennootschappen [bedrijf03] en [bedrijf04] [eiseres01] heeft dit op 22 september 2020 schriftelijk aan Marcan gemeld. Het voornemen van [eiseres01] is
om laatstgenoemde twee B.V.’s de mogelijkheid te bieden om binnen zeven jaar het (indirecte) belang in [eiseres01] zo uit te breiden dat zij gezamenlijk (indirect) maximaal 49% van de aandelen in [eiseres01] zullen houden. Op langere termijn is volgens [eiseres01] denkbaar dat hun (indirecte) belang in [eiseres01] verder zal worden uitgebreid.
2.4.
Partijen verschillen van mening over de vraag of Marcan de overdracht van (een deel van) de aandelen in [eiseres01] mag tegenhouden. [eiseres01] meent dat alleen sprake is van een meldplicht. Marcan meent dat sprake moet zijn van meewerken aan een indeplaatsstelling als bedoeld in artikel 7:307 BW. Volgens Marcan is niet voldaan aan de voorwaarden uit dat artikel en is zij daarom niet verplicht om aan de aandelenoverdracht haar medewerking te verlenen.
2.5.
[eiseres01] vordert in deze procedure een aantal verklaringen voor recht met betrekking tot de (voorgenomen) aandelenoverdracht en – kort samengevat – een aan Marcan op te leggen verbod om de huurovereenkomst te ontbinden op grond van die (voorgenomen) overdracht.
Artikel 7:307 BW niet van toepassing
2.6.
De kantonrechter oordeelt dat het bepaalde in artikel 10.2.3 van de huurovereenkomst niet zo kan worden uitgelegd dat daarmee bedoeld is om het bepaalde in artikel 7:307 BW van toepassing te verklaren op een gedeeltelijke overdracht van de aandelen in [eiseres01] , ook in het geval waarin de zeggenschap (de meerderheid van de aandelen) in handen van de huidige aandeelhouders blijft. Een dergelijke uitleg ligt niet voor de hand. Dit zou dan betekenen dat het destijds de bedoeling van partijen moet zijn geweest om in een ander artikel in de huurovereenkomst, het niet bestaande artikel 8.4.2, een bepaling op te nemen die gelijk is aan het bepaalde in artikel 7:307 BW. Als het de bedoeling was geweest om deze bepaling van toepassing te laten zijn, dan was het logisch geweest als die bepaling in plaats van een niet bestaand contractueel artikel zou zijn genoemd in artikel 10.2.3. Dit geldt temeer omdat artikel 7:307 BW ziet op de situatie dat sprake is van een bedrijfsoverdracht die niet (goed) mogelijk is zonder overdracht van het huurrecht. Daarvan is bij een gedeeltelijke aandelenoverdracht, waarbij de zeggenschap bij de oorspronkelijke aandeelhouder(s) blijft, geen sprake (zie de conclusie voor HR 16 juni 1978, NJ 1979, 22). Als Marcan (of de gemeente Rotterdam destijds) zeggenschap had willen hebben over iedere (gedeeltelijke) aandelenoverdracht van [eiseres01] dan had het op haar weg gelegen om hier een duidelijke ‘change of control clausule’ voor op te nemen. Dit is niet gebeurd.
2.7.
Omdat er geen artikel 8.4.2 is en de verwijzing ook verder niet logisch is, komt aan de tweede zin van artikel 10.2.3 van de huurovereenkomst in de situatie waarin de huidige aandeelhouders van [eiseres01] een deel van hun aandelen overdragen (minder dan 50%) geen betekenis toe. Dat betekent dat artikel 10.2.3 (enkel) inhoudt dat op [eiseres01] een meldplicht rust bij zo’n voorgenomen aandelenoverdracht en dat het niet voldoen aan die meldplicht een reden voor ontbinding van de huurovereenkomst kan zijn. Een redelijke uitleg van artikel 10.2.3 in combinatie met het daarvoor opgenomen artikel 10.2.2 brengt mee dat zo’n melding schriftelijk en tijdig vooraf moet worden gedaan. De aandelenoverdracht op zichzelf is geen reden voor ontbinding. Als Marcan zich daartegen wil verzetten, dan zal zij moeten onderzoeken of zij daar buiten het huurrecht mogelijkheden voor heeft.
De bezwaren van Marcan doen niet ter zake
2.8.
De bezwaren van Marcan tegen de voorgenomen aandelenoverdracht treffen geen doel, omdat op [eiseres01] alleen een meldplicht rust. Daaraan heeft zij voldaan. Niet is gebleken dat deze aandelenoverdracht geen doorgang kan of mag vinden.
Deel vorderingen toewijsbaar
2.9.
Onder I heeft [eiseres01] een verklaring voor recht gevorderd dat bij een
voorgenomen
overdracht van aandelen in haar aandelenkapitaal op haar geen verderstrekkende verplichting rust dan de voorgenomen aandelenoverdracht aan Marcan te melden. Deze vordering is toewijsbaar, gelet op wat hiervoor is overwogen. [eiseres01] heeft haar belang bij haar vordering voldoende toegelicht; zij heeft hiermee ook duidelijkheid bij een eventuele toekomstige overdracht van meer aandelen.
2.10.
Onder II vordert [eiseres01] een verklaring voor recht dat de aandelenoverdracht niet kwalificeert als een indeplaatsstelling. Deze vordering is te ruim geformuleerd om te kunnen toewijzen. In de huurovereenkomst staat immers dat de overdracht wordt gezien als een indeplaatsstelling. Het komt hier alleen aan op een uitleg van wat met zo’n indeplaatsstelling wordt bedoeld. De voorgenomen aandelenoverdracht waarbij de huidige aandeelhouders een controlerend belang behouden is niet een indeplaatsstelling waarop het bepaalde in artikel 7:307 BW van toepassing is, maar zo specifiek vordert [eiseres01] het niet.
2.11.
Onder III vordert [eiseres01] een verklaring voor recht dat een overdracht van aandelen in het kapitaal van [bedrijf01] en/of [bedrijf02] (de aandeelhouders van [eiseres01] ) niet kwalificeert als een indeplaatsstelling en ook niet leidt tot een meldplicht. Deze aandeelhouders zijn geen partijen in deze procedure. [eiseres01] heeft niet toegelicht welk eigen belang zij bij deze vordering heeft, daarom wordt deze afgewezen.
2.12.
Ook bij haar vordering onder IV heeft [eiseres01] in deze procedure geen voldoende concreet belang gesteld. De kantonrechter ziet niet in waarom zij nu (al) een uitspraak zou moeten doen over de vraag of een statutenwijziging, strekkende tot de introductie van letteraandelen en/of uitgifte van aandelen aan derden als een indeplaatsstelling zou moeten kwalificeren en/of tot een meldplicht zou moeten leiden. De kantonrechter merkt hierover op dat het niet valt uit te sluiten dat artikel 10.2.3 zo moet worden uitgelegd dat een wijziging die van invloed is op de verdeling van de aandelen en de zeggenschap wel tot een meldplicht van [eiseres01] leidt.
2.13.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat bij een voorgenomen overdracht van aandelen in het aandelenkapitaal van [eiseres01] op haar jegens Marcan geen verderstrekkende verplichting rust dan een verplichting de voorgenomen aandelenoverdracht te melden aan Marcan;
3.2.
verklaart voor recht dat in de rechtsverhouding tussen [eiseres01] en Marcan op [eiseres01] in geval van de voorgenomen aandelenoverdracht, bestaande uit een aandelenoverdracht door [bedrijf01] aan [bedrijf03] en door [bedrijf02] aan [bedrijf04], geen verderstrekkende verplichting rust dan een meldplicht, als bedoeld in artikel 10.2.3 van de huurovereenkomst, en een effectuering van deze overdracht voor Marcan geen grond oplevert voor ontbinding van de huurovereenkomst, mits de huidige aandeelhouders van [eiseres01] een controlerend belang behouden;
3.3.
verbiedt Marcan de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden en/of maatregelen te treffen strekkende tot ontbinding van de huurovereenkomst op grond van de effectuering van de voorgenomen aandelenoverdracht, die bestaat uit een aandelenoverdracht door [bedrijf02] aan [bedrijf04] en door [bedrijf01] aan [bedrijf03], waarbij de huidige aandeelhouders van [eiseres01] een controlerend belang behouden in [eiseres01] , op straffe van een dwangsom van € 25.000,-;
3.4.
veroordeelt Marcan in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres01] tot vandaag worden vastgesteld op € 1.029,44;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de veroordelingen onder 3.3 en 3.4 betreft;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken.
51909