Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-03-12
ECLI:NL:RBROT:2024:13950
Civiel recht
Beschikking
1,345 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/673333 / KG RK 24-159
Beschikking van de voorzieningenrechter van 12 maart 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap
RNHB B.V.,
gevestigd te Utrecht,
verzoekster,
advocaat mr. J. Meuleman te Amsterdam,
tegen
[verweerster] ,
wonende te Kaatsheuvel,
verweerder,
niet verschenen,
alsmede
1 [belanghebbende 1] ,
verschenen,
2. [belanghebbende 2] ,
3. [belanghebbende 3] ,
4. [belanghebbende 4] ,
allen wonende te Rotterdam,
5. [belanghebbende 5] ,
belanghebbenden,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 22 januari 2024;
de mondelinge behandeling van 26 februari 2024;
de oproepingsexploten van 27 februari 2024;
de voortzetting mondelinge behandeling van 1 maart 2024.
1.2.
Ter zitting van 26 februari 2024 zijn verschenen:
mr. J. Meuleman namens verzoekster;
[belanghebbende 1] , voornoemd.
1.3.
Ter zitting van 1 maart 2024 is niemand verschenen.
2Het verzoek
2.1.
Verzoekster heeft de executie aangezegd van de aan haar bij notariële akte verstrekte hypotheek op de onroerende zaak [adres] . In de hypotheekakte is een huur- en ontruimingsbeding opgenomen. Ten tijde van het verlijden van de hypotheekakte was de onroerende zaak niet verhuurd, maar op dit moment kan verzoekster niet uitsluiten dat deze is verhuurd aan [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en zij die zich krachtens huurovereenkomst of anderszins bevinden in het registergoed aan de [adres] . Het verzoekschrift strekt tot het inroepen van het huurbeding tegen [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en zij die zich krachtens huurovereenkomst of anderszins bevinden in het registergoed aan de [adres] , omdat de executiewaarde van de onroerende zaak in onverhuurde staat hoger ligt dan in verhuurde staat.
2.2.
De veiling is nog niet door verzoekster aangezegd. De ontruiming laat verzoekster over aan de koper.
3Het verweer
3.1.
[belanghebbende 1] verklaart samen met zijn vrouw, [belanghebbende 2] en hun twee minderjarige kinderen in de woning te wonen. [belanghebbende 1] kent [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] niet.
3.2.
[belanghebbende 1] verzoekt om een langere ontruimingstermijn van een paar maanden, omdat het moeilijk is om een ander woning te vinden.
Beoordeling
4.1.
Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan. Het verzoek wordt in zoverre dan ook toegewezen.
4.2.
Van [belanghebbende 2] is ter zitting duidelijk geworden dat zij de vrouw is van [belanghebbende 1] en dat zij samen met hun minderjarige kinderen in de woning verblijven.
4.3.
De termijn als bedoeld in artikel 3:264 lid 6 BW wordt voor [belanghebbende 1] en voor [belanghebbende 2] gesteld op 2 (twee) maanden en voor [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en zij die zich krachtens huurovereenkomst of anderszins
bevinden in het registergoed aan de [adres] wordt de termijn gesteld op 14 (veertien) dagen.
Dictum
De voorzieningenrechter,
5.1.
verleent toestemming aan verzoekster om het in het verzoekschrift bedoelde, in de hypotheekakte opgenomen huurbeding in te roepen tegen [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en zij die zich krachtens huurovereenkomst of anderszins bevinden in het registergoed aan de [adres] ;
5.2.
veroordeelt tegen [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en zij die zich krachtens huurovereenkomst of anderszins bevinden in het registergoed aan de [adres] om die onroerende zaak met al het hunne en de hunnen te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van verzoekster te stellen;
5.3.
stelt de termijn waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden voor [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] op 2 (twee) maanden na betekening van deze beschikking en voor [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en zij die zich krachtens huurovereenkomst of anderszins bevinden in het registergoed aan de [adres] op 14 (veertien) dagen na betekening van deze beschikking;
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2024.
1426/2009