Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-26
ECLI:NL:RBROT:2024:13948
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,828 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/688253 / JE RK 24-2329
Datum uitspraak: 26 november 2024
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
,
geboren op [geboortedatum 3] 2018 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4]
,
geboren op [geboortedatum 4] 2019 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 4] ,
[minderjarige 5]
,
geboren op [geboortedatum 5] 2020 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 5] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 28 oktober 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 november 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, hierna te noemen; de GI, [persoon 1] ;
- een vertegenwoordigster van de Raad, [persoon 2] .
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] wonen bij de moeder.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. De zorgen richten zich op de thuissituatie bij de moeder, met name over de hygiëne en de verzorging van de kinderen. Daarnaast ontbreekt het aan structuur en is de indruk dat de moeder het overzicht niet meer heeft. De zorg voor haar zeven kinderen rust volledig bij de moeder, wat een grote belasting voor haar is. Op dit moment is het onduidelijk welke rol de vader kan spelen in het leven van de kinderen, maar meer betrokkenheid van de vader zou de moeder mogelijk wat meer rust geven. De Raad waardeert dat de ouders openstaan voor hulp en de noodzaak van verandering inzien.
4Het standpunt van de GI
4.1.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad en erkent de zorgen die door de Raad zijn geuit. Het is zichtbaar dat de moeder haar best doet, maar dat het haar momenteel onvoldoende lukt. Positief is dat er een kennismaking met Jeugdprofs op de planning staat, waardoor samen met hen gekeken kan worden naar de benodigde vervolgstappen.
5Het standpunt van de moeder
5.1.
De moeder voert geen verweer tegen het verzoek en erkent dat zij hulp nodig heeft.
6De informant (de vader)
6.1.
De vader voert geen verweer tegen het verzoek en hoopt dat er snel de juiste hulpverlening wordt ingezet.
Beoordeling
7.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria van een ondertoezichtstelling. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
7.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. De kinderen groeien op in een onveilige en instabiele thuissituatie, waarbij zij getuige zijn geweest van huiselijk geweld. Daarnaast ontbreekt het de kinderen aan structuur en regelmaat en zijn er zorgen over de hygiëne en de verzorging van de kinderen. De kinderen gaan onregelmatig naar school en komen vaak te laat. De moeder is hoofdzakelijk alleen verantwoordelijk voor de zorg van zeven (minderjarige) kinderen, waardoor het haar onvoldoende lukt om de nodige structuur te bieden. De oudste twee kinderen zijn al eerder onder toezicht gesteld. De moeder wil haar best doen, maar haar draaglast overstijgt haar draagkracht. De kinderrechter is van oordeel dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk is in het belang van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] . De GI kan, samen met de moeder, kijken naar wat de moeder en de kinderen nodig hebben voor een stabiele en veilige opgroeiomgeving voor de kinderen en daartoe de noodzakelijke hulpverlening inzetten. Daarnaast zal onderzocht moeten worden welke rol de vader kan spelen in de opvoeding van de kinderen. Hiervoor is enige tijd nodig. De kinderrechter zal daarom [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.
Dictum
De kinderrechter:
8.1.
stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west met ingang van 26 november 2024 tot 26 november 2025;
8.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 10 december 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.