Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-12-23
ECLI:NL:RBROT:2024:13933
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,498 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/689528 / JE RK 24-2488
Datum uitspraak: 23 december 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] .
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[naam tante]
,
hierna te noemen: de tante moederszijde (mz), wonende in [woonplaats 2] ,
[naam oma]
,
hierna te noemen: de oma mz, wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 18 november 2024, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 december 2024. Daarbij waren aanwezig:
een vertegenwoordiger van de GI, [persoon] ,
de tante mz.
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist is opgeroepen. De oma mz is evenmin verschenen. De tante mz heeft aangegeven dat zij met de oma mz heeft afgesproken dat de tante mz namens hen beiden naar de zittingen gaat.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat hij heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij de oma en de tante mz.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft [minderjarige] bij beschikking van 15 juli 2024 onder toezicht gesteld tot 15 januari 2025. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij deze beschikking ook een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor netwerkpleegzorg tot 15 januari 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. De woning van de moeder is op 3 december 2024 door de woningcorporatie ontruimd. De moeder is toen weg gegaan en even uit beeld geweest. De volgende dag is de moeder zelf naar het gemeentehuis gegaan om hulp te vragen. De moeder verblijft op dit moment in een maatschappelijke opvang in Spijkenisse. Antes staat klaar om met haar aan de slag te gaan. Omdat de moeder tot nu toe altijd hulp heeft afgehouden, wordt eerst ingezet op het opbouwen van een vertrouwensband tussen de moeder en de opvang waar zij nu verblijft. Uiteindelijk is het doel dat de geestelijke gezondheidszorg gaat starten. Dan zal ook de GI weer contact opnemen met de moeder. Er is weinig duidelijkheid over wat er met de moeder aan de hand is. De moeder vindt haar privacy erg belangrijk. Zij wil niet dat gegevens worden gedeeld met de familie. De GI vindt het wel belangrijk om te kunnen praten over de gezondheid van de moeder, met name met het oog op het toekomstperspectief van [minderjarige] . De GI ziet dat [minderjarige] zijn moeder mist.
4De informant
Op vragen van de kinderrechter geeft de tante mz aan dat zij en de oma mz heel veel van [minderjarige] houden en dat zij – al is het nog honderd jaren – voor hem willen blijven zorgen. [minderjarige] woont sinds 28 april 2024 bij de oma en tante mz. De oma en tante mz hebben de (zorg)taken onderling verdeeld. De tante mz regelt vooral de praktische zaken rondom [minderjarige] . [minderjarige] zit in leerjaar 3 van de mavo in Spijkenisse. Hij weet nog niet goed welke vervolgrichting hij wil kiezen. Beveiliging of iets met computers lijkt hem wel leuk. [minderjarige] praat veel met zijn familie. Inmiddels is er een vaste jeugdbeschermer betrokken met wie [minderjarige] ook echt een vertrouwensband opbouwt.
Beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling bedoeld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding.
5.2.
In april 2024 is [minderjarige] uit huis geplaatst, vanwege ernstige zorgen over de psychische gesteldheid van de moeder en de invloed daarvan op [minderjarige] . In de weken voorafgaand aan de uithuisplaatsing lukte het de familie en de hulpverlening niet om in contact te komen met de moeder en [minderjarige] . Ook ging [minderjarige] al een aantal weken niet naar school. Sinds [minderjarige] bij de oma en tante mz verblijft, gaat hij weer naar school. [minderjarige] doet het goed op school en dat is heel knap, gezien alles wat hij heeft meegemaakt. [minderjarige] vindt het zelf “oké” om nog een tijdje bij de oma en tante mz te wonen. De GI merkt dat [minderjarige] zijn moeder mist. [minderjarige] heeft op dit moment geen contact met zijn moeder. Een van de doelen van de ondertoezichtstelling is dan ook contact(herstel) tussen [minderjarige] en de moeder.
5.3.
Het ontbreken van contact met de moeder maakt ook dat het lastig is om praktische zaken te regelen. Zo wil [minderjarige] graag een eigen bankpas, maar daar moet de moeder toestemming voor geven. Het is belangrijk dat de moeder gaat inzien dat zij als gezaghebbende ouder – ook nu [minderjarige] niet bij haar woont – nog altijd de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt voor haar zoon en moet handelen in zijn belang. De kinderrechter hoopt dat het de moeder de komende periode zal lukken om haar eigen situatie te verbeteren. [minderjarige] mist zijn moeder en zou graag weer op een fijne manier contact met haar willen hebben.
5.4.
In het komende jaar zal de GI aandacht schenken aan onder meer het welzijn van [minderjarige] , het contact tussen hem en zijn moeder, zijn perspectief op de langere termijn en aan overige belangrijke kwesties, zoals de begeleiding van de oma en tante mz door een pleegzorginstantie en een eigen bankrekening voor [minderjarige] .
5.5.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar. Deze verzoeken zijn ook niet weersproken. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 15 januari 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de tante moederszijde, [naam tante] , en de oma moederszijde, [naam oma] , tot 15 januari 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2024 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier, en op schrift gesteld op 15 januari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 1:260, eerste lid, BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.