Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-12-27
ECLI:NL:RBROT:2024:13813
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,542 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11133741 CV EXPL 24-14068
datum uitspraak: 27 december 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Olympia Nederland B.V.,
vestigingsplaats: Hoofddorp,
eiseres,
gemachtigde: ABC Incasso B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Olympia’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 21 mei 2024, met bijlagen;
het antwoord;
de brief van Olympia, met bijlagen;
de spreekaantekeningen van de gemachtigde van Olympia;
de akte van Olympia met bijlagen;
de reactie van [gedaagde] op de rolzitting, met bijlagen.
1.2.
Op 17 september 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken met [naam 1], werkzaam als debiteuren beheerder voor Olympia, en [naam 2], werkzaam bij ABC Incasso B.V. en met [gedaagde].
1.3.
Olympia is niet meer in de gelegenheid gesteld om te reageren op de bij de rolzitting door [gedaagde] overgelegde bijlagen, omdat deze bijlagen niet van belang zijn voor de beslissing in deze zaak en dus buiten beschouwing blijven.
Beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
Olympia eist veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan haar van een bedrag aan resterende opleidingskosten, met nevenvorderingen. [gedaagde] is het niet eens met de eis. De eis wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Wat is er gebeurd?
2.2.
[gedaagde] heeft op grond van een uitzendovereenkomst gewerkt voor Olympia, die hem aan een derde ter beschikking heeft gesteld voor het verrichten van arbeid.
2.3.
In het voorjaar van 2022 hebben partijen een opleidingsovereenkomst gesloten, met een studiekostenregeling. In de overeenkomst staat onder meer het volgende, waarbij [gedaagde] is aangeduid als “Kandidaat”:
“
Overwegende dat:
1. Olympia de Kandidaat in de gelegenheid stelt om de opleiding tot Vrachtwagenchauffeur C (hierna te noemen: "de Opleiding") te volgen.
(…)
5. Olympia bereid is de kosten van de Opleiding (al dan niet gedeeltelijk) voor te financieren onder de voorwaarden als opgenomen in deze Opleidingsovereenkomst.
6. Olympia zal zich - indien de opleiding succesvol wordt afgerond - maximaal inspannen om de kandidaat werkzaamheden als vrachtwagenchauffeur op basis van een uitzendovereenkomst bij Olympia aan te bieden. (…)
7. Partijen willen op voorhand afspraken (…) maken over het terugbetalen door de Kandidaat van de door Olympia voorgefinancierde Opleidingskosten.
Verklaren het volgende te zijn overeengekomen:
(…)
Artikel 2 Opleidingskosten, Wervingskosten Eigen bijdrage en Overige kosten
2.1
De kosten van de opleiding bestaan uit de kosten van de rijopleiding (hierna: "de opleidingskosten" (…)
2.2
De totale opleidingskosten bedragen voor opleiding tot vrachtwagenchauffeur C: €4.900,-.
2.3
In de totale opleidingskosten, zoals benoemd in artikel 2.2, zitten drie keuringen inbegrepen die bepalen of de kandidaat de opleiding mag starten. Deze keuringen bevatten een totaalbedrag van €333,75. (…)
2.4
Voor het volgen van de opleiding wordt een eigen bijdrage (hierna: "de Eigen bijdrage") bij de kandidaat in rekening gebracht. Deze eigen bijdrage bedraagt voor de opleiding tot vrachtwagenchauffeur C: €1.633,33
De eigen bijdrage wordt netto ingehouden op het uurloon van de kandidaat vanaf het moment dat de kandidaat aan de slag gaat bij Olympia, in de functie als vrachtwagenchauffeur of onder een andere functie dan vrachtwagenchauffeur, totdat de volledige eigen bijdrage is voldaan. Het nettobedrag dat op het uurloon van de kandidaat wordt ingehouden wordt berekend conform de volgende formule:
Eigen bijdrage / minimale periode van beschikbaarheid:
€1.633,33 / 3120 uur = €0,52 netto per uur. (…)”
Artikel 5 Minimale periode van beschikbaarheid van de Kandidaat na afronding Opleiding en de terugbetalingsverplichting
5.1
Nadat kandidaat de opleiding met goed gevolg heeft afgerond houdt hij zich beschikbaar om als vrachtwagenchauffeur op basis van een uitzendovereenkomst voor Olympia aan het werk te gaan. Olympia zal zich inspannen om de kandidaat te voorzien van een baan in de functie van vrachtwagenchauffeur.
5.2
De Kandidaat is gehouden om na succesvolle afronding van de Opleiding 3120 uren voor Olympia als Vrachtwagenchauffeur werkzaamheden te verrichten.
5.3
De Kandidaat is gehouden (een deel van) de totale opleidingskosten (…) aan
Olympia terug te betalen conform de in artikel 5.4 gespecificeerde staffel, indien de kandidaat binnen de in artikel 5.2 opgenomen termijn van 3120 uren:
• Zich niet (meer) voor het uitvoeren van werkzaamheden via Olympia beschikbaar stelt of de uitzendovereenkomst met Olympia (tussentijds) opzegt;
• De door Olympia aangeboden werkzaamheden tweemaal weigert zonder hiervoor een naar het oordeel van Olympia gegronde reden te hebben;
• De inleenopdracht door de opdrachtgever wegens een aan de kandidaat verwijtbaar handelen of nalaten wordt ingetrokken;
• De uitzendovereenkomst/detacheringsovereenkomst van de kandidaat door Olympia wordt beëindigd of niet wordt verlengd als gevolg van verwijtbaar handelen of nalaten van de kandidaat.
5.4
De op grond van artikel 5.3 terug te betalen opleidingskosten worden verminderd met de reeds ingehouden eigen bijdrage en de bij opdrachtgever(s) in rekening gebrachte opleidingstoeslag waarna een restant overblijft ("de resterende opleidingskosten"). Voor de terugbetaling van de resterende opleidingskosten geldt onderstaande staffel. (…)
Percentage uren van de onder artikel 5.2 opgenomen minimale beschikbaarheid dat kandidaat na succesvolle afronding van de opleiding werkzaamheden heeft verricht
Percentage van de resterende opleidingskosten (…) dat voldaan dient te worden door de kandidaat
0 - 25 % van het aantal overeengekomen uren
100% van de resterende opleidingskosten (…)
26% - 50 % van het aantal overgekomen uren
75 % van de resterende opleidingskosten (…)
51 % - 75 % van het aantal overeengekomen uren
50 % van de resterende opleidingskosten (…)
76 % - 99% van het aantal overeengekomen uren
25 % van de resterende opleidingskosten (…)
Gelijk aan of meer dan het minimaal
overeengekomen aantal uren
Geen terugbetalingsverplichting
Artikel 7 Overig
7.1
Kandidaat erkent door ondertekening van deze opleidingsovereenkomst dat Olympia hem uitdrukkelijk heeft geattendeerd op de verplichting om de totale opleidingskosten (…) geheel of ten dele terug te betalen indien zich een situatie als genoemd in artikel 3, 4 of 5 voordoet en dat Olympia hem tevens heeft
gewezen op de voor hem mogelijk ernstige consequenties van die verplichting. (…)”
2.4.
[gedaagde] heeft de opleiding tot Vrachtwagenchauffeur C succesvol afgerond.
2.5.
Olympia heeft hem nadien uitgeleend aan Bidfood voor chauffeurswerkzaamheden. Medio 2023 is dat geëindigd.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis af;
3.2.
veroordeelt Olympia in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden vastgesteld op € 100,- aan reis- en verletkosten.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.
465
Beoordeling
2.6.
Olympia heeft [gedaagde] aangeschreven en een bedrag van € 4.318,65 aan resterende opleidingskosten bij hem in rekening gebracht, uitgaande van € 5.140,- aan daadwerkelijk gemaakte opleidingskosten op basis van facturen minus € 821,35 aan borg en eigen bijdrage. Daarbij heeft Olympia zich op het standpunt gesteld dat [gedaagde] zich niet gehouden heeft aan de afspraken in de opleidingsovereenkomst en genoemd bedrag aan resterende opleidingskosten moet terugbetalen.
2.7.
[gedaagde] heeft het bedrag niet betaald, ook niet na te zijn aangemaand nadat Olympia haar vordering ter incasso uit handen heeft gegeven.
2.8.
Olympia is tot dagvaarden overgegaan en eist nu om [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan haar van € 5.264,06, bestaande uit € 4.318,54 aan hoofdsom, € 388,67 aan al verschuldigd geworden wettelijke rente, en € 556,85 aan buitengerechtelijke incassokosten, plus de rente over de hoofdsom vanaf de datum van de dagvaarding, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten.
Wat vindt de kantonrechter hiervan?
Afwijzing eis wegens ongegrondheid
2.9.
Vooropgesteld wordt dat het ongelukkig is dat de dagvaarding is ingestoken alsof sprake is van een simpele incassozaak. Met de nadien door Olympia overgelegde bijlagen en de toelichting daarop ter zitting is enig inzicht verschaft over de communicatie tussen partijen en tussen Olympia en Bidfood en over wat gebeurd is rondom de tewerkstelling van [gedaagde], maar het beeld dat is ontstaan blijft rommelig. Op basis hiervan kan niet geconcludeerd worden dat [gedaagde] tekort geschoten is in de nakoming van afspraken die staan in de opleidingsovereenkomst. Dit heeft [gedaagde] in zijn antwoord en ter zitting overigens ook gemotiveerd weersproken.
2.10.
Niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van situaties zoals genoemd in artikel 5.3 van de Opleidingsovereenkomst. Voor dit oordeel is het volgende van belang.
2.10.1.
Olympia heeft niet voldoende onderbouwd dat sprake is geweest van verwijtbaar handelen of nalaten door [gedaagde], wat geleid heeft tot beëindiging van de inleenopdracht door Bidfood of de uitzendovereenkomst door Olympia (bullets 3 en 4 bij artikel 5.3).
2.10.2.
Evenmin is gebleken dat [gedaagde] tot tweemaal toe door Olympia aangeboden werkzaamheden heeft geweigerd (bullet 2 bij artikel 5.3). Uit de overgelegde stukken blijkt naar het oordeel van de kantonrechter dat hiervan slechts één keer sprake is geweest, te weten bij HMS. Erkend is door [gedaagde] dat hij het aangeboden werk als vuilnisman geweigerd heeft. Die weigering zag volgens hem echter niet op het werken als chauffeur van de vuilniswagen, maar was omdat hij ook als vuilnisman achter de vuilniswagen zou moeten lopen. Gesteld noch gebleken is dat Olympia vervolgens aan [gedaagde] gevraagd heeft waarom dit werk niet wilde doen, zodat Olympia niet heeft kunnen beoordelen of [gedaagde] daarvoor een gegronde reden had. Dat maakt dat de afwijzing van het aanbod van de functie van vuilnisman niet zonder meer aan [gedaagde] kan worden tegengeworpen. Daar komt bij dat nergens uit blijkt dat [gedaagde] nog een andere functie is aangeboden die hij heeft geweigerd, terwijl volgens de opleidingsovereenkomst de opleidingskosten pas opeisbaar zijn als er tweemaal een aanbod is geweigerd. Integendeel, Olympia heeft ter zitting verklaard dat er wel andere bedrijven waren waar [gedaagde] had kunnen werken, maar dat hij bij die bedrijven niet is voorgesteld omdat hij slechts twee dagen in de week beschikbaar was, waarover hieronder meer. Er is weliswaar appcontact geweest over Albeton, maar uit niets blijkt dat [gedaagde] een concreet aanbod heeft gekregen om daar te gaan werken. In het appcontact gaat het erover dat [gedaagde] voorstelt dat hij daar eerst via Olympia zal gaan werken, terwijl Olympia schrijft dat Albeton alleen chauffeurs rechtstreeks in dienst wil nemen. Overigens was het standpunt van [gedaagde] dat hij eerst via Olympia tewerkgesteld wilde worden ook logisch, gelet op zijn verplichting uit hoofde van de opleidingsovereenkomst, waarin is bepaald dat hij na het afronden van de opleiding nog 3120 uur moet werken via Olympia. Wat hiervan ook zij, van een concreet aanbod om bij Albeton te gaan werken blijkt dus niet.
2.10.3.
Niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van een situatie waarin [gedaagde] zich niet (meer) beschikbaar heeft gesteld voor het uitvoeren van werkzaamheden via Olympia of de uitzendovereenkomst met Olympia (tussentijds) heeft opgezegd (bullet 1 bij artikel 5.3). [gedaagde] is wel beschikbaar geweest. Dat zegt hij niet alleen zelf, maar volgt ook uit de stellingen van Olympia op dit punt. Wel is sprake geweest van een periode van afwezigheid van [gedaagde] in verband met het overlijden van zijn vader en uitval door ziekte, maar dat kan hem niet worden tegengeworpen, ook niet als klopt dat hij op enig moment wel werkte voor Post.nl, terwijl hij bij Olympia was ziekgemeld. Niet blijkt dat Olympia daar destijds actie op heeft ondernomen, laat staan dat door een bedrijfsarts is vastgesteld dat [gedaagde] niet arbeidsongeschikt was voor het werk bij Bidfood/Olympia tijdens zijn afwezigheid. Het kan zo zijn dat de beschikbaarheid op een gegeven moment van [gedaagde] voor Bidfood nog maar voor twee dagen in de week was, maar in de opleidingsovereenkomst is geen minimum gesteld aan het aantal dagen waarop de uitzendkracht beschikbaar moet zijn. Evenmin is bepaald dat [gedaagde] niet ook voor een andere werkgever zou mogen werken. Dat heeft hij ook parttime gedaan.
2.10.4.
Uit de overgelegde stukken blijkt wel dat de communicatie tussen partijen over de beschikbaarheid van [gedaagde] voor het werken bij Bidfood te wensen heeft overgelaten. Het had op de weg van Olympia gelegen om daarover met [gedaagde] in gesprek te gaan zodat partijen hierover nadere afspraken konden maken, maar uit de stukken blijkt niet dat dit is gebeurd. Uit door Olympia overgelegde mails kan worden opgemaakt dat [gedaagde] op enig moment ook te kennen heeft gegeven meer uren te kunnen en willen werken voor Olympia. Hij heeft bij Olympia verder ook nog DHL gesuggereerd als werkgever om te worden tewerkgesteld, maar uit de stukken blijkt niet dat [gedaagde] vervolgens bij DHL is bemiddeld en evenmin dat Olympia hem een aanbod heeft gedaan om daar te gaan werken. Vast staat dat het werk bij Bidfood in juli 2023 is beëindigd en uit niets blijkt dat Olympia hem nadien nog een concreet aanbod voor werk elders heeft gedaan. Dat bevestigt het aangevoerde door [gedaagde] bij antwoord, dat hij na het werk voor Bidfood wel degelijk beschikbaar was, maar nooit meer een aanbod voor ander werk gekregen heeft van Olympia.
2.11.
De eis ligt gelet op wat hiervoor is geoordeeld voor afwijzing gereed, omdat er onvoldoende feitelijke grondslag is voor het oordeel dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van op hem rustende verbintenissen. Daardoor zijn de opleidingskosten niet opeisbaar geworden. De nadere onderbouwing die Olympia gegeven heeft in de akte met bijlagen maakt het oordeel niet anders, omdat ook hieruit niet kan worden opgemaakt dat sprake is geweest van de situaties in artikel 5.3 van de opleidingsovereenkomst. Nu Olympia onvoldoende gesteld heeft is er geen aanleiding om Olympia nog tot bewijslevering toe te laten.
2.12.
Onderkend wordt dat [gedaagde] baat heeft gehad van de opleiding tot vrachtwagenchauffeur, die Olympia heeft gefinancierd, maar het draait in deze zaak om de vraag of [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van de op hem rustende verbintenissen als bedoeld in artikel 5.3 van de opleidingsovereenkomst.