Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-12-20
ECLI:NL:RBROT:2024:13775
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,687 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/689217 / JE RK 24-2455
Datum uitspraak: 20 december 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[persoon A] ,
de oma (mz) tevens pleegmoeder, hierna te noemen: de oma (mz),
wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 13 november 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum;
de toetsing van de Raad van 17 december 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 december 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de oma (mz);
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de medewerkster van Enver.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de oma (mz).
2.3.
Bij beschikking van 5 december 2023 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 6 januari 2025. Tevens is bij die beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een pleeggezin, te weten bij de oma (mz), verlengd tot 6 januari 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Tevens verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. Recent heeft er een gesprek plaatsgevonden bij Antes over de voortgang van het proces en de genomen stappen. Er zijn uitsluitend positieve berichten over de moeder. Zij werkt hard aan haar herstel. De behandeling bij Antes is succesvol afgerond en zij ontvangt nu nazorg. De moeder hoopt binnenkort een eigen woning te hebben, in de buurt van oma (mz) en de school van [voornaam minderjarige] . De komende periode heeft de moeder de tijd nodig om verder te stabiliseren en haar rol als ouder van [voornaam minderjarige] rustig op te bouwen. Het is de bedoeling dat de moeder uiteindelijk weer zelf voor [voornaam minderjarige] gaat zorgen. Oma (mz) zorgt nu voor [voornaam minderjarige] en is een stabiele en betrouwbare opvoeder. Zij kan gezien haar leeftijd en fysieke gezondheid echter niet oneindig de zorg voor [voornaam minderjarige] blijven dragen. De interactie tussen de moeder en de oma (mz) verloopt beter. De moeder is ook op bezoek geweest bij oma (mz) en [voornaam minderjarige] tijdens een vakantie in Drenthe en dat was voor iedereen een positieve ervaring. Wat betreft de omgang met de vader: de GI had bepaalde gegevens nodig voordat de omgang met [voornaam minderjarige] kon starten, maar de vader heeft daar lang mee gewacht. Nadat werd aangegeven dat [voornaam minderjarige] hieronder leed, heeft de vader de gegevens verstrekt. Sindsdien heeft er twee keer omgang plaatsgevonden tussen de vader en [voornaam minderjarige] en is er een planning voor de komende periode gemaakt. Het is belangrijk om te monitoren hoe dit zich ontwikkelt en of de vader een duurzame en positieve rol in het leven van [voornaam minderjarige] kan spelen.
4Het standpunt van de moeder
4.1.
De moeder voert geen verweer tegen het verzoek. Er is veel gebeurd, maar het gaat een stuk beter met de moeder. Momenteel verblijft de moeder nog bij Antes, wat zwaar voor haar is, nu zij clean is en de behandeling heeft afgerond. Er is urgentie voor een woning aangevraagd, maar de moeder heeft daarover nog geen duidelijkheid. Naar verwachting wordt daar voor 30 januari 2025 een uitspraak over gedaan. De moeder hoopt dat er een woning dichtbij oma (mz) beschikbaar komt, zodat [voornaam minderjarige] bij de moeder kan wonen maar ook dichtbij zijn oma (mz) kan zijn en zijn school en vriendjes kan behouden. Op die manier kunnen de moeder en [voornaam minderjarige] ook samen rustig wennen aan elkaar en oma (mz) steeds meer ontlasten. Momenteel is de moeder al meerdere dagen in de week bij de oma (mz) en [voornaam minderjarige] .
5Het standpunt van de oma (mz)
5.1.
De oma (mz) voert geen verweer tegen het verzoek. [voornaam minderjarige] heeft het moeilijk gehad in de pleeggezinnen en is blij dat hij nu bij de oma (mz) kan wonen. De oma (mz) zorgt graag voor [voornaam minderjarige] , maar zij hoopt dat hij uiteindelijk weer bij de moeder kan wonen. Het contact tussen de vader en [voornaam minderjarige] is opgestart en hopelijk blijft dit zo. Het blijft echter een uitdaging, omdat de vader een eigen bedrijf in Amsterdam heeft. De huidige planning is dat de vader om de week met [voornaam minderjarige] naar zwemles gaat.
Beoordeling
6.1.
Op basis van de stukken is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
6.2.
[voornaam minderjarige] is nog jong maar heeft in zijn leven al veel meegemaakt en op verschillende plekken verbleven, wat moeilijk voor hem was. Op dit moment verblijft [voornaam minderjarige] weer bij de oma (mz), die een stabiele factor in zijn leven is. Ondertussen heeft de moeder hard gewerkt aan haar verslavingsproblematiek en PTSS bij Antes. Inmiddels gaat het erg goed en heeft zij dit traject afgerond. De moeder verdient complimenten voor de stappen die zij heeft gezet en het doorzettingsvermogen dat zij toont. Belangrijk is dat deze positieve lijn wordt voortgezet, zodat de moeder steeds meer haar rol als ouder van [voornaam minderjarige] op zich kan nemen. De komende periode zal het herstel verder moeten stabiliseren en dient de moeder de kans te krijgen om haar rol als ouder van [voornaam minderjarige] rustig op te bouwen. Belangrijk is dat de GI dit kan monitoren en ondersteunen en de stabiliteit voor [voornaam minderjarige] kan waarborgen. Daarom verlengt de kinderrechter, zoals onweersproken, de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar.
6.3.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige] . De kinderrechter zal, zoals onweersproken, de machtiging verlengen voor de verzochte duur van een jaar. Bij het voortzetten van de positieve ontwikkeling is het de bedoeling dat de moeder de zorg over [voornaam minderjarige] weer zelf zal dragen. Daar zal zorgvuldig naartoe moeten worden gewerkt. De moeder verblijft momenteel nog bij Antes. De moeder heeft urgentie aangevraagd voor een woning, maar zij heeft nog geen concreet zicht op een woning. Hopelijk komt voor de moeder op korte termijn een woning beschikbaar in de huidige woonomgeving van [voornaam minderjarige] , zodat zij en [voornaam minderjarige] dicht bij de oma (mz) kunnen wonen, gemakkelijk contact met elkaar kunnen onderhouden en [voornaam minderjarige] op dezelfde school kan blijven. Voor de identiteitsontwikkeling van [voornaam minderjarige] is het van belang dat hij op regelmatige basis op onbelaste wijze contact heeft met beide ouders, zodat hij de kans krijgt een goede band met beide ouders op te bouwen. Bovendien is het van belang dat [voornaam minderjarige] kan vertrouwen op het doorgaan van contactmomenten, waarvoor nodig is dat de ouders afspraken nakomen.
Dictum
De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 6 januari 2026;
7.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een pleeggezin, te weten bij de oma (mz), tot 6 januari 2026;
7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2024 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 8 januari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 1:260, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 1:265c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.