Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-19
ECLI:NL:RBROT:2024:13240
Civiel recht
Beschikking
1,839 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/686298 / JE RK 24-2053
Datum uitspraak: 19 november 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West,
gevestigd te Gouda, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam 1]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam 2]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 23 september 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 november 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 3] (via telefonische verbinding gehoord).
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] uitgenodigd voor een kindgesprek om haar mening kenbaar te maken. [minderjarige 1] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Feiten
2.1.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 24 november 2023 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 27 november 2024.
3Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4Het standpunt van de GI
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. Er is hulpverlening ingezet vanuit Coach-Point en Enver, maar dit is ontoereikend gebleken. De laatste mogelijkheid om de situatie te verbeteren is het inzetten van het MST-CAN-traject, gericht op de communicatie tussen de ouders en hulpverlening voor de kinderen. Op 4 oktober 2024 heeft een intakegesprek plaatsgevonden en het MST-CAN-traject kan naar verwachting starten in december 2024. Het gedwongen kader blijft noodzakelijk, omdat het risico bestaat dat de moeder niet meewerkt aan het MST-CAN-traject in het vrijwillig kader.
5Het standpunt van de vader
Door de vader wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. De omgangsregeling wordt niet nageleefd en de vader heeft de kinderen de afgelopen twee maanden niet kunnen zien, omdat de moeder dit tegenhoudt. Daarnaast betreurt de vader de betrokkenheid van de GI. De afgelopen jaren heeft de GI onvoldoende ingezet om de situatie te verbeteren en er wordt vaak van jeugdbeschermer gewisseld.
Beoordeling
6.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter overweegt hiertoe het volgende.
6.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden nog altijd ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Er is sprake van jarenlange strijd tussen de ouders. De problemen in de oudercommunicatie, zoals genoemd in de beschikking van 24 november 2023, bestaan nog onverminderd. De ouders zijn niet in staat om op een constructieve manier met elkaar te communiceren en beslissingen te nemen in het belang van de kinderen. De kinderen zijn deelgenoot van de problematiek van de ouders, zij ervaren spanningen en zij verkeren in een loyaliteitsconflict. Daarnaast verloopt de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen onvoldoende. Hulpverlening van Coach-Point en Enver is ontoereikend gebleken om het langdurige patroon in de verstoorde oudercommunicatie te doorbreken. Het gezin is aangemeld voor het MST-CAN-traject, gericht op het verbeteren van het systeem rondom Maylou en [minderjarige 2] en om de onderliggende angst van de moeder aan te pakken, waardoor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (emotionele) ruimte gaan ervaren om onbelast contact met de vader te hebben. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer blijft noodzakelijk om het MST-CAN-traject te volgen. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, BW). Het is hierbij belangrijk dat het MST-CAN-traject als laatste optie door de GI wordt ingezet, gezien het lange tijdsverloop van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Met het MST-CAN-traject wordt een laatste kans geboden om de situatie te verbeteren.
Dictum
De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 27 november 2025;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2024 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van M.Y.R. Veldkamp als griffier, en op schrift gesteld op 29 november 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.