Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-05
ECLI:NL:RBROT:2024:12003
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,633 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/687590 / FA RK 24-7660
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 5 november 2024 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1934,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in Franciscus Vlietland te Schiedam,
advocaat mr. G. Özveren te Rotterdam.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 15 oktober 2024.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 6 september 2024;
de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [persoon A] , specialist ouderengeneeskunde, van 10 oktober 2024;
de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 1 oktober 2024;
een machtiging voor de vertegenwoordiging van het CIZ.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 november 2024. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[persoon B] , arts, en [persoon C] , internist ouderengeneeskunde, beiden verbonden aan Sint Franciscus Gasthuis (hierna: de behandelaars).
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden met behulp van een tolk Turks.
Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten vasculaire dementie.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van deze psychogeriatrische aandoening tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene in januari 2024 een Cerebro Vasculair Accident (CVA) heeft gehad. Sindsdien is hij vrijwel volledig afhankelijk van hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen en is hij niet in staat zichzelf te verzorgen. Er is sprake van forse desoriëntatie in tijd, plaats en persoon. Betrokkene is apathisch en kan daarnaast vanuit het niets zowel verbaal als fysiek agressief naar anderen worden. De thuiszorg durft hierdoor niet meer bij betrokkene thuis te komen. Eind september 2024 is het in de thuissituatie geëscaleerd. Betrokkene heeft een wond die onvoldoende geneest.
De behandelaars lichten tijdens de mondelinge behandeling toe dat betrokkene is opgenomen in verband met agressief gedrag in de thuissituatie. Betrokkene heeft zijn kinderen verbaal en fysiek bedreigd en zijn zoon aangevallen met een stok. Dit is het afgelopen jaar vaker gebeurd. Zo heeft betrokkene spullen naar zijn kinderen gegooid en dreigde hij tijdens voornoemde escalatie van het balkon te springen. Ook op de afdeling heeft betrokkene zonder duidelijke aanleiding twee keer een medewerker geslagen. Het is niet verantwoord als betrokkene weer naar huis gaat.
2.3.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Gebleken is dat betrokkene 24 uur per dag zorg en begeleiding nodig heeft.
2.4.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Gebleken is dat de familie van betrokkene de nodige zorg niet meer kan bieden en dat betrokkene zodanig agressief is geweest, dat de thuiszorg niet meer kan komen.
2.5.
Namens betrokkene bepleit de advocaat afwijzing van het verzoek, omdat geen sprake is van verzet. Betrokkene heeft zijn situatie geaccepteerd.
De rechtbank verwerpt het verweer en oordeelt dat gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf. De behandelaars hebben tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat betrokkene geen ziekte-inzicht heeft en dat hij vanmorgen nog heeft aangegeven niet opgenomen te willen worden. Daarnaast hebben de behandelaars verklaard dat de agressieve handelingen van betrokkene, die incidenteel nog voorkomen, aangemerkt dienen te worden als uitingen van verzet.
2.6.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 mei 2025.
Deze beschikking is op 5 november 2024 mondeling gegeven door mr. M.J. Olthof-Boers, rechter, in tegenwoordigheid van T.M. Helleman, griffier, en op 19 november 2024 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.