Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-22
ECLI:NL:RBROT:2024:11577
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,179 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 10953075 CV EXPL 24-5573
datum uitspraak: 22 november 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
vestigingsplaats: Amsterdam
eiseres,
gemachtigde: [persoon A] ,
tegen:
[gedaagde] ,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 20 februari 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de akte en eisvermindering van [eiseres] , met bijlagen;
de mail van [gedaagde] van 4 september 2024, met bijlagen;
1.2.
Op 16 augustus 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [persoon B] namens de gemachtigde van [eiseres] en [gedaagde] .
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft voor zijn horecaonderneming een overeenkomst gesloten met [eiseres] voor de levering van stroom en gas. [eiseres] heeft voor het verbruik bij [gedaagde] op 25 oktober 2022 als jaarrekening over de periode van 28 mei 2021 tot 28 mei 2022 € 12.413, 94 in rekening gebracht en op 17 januari 2023 als eindafrekening van 28 mei 2022 tot 23 september 2022 € 5.785,43. [gedaagde] heeft deze bedragen niet betaald, omdat hij vindt dat [eiseres] veel meer heeft gefactureerd dan is verbruikt. [eiseres] vordert nu een veroordeling tot betaling van € 18.190,12, met rente en kosten. [gedaagde] is het hiermee niet eens. De vordering wordt echter toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Verbruik
2.2.
[eiseres] heeft haar vordering onderbouwd met de facturen en de uitgebreide specificaties die daarbij horen. In een nadere akte heeft zij nog meer tekst en uitleg gegeven over de wijze waarop het verbruik van [gedaagde] is berekend. Ook [gedaagde] is naar aanleiding van het gesprek op de zitting in de gelegenheid gesteld duidelijk te maken, bij voorkeur met stukken, waarom hij vindt dat dat het in rekening gebrachte verbruik niet kan kloppen. Dat heeft hij echter onvoldoende gedaan. Door hem zijn twee meterstanden over juli en augustus 2022 zonder verdere uitleg overgelegd. De conclusie is daarom dat [gedaagde] de vordering van [eiseres] onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Dit had gelet op de toelichting en onderbouwing van die vordering wel van hem mogen worden verwacht. Dit betekent dat hij de jaar- en eindafrekening alsnog moet betalen.
Incassokosten en rente
2.3.
De incassokosten van € 956,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).
De rente wordt ook toegewezen omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.4.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiseres] op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 1.409,- aan griffierecht, € 1.086,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 543,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.743,54. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 20.248,23 met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 18.190,12 vanaf 14 februari 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden vastgesteld op € 2.743,54;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
62914