Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-09-19
ECLI:NL:RBROT:2024:11266
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,027 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
verzet niet-ontvankelijk
insolventienummer C/10/24/316 F
uitspraakdatum: 19 september 2024
Vonnis op het verzoekschrift van:
de besloten vennootschap
MC Makelaardij & Vastgoed Management B.V.,
gevestigd [adres]
[postcode] Capelle aan den IJssel ,
verzoekster,
advocaat: mr. S.W. Margetson,
strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 13 augustus 2024, waarbij zij op verzoek van:
de stichting
Stichting Bewaarder R3fund Residential Rotterdam4,
gevestigd te Amsterdam
verweerster,
advocaat: mr. Th. Visser
in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. M. Aukema tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. S.T. van Gestel als curator.
Procesverloop
Het verzoekschrift is op 13 september 2024 ter griffie ontvangen.
De uitspraak is bepaald op heden.
Beoordeling
De rechtbank moet eerst beoordelen of het verzet tijdig is ingesteld.
Ingevolge artikel 8 lid 1 Faillissementswet (hierna: Fw) heeft de schuldenaar die in staat van faillissement is verklaard, als de schuldenaar niet op de aanvraag tot faillietverklaring is gehoord, gedurende veertien dagen na de dag van de uitspraak recht van verzet.
Verzoekster, die niet op de faillissementsaanvraag is gehoord, heeft het verzet een maand na de dag van de faillissementsuitspraak ingesteld. Verzoekster beroept zich daarbij op artikel 8 lid 2 Fw, volgens welke bepaling de termijn voor het instellen van verzet wordt verlengd tot een maand als de schuldenaar die niet op het faillissementsverzoek is gehoord, zich ten tijde van de uitspraak niet binnen het Rijk in Europa bevond. Volgens verzoekster geldt de termijn van een maand omdat haar (middellijk) bestuurder op 13 augustus 2024 in Bulgarije was, zodat verzoekster zich toen buiten Europees Nederland bevond.
Verzoekster is statutair gevestigd te Capelle aan den IJssel en zij heeft haar bezoekadres in dezelfde plaats. Dat was ook op 13 augustus 2024 het geval.
De omstandigheid dat haar (middellijk) bestuurder op 13 augustus 2024 (mogelijk) in Bulgarije was, brengt niet met zich mee dat verzoekster zich toen buiten Europees Nederland bevond.
Het verzet is derhalve niet-tijdig ingesteld en er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen op de regel dat aan de termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel strikt de hand moet worden gehouden.
Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verzoekster blijkens haar brief van 6 augustus 2024 aan de rechtbank op de hoogte was van de faillissementsaanvraag en de behandelingsdatum van 13 augustus 2024, dat haar advocaat blijkens zijn e-mail van
20 augustus 2024 aan de rechtbank op de hoogte was van het faillissementsvonnis en dat de griffie het faillissementsvonnis en het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van de faillissementsaanvraag op 21 augustus 2024 per e-mail aan de advocaat heeft gezonden.
De rechtbank zal verzoekster niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek. Aan behandeling van de gronden voor het verzet komt de rechtbank daardoor niet toe.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 september 2024.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.