Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-09-23
ECLI:NL:RBROT:2024:10939
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,847 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummer: 10/113199-23
Datum uitspraak: 23 september 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
raadsvrouw mr. M.G. Bischop, advocaat te Deventer.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 september 2024.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. W. ten Have heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, te weten verkrachting door zijn penis in de mond van aangeefster te duwen;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde orale verkrachting wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat aangeefster een gedetailleerde verklaring heeft afgelegd waaruit volgt dat de verdachte met zijn fysieke handelingen een zodanige druk op haar heeft uitgeoefend dat zij daaraan geen weerstond kon bieden. Volgens de lezing van de verdachte was er sprake van een rollenspel, maar dat is niet aannemelijk nu daarover geen expliciete afspraken zijn gemaakt.
4.1.2.
Beoordeling
Naar het oordeel van de rechtbank is het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank stelt voorop dat in zedenzaken vaak slechts twee personen, het veronderstelde slachtoffer en de vermeende dader, bij de verweten seksuele gedragingen aanwezig zijn geweest. Dit maakt dat extra zorgvuldig naar de waardering van de afgelegde verklaringen moet worden gekeken, zeker als het een ontkennende verdachte betreft. Dit geldt ook in deze zaak. Zowel de verdachte als de aangeefster verklaren over seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden in de woning van de aangeefster. De verklaringen lopen echter uiteen over de instemming van de aangeefster.
Verdachte verklaart dat er sprake was van seks met wederzijdse instemming.
De aangeefster verklaart daarentegen dat er sprake was van seksuele handelingen waar zij niet mee heeft ingestemd. Toen zij dat aangaf, schrokken de aangeefster en de verdachte en begonnen zij beiden te huilen.
De verklaring van de getuige [getuige] kan niet worden aangemerkt als steunbewijs nu hij uitsluitend heeft verklaard aangaande hetgeen hij heeft vernomen van aangeefster.
Gelet op het uiteenlopen van deze verklaringen en het ontbreken van steunbewijs overweegt de rechtbank dat de precieze gang van zaken tijdens de bewuste avond niet is komen vast te staan. Zo is het niet duidelijk geworden waarom aangeefster, nu zij zich – zoals zij stelt – al enige tijd ongemakkelijk voelde onder de benadering en aanrakingen door de verdachte en diens pogingen haar te zoenen, zich niet heeft onttrokken op het moment dat zij samen naar de Albert Heijn gingen. Daar komt bij dat aangeefster in haar aangifte in het geheel niet heeft benoemd dat zij ook de verdachte op enig moment heeft gezoend, maar zij dit wel in haar spreekrechtverklaring expliciet noemt. Door deze onduidelijkheden en opmerkelijkheden kan de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde, zonder dat de rechtbank daarmee enige afbreuk wil doen aan de verklaringen van de aangeefster. De rechtbank kan hierdoor niet tot een veroordeling van de verdachte komen.
4.1.3.
Conclusie
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
5Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
[benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 5.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
5.1.
Beoordeling
De benadeelde partij zal in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het feit ter zake waarvan de schadevergoeding wordt gevorderd.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
6Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in haar vordering;
veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van der Leeden, voorzitter,
en mrs. N.M. Ketelaar en R.E. Drenth, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Beenakker, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 29 oktober 2022 te Rotterdam
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid, te weten
-door aan haar haar te trekken en/of
-haar bij haar keel te pakken en/of
-zijn benen over haar benen te leggen en/of
-haar hoofd naar zijn penis te brengen en/of
-zijn penis uit zijn broek te halen en/of
-haar mond om zijn penis te brengen en/of
-haar hoofd heen en weer te halen over zijn penis en/of
-voorbij te gaan aan haar verbale protesten
[benadeelde partij] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer
handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel
binnendringen van haar lichaam te weten het brengen en/of houden van zijn penis
in haar mond.