Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-10-02
ECLI:NL:RBROT:2023:9977
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,174 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/666216 / FA RK 23-7053
Referentienummer: [nummer01]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 2 oktober 2023 betreffende een wijziging van een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,
hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene01]
,
geboren op [geboortedatum01] 1975, [geboorteplaats01] ,
hierna: betrokkene,
op dit moment verblijvende in Antes te Poortugaal,
advocaat mr. J.A. van Gemeren te Rotterdam.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 29 september 2023.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
het advies van de geneesheer-directeur tevens aanvraag tot wijziging van de machtiging van 28 september 2023;
de aanvraag tot wijziging lopende machtiging van de zorgverantwoordelijke van 27 september 2023;
Dictum
de medische verklaring van 11 september 2023;
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 27 september 2023;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2023. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[naam01] , sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
Beoordeling
2.1.
Ten aanzien van betrokkene is op 14 september 2023 een voortzetting van een crisismaatregel afgegeven. Daarbij is bepaald dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
het toedienen van medicatie alsmede het verrichten van medische controles; en
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken.
De rechtbank achtte tevens de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk, voor de periode tot en met 24 september 2023, om het ernstig nadeel af te wenden:
het beperken van de bewegingsvrijheid; en
het opnemen in een accommodatie.
2.2.
Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat voornoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz. Betrokkene was aanvankelijk op vrijwillige basis opgenomen, en als gevolg daarvan werden de verplichte zorgvormen 'opname' en ‘beperking van de bewegingsvrijheid’ toegewezen tot en met 24 september 2023. Gedurende zijn verblijf kreeg betrokkene bepaalde vrijheden, waaronder het recht om zich buiten de accommodatie te begeven. Op een gegeven moment keerde betrokkene geagiteerd terug naar de accommodatie, pakte plotseling zijn spullen met de intentie om te vertrekken. De dienstdoende verpleegkundige kon de reden voor deze plotselinge agitatie en de wens om te vertrekken niet duidelijk vaststellen en vroeg betrokkene in de accommodatie te blijven totdat de behandelaar er was. In een uitbarsting van woede greep betrokkene een stoel en smeet deze door een raam. Gesignaleerd werd dat betrokkene psychotisch was, naar later bleek als gevolg van middelengebruik tijdens verlof.
2.3.
Teneinde deze noodsituatie af te wenden, heeft de zorgverantwoordelijk, bij wijze van tijdelijke maatregel, de vormen van verplichte zorg ‘insluiting en toezicht’ toegepast en werd betrokkene gedurende twee dagen gesepareerd. Daarnaast werden zijn vrijheden ingetrokken en werd hij verplicht om te verblijven in de accommodatie, wat resulteerde in (het weer) toepassen van de verplichte zorgvormen ‘opname’ en ‘beperken van de bewegingsvrijheid’.
2.4.
Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet (meer) zijn opgenomen in de voortzetting van de crisismaatregel, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet. Tijdens de mondelinge behandeling deelt de behandelaar dienaangaande mede dat tot op heden bij betrokkene nog steeds sprake is van een psychotisch toestandsbeeld met hallucinaties, waarbij betrokkene allerlei wezens ziet die hem irriteren en slangen door zijn lijf voelt gaan. Het instellen op antipsychotische medicatie zal nog enige tijd duren omdat betrokkene al langere tijd deze medicatie niet heeft ingenomen en omdat betrokkene ook regelmatig amfetamine blijft gebruiken.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, het advies van de geneesheer-directeur en het zorgplan. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het insluiten;
het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
het opnemen in een accommodatie.
2.5.
Betrokkene verzet zich tegen deze aanvullende vormen van verplichte zorg.
De advocaat heeft dienaangaande allereerst naar voren gebracht dat betrokkene zich niet herkent in de gestelde diagnose schizofrenie. Voorts was zijn gedrag verklaarbaar omdat hij werd tegengehouden toen hij de accommodatie wilde verlaten terwijl hij daar inmiddels op vrijwillige basis verbleef. Ook vormt betrokkene inmiddels geen gevaar meer voor zichzelf of anderen. Gelet hierop dient het verzoek te worden afgewezen.
De rechtbank gaat aan deze verweren voorbij omdat volgens de behandelaar bij betrokkene nog steeds sprake is van een psychotisch toestandsbeeld met hallucinaties en de rechtbank geen reden ziet om hieraan te twijfelen en ook niet aan de vastgestelde diagnose schizofrenie en het onderbouwde onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
2.6.
Voorts heeft de advocaat naar voren gebracht dat bij toewijzing van het verzoek alleen de vormen van verplichte zorg zoals opgenomen in het verzoek van officier van justitie kunnen worden toegewezen. In dat verzoek ontbreekt de zorgvorm ‘opname’.
De rechtbank gaat ook aan dit verweer voorbij en acht zich bevoegd om deze vorm van verplichte zorg ambtshalve toe te wijzen. Hoewel in de Wvggz in Paragraaf 3 “Tijdelijke verplichte zorg in noodsituaties” niet een bepaling is opgenomen zoals artikel 7:8 lid 2 Wvggz, inhoudende dat de rechter in afwijking van een verzoekschrift voortzetting crisismaatregel ook andere vormen van verplichte zorg kan toewijzen, valt niet in te zien waarom de rechter in een latere fase (wijziging van de voortzetting van een crisismaatregel) onbevoegd zou zijn om andere vormen van verplichte zorg in die wijziging voortzetting crisismaatregel op te nemen. Om die reden wordt deze vorm van verplichte zorg ambtshalve toegewezen.
2.7.
Gebleken is dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
wijzigt de zorgmachtiging van 14 september 2023 ten aanzien van [betrokkene01] voornoemd, in die zin dat in aanvulling op de bij beschikking van 14 september 2023 opgenomen vormen van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het insluiten;
het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
het opnemen in een accommodatie.
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 oktober 2023;
3.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 2 oktober 2023 mondeling gegeven door mr. H.I. Kernkamp-Maathuis, rechter, in tegenwoordigheid van mr. V. Armanyous, griffier, en op 13 oktober 2023 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.