Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-10-05
ECLI:NL:RBROT:2023:9673
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,683 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Dordrecht
zaaknummer: 9955753 CV EXPL 22-2510
datum uitspraak: 5 oktober 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Q-Park Operations Netherlands B.V.
,
vestigingsplaats: Maastricht,
eiseres,
gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel,
tegen
[gedaagde01]
,
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. P.P.A. van der Meer.
De partijen worden hierna ‘Q-Park’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 20 juni 2022, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de repliek, met bijlagen;
de dupliek, met bijlagen;
het tussenvonnis van 11 mei 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
Op 6 september 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was aan de zijde van Q-Park aanwezig: mr. N.T.W. Smeets (verbonden aan het kantoor van mr. Spreksel voornoemd). Mevrouw [gedaagde01] is in persoon verschenen, samen met haar dochter en partner. Zij werd bijgestaan door mr. Van der Meer voornoemd.
Feiten
2.1.
Q-Park is exploitant en beheerder van de parkeeraccommodatie Ridderkerk Jorishof (hierna: de parkeergarage). [gedaagde01] heeft op 5 maart 2022 met haar auto, met kenteken [kenteken01] , van deze parkeergarage gebruikgemaakt.
2.2.
Op het informatiebord bij de ingang van de parkeergarage staan de tarieven vermeld en wordt verwezen naar de algemene voorwaarden van Q-Park.
2.3.
In artikel 1 van de algemene voorwaarden met het opschrift ‘Definities’ wordt de volgende definitie gegeven van het begrip ‘Parkeerbewijs’:
“Het door de Klant gekozen en/of door Q-Park aangewezen middel – zoals, maar niet beperkt tot een parkeerticket, creditcard, abonnementskaart, SmartCard, QR-code, kenteken, mobiele applicatie – dat toegang geeft tot de Parkeerfaciliteit en aan de hand waarvan Q-Park het tijdstip van in-en uitrijden van de Parkeerfaciliteit kan vaststellen.”
2.4.
Artikel 5.5. van de algemene voorwaarden luidt als volgt:
“Het met een Motorvoertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit zonder gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd Parkeerbewijs is onder geen beding toegestaan.”
2.5.
Artikel 5.8 van de algemene voorwaarden vermeldt het volgende:
“Indien Q-Park een gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in artikel 5.5. of 5.7 van deze Voorwaarden constateert, is de Klant het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd, vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 319,97 (incl. BTW prijspeil 2020). (…)”.
Sinds 2021 geldt een bedrag van € 325,52 inclusief btw.
2.3.
Door middel van in de parkeergarage aanwezige camera’s is geconstateerd dat het voertuig van [gedaagde01] op 5 maart 2022 om 13:58 uur de parkeergarage heeft verlaten door achter een voorganger aan onder de slagboom door te rijden.
2.4.
Per aangetekende brief van 7 april 2022 is [gedaagde01] gesommeerd een bedrag van € 325,52 aan schadevergoeding en een bedrag van € 10,00 ter zake van het ‘tarief verloren kaart’ te betalen. Bij niet betalen wordt voorts een bedrag van € 50,33 aan incassokosten in het vooruitzicht gesteld.
Geschil
3.1.
Q-Park vordert dat [gedaagde01] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld aan haar te betalen een bedrag van € 385,85, vermeerderd met rente en kosten zoals in de dagvaarding omschreven. Voormeld bedrag bestaat uit schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten.
3.2.
Q-Park baseert haar eis op het volgende. Primair heeft [gedaagde01] in strijd met de tussen partijen gesloten parkeerovereenkomst, meer in het bijzonder in strijd met artikel 5.5. van de algemene voorwaarden gehandeld door de parkeergarage te verlaten zonder gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs. QPark heeft hierdoor schade geleden. Op grond van artikel 5.8 van de algemene voorwaarden kan een bedrag van € 325,52 in rekening worden gebracht, dat [gedaagde01] aan Q-Park dient te betalen. Aangezien [gedaagde01] het parkeertarief niet heeft voldaan en het parkeerticket ontbreekt, wordt daarnaast een bedrag van € 10,- gevorderd, zijnde het tarief ‘verloren kaart’. Q-Park vordert ten slotte een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten ter grootte van € 50,33.
3.3.
[gedaagde01] bestrijdt dat zij de parkeergarage is uitgereden zonder gebruikmaking van een geldig parkeerbewijs. Haar dochter heeft, vóór het uitrijden van de parkeergarage, het parkeertarief van € 1,- bij de betaalautomaat betaald. Dit heeft zij gedaan – en kon zij ook alleen maar doen – met behulp van een (geldig) parkeerticket. [gedaagde01] betwist dan ook dat sprake is geweest van het zogenaamde ‘treintje rijden’. In de desbetreffende parkeergarage is sprake van kentekenherkenning. De slagboom ging na de auto voor haar niet naar beneden, waardoor [gedaagde01] ervan uitging dat ook zij door kon rijden; het parkeertarief was immers al betaald. Door Q-Park is niet gecommuniceerd dat altijd eerst moet worden gewacht tot de slagboom dicht en daarna weer opengaat.
Beoordeling
4.1.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Q-Park haar vordering aanvankelijk verminderd met € 10,-, zijnde het tarief voor een verloren parkeerticket. Q-Park betwist namelijk niet langer dat [gedaagde01] voor het parkeren heeft betaald. Q-Park handhaafde aanvankelijk wel haar vordering ten aanzien van de aanvullende schadevergoeding en de buitengerechtelijke incassokosten van in totaal € 375,85.
4.2.
Nadat partijen tegen het einde van de mondelinge behandeling op de gang overleg met elkaar hebben gevoerd, meldden beide partijen dat zij niet tot een regeling waren gekomen. Wel wilde Q-Park haar vordering (verder) verminderen met (ook) de rest van haar vordering, dus met het hierboven genoemde bedrag van € 375,85. Q-Park gaf hierbij aan dat zij er voor het eerst tijdens de mondelinge behandeling in deze zaak achter was gekomen dat niet de kentekenhouder, [gedaagde01] , achter het stuur heeft gezeten, maar haar dochter. QPark overweegt daarom om de dochter van [gedaagde01] te dagvaarden en haar aansprakelijk te stellen voor de door Q-Park gevorderde schade, rente en kosten.
Nu Q-Park haar eis heeft verminderd tot nihil, hoeft nergens meer op te worden beslist. In het dictum zal daarom alleen nog maar een beslissing worden opgenomen ten aanzien van de proceskosten.
Wel hecht de kantonrechter er, gelet op het hierboven weergegeven voornemen van Q-Park, aan om – geheel ten overvloede – inhoudelijk op de schriftelijk en ter zitting uitgewisselde argumenten in te gaan.
Ten overvloede
4.3.
Inmiddels betwist Q-Park, zoals hiervoor reeds overwogen, niet langer dat het parkeertarief van € 1,- is betaald. Dit blijkt overigens ook zonneklaar uit de producties 1 en 15 van [gedaagde01] .
4.4.
Ten aanzien van de stelling dat [gedaagde01] c.q. haar dochter heeft gehandeld in strijd met artikel 5.5 van de algemene voorwaarden geldt het volgende.
[gedaagde01] en haar dochter hebben tijdens de mondelinge behandeling uitgelegd dat ook de auto direct voor hen de parkeergarage heeft kunnen verlaten zonder dat de slagboom was dichtgegaan. Aangezien het parkeertarief al was betaald en er in deze parkeergarage sprake is van kentekenherkenning gingen [gedaagde01] en haar dochter er daarom van uit dat ook zij, zonder het aanbieden van de parkeerkaart aan de zuil, door konden rijden. Deze toelichting strookt met de door de kantonrechter bekeken videobeelden.
4.5.
Q-Park meent dat deze wijze van uitrijden in strijd is met artikel 5.5. van de algemene voorwaarden, omdat aldus de parkeergarage zou zijn verlaten zonder gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs. Namens [gedaagde01] is bepleit dat wel degelijk gebruik is gemaakt van een geldig, door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs, nu het parkeerticket is gebruikt om bij de betaalautomaat van de parkeergarage het verschuldigde parkeertarief van € 1,- te betalen. Gelet op de toelichtingen van partijen is sprake van een situatie waarbij artikel 5.5. van de algemene voorwaarden op verschillende manieren werd – en ook kon worden – uitgelegd. In verband hiermee zal de kantonrechter artikel 5.5 van de algemene voorwaarden uitleggen in het nadeel van de gebruiker (Q-Park).
4.6.
Q-Park heeft verder aangevoerd dat het een feit van algemene bekendheid is dat ook bij parkeergarages met kentekenherkenning altijd moet worden gewacht tot de slagboom gesloten is en weer opnieuw opengaat. De kantonrechter acht dit niet een feit van algemene bekendheid, omdat er ook parkeergarages bestaan met kentekenherkenning waarbij dit niet het geval is. Eventuele misverstanden op dit punt had Q-Park kunnen voorkomen door dit duidelijk met een groot bord bij de in- en uitgang of met een stoplicht aan te geven. Overigens blijkt uit de definitie van de term ‘Parkeerbewijs’ in artikel 1 van de algemene voorwaarden van Q-Park dat ook een ‘kenteken’ als parkeerbewijs kan dienen.
4.7.
Tijdens de mondelinge behandeling is namens Q-Park aangevoerd dat door deze wijze van verlaten van de parkeergarage (niet wachten tot de slagboom dicht- en weer opengaat) er schade kan ontstaan aan de detectielussen en het parkeermanagementsysteem. Desgevraagd heeft de vertegenwoordiger van Q-Park op de zitting toegelicht dat er in dit concrete geval geen schade is ontstaan.
4.8.
Gelet op al het voorgaande kan niet worden geoordeeld dat sprake is van schending van artikel 5.5 van de algemene voorwaarden (niet door [gedaagde01] en ook niet door haar dochter). Uitgaande van de niet betwiste toelichting die [gedaagde01] en haar dochter tijdens de mondelinge behandeling hebben gegeven, is er ook geen sprake van onrechtmatig handelen.
4.9.
De vorderingen van Q-Park zouden dus ook indien zij wel in de onderhavige procedure zouden zijn voorgelegd, worden afgewezen.
proceskosten
4.10.
Q-Park wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag vast op € 240,- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten x € 80,-).
uitvoerbaarheid bij voorraad
4.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt Q-Park in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag worden vastgesteld op € 240,-;
5.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en in het openbaar uitgesproken.
35789